Minimalistische levenshouding.

Soms voel ik me net het orkest op de Titanic dat blijft spelen terwijl de boot al scheef ligt van het water dat erin gekomen is als ik schrijf over opruimen, besparen en minimalisme maar we moeten toch wat 😀
Ook in veranderende tijden komen principes goed van pas.  Ik pas ze niet altijd even rigide toe maar het is wel een van de leidraden in mijn leven. Juist gekke tijden testen onze principes en overtuigingen. Soms veranderen ze, soms maken ze ons sterker en geven ze houvast. Of gewoon even afleiding.

wie houdt er nu niet van bloemenveldjes…..

Vrijheid?

Als je droomt van een leven zonder ‘moderniteit’ en met alleen het essentiële, dan kan je de toekomst met meer vertrouwen tegemoet zien dan iemand die leeft voor het ophouden van status, een betere auto dan de buren en elke 7 jaar wonen op meer m2 dan daarvoor.
Ik weet dat we praktisch niet kunnen leven zonder moderne rommel omdat de wereld is als hij thans is maar ik had het liever anders gezien.

Is je vrijheid je lief en ben je bereid daarvoor wat op te offeren? Ben je liever onvrij maar comfortabel zoals de meesten?

Ik denk dat het concept van minimalisme, goed van pas komt nu.

Ik vraag me soms af wat er zal gebeuren met onze vrijheid. Onze gezondheid. Lichamelijke integriteit. De samenleving in zijn geheel. Onze natuur. Waar ik me minder druk om maak zijn welvaart, het feit of ik straks nog steeds kan kopen wat ik wil, of ik op reis ‘mag’ en of wij als onreine mensen straks nog welkom zijn in cafés. Dat zijn geen ‘vrijheden’ maar als vrijwillige slavernij verpakte vrijheden want als je eenmaal gaat rekenen wat deze vrijheden je kosten aan uren van je leven, schrik je misschien nog wel. Je werkt wellicht geen maand, maar anderhalve maand voor je zuurverdiende vakantie. Dat avondje uit eten kost misschien geen 4 uur werken, maar bijna een hele dag.

Daadwerkelijke verdiensten

Om te berekenen hoe veel geld je echt verdient, deel je je netto-inkomen door het uren dat je werkt maar dat is lang niet het hele plaatje. Wat houd je over als je alle kosten van je nettoloon aftrekt die je maakt om te kunnen werken? De (tweede) auto, de kinderopvang, de bezorgmaaltijden, het gemaksvoedsel uit pakjes en opwarmfolie, de therapie voor je verpeste rug of de psycholoog voor je burn-out, de werkkleding, de spullen die je voor jezelf koopt omdat je zo hard gewerkt hebt, de vakanties die je nodig hebt om te kunnen ontkoppelen, de extra niet beloonde uren die je meent te moeten maken omdat voor jou drie anderen, een groot huis simpelweg omdat je met een hoger inkomen, hogere schulden kan maken…

Als je je hiervan bewust bent, doe je al minder spontane leuke aankopen dan mensen die hun maandelijkse inkomen zien als iets dat zo snel mogelijk in nieuwe spullen moet worden omgezet.

Wat is genoeg?

Weten wanneer je genoeg hebt, is ook belangrijk. Wat voor mij genoeg is, is voor een ander te veel of te weinig. Ik zie altijd graag van mensen die leven met minder dan ik. Als zij het kunnen, kan ik het ook. Of ik het wil is een tweede. Of het nuttig is of iets ‘toevoegt’, ook. Er zijn dingen waarvan ik weet dat ik ze met de juiste mindset op kan geven, maar die ik nu niet wil opgeven. Wijn, warme douches, koffie (decaf :)) en ons zeer comfortabele matras schieten me te binnen.

Maar af en toe eens kijken of je zonder kan, maakt je minder bezorgd over het feit dat je eventueel ooit zonder moet.

Genoeg hebben is erg eenvoudig. Het is een kwestie van tegen jezelf zeggen: NU heb ik genoeg. Of: misschien heb ik wel te veel. Natuurlijk komt er altijd wel eens iets dat beter of nieuwer kan of moet maar het eindeloze streven en verlangen naar meer spullen die het leven compleet zullen maken, moet stoppen want het is een gebed zonder einde. Het is doodvermoeiend.

Rust en tevredenheid

Altijd maar bezig blijven met beter, meer, schoner, optimaler… Met minimalisme kijk ik naar wat ik moet doen op een dag om mijn gezin, mezelf en huis tevreden te houden en dat doe ik. Wat moet ik op tafel zetten om ons gezond en lekker te laten eten? Hoeveel kleding is genoeg om fatsoenlijk over straat te gaan? Hoe veel paar schoenen heb ik nodig om gepast voor de dag te komen? Hoeveel geld hebben we nodig om aangenaam te kunnen leven? Wat voegt het toe om deze gebeurtenis uit het verleden te herkauwen en hopen dat het anders was gelopen? Hoe nuttig is het om me druk te maken om de toekomst? Hoe veel noodmaatregelen kan en wil ik redelijkerwijs treffen?

Het is fijn om een ‘genoegpunt’ in je hoofd te hebben. Weten wanneer je moet stoppen is zo belangrijk.

Een leven met minder rommel geeft overzicht en rust, op alle fronten.

Laten gaan

Dingen laten gaan wordt makkelijker, want je weet dat je zonder dat ook gelukkig kan zijn. Of het nu gaat om verwachtingen, ideeën, spullen, mensen, vriendschappen, voor- en afkeuren… 😀 Angst om dingen te laten gaan kan ons houden in patronen en situaties waarin we helemaal niet willen zijn.

In plaats van vast te houden aan fouten die we maakten, kunnen we dingen laten gaan. Hoe veel mensen houden niet vast aan de verkeerde partner, een verkeerd gekozen carrière, verkeerde kleding… Accepteren dat fouten maken bij het leven hoort en het lef hebben die fouten om te buigen naar iets beters… De fouten die je maakt, leren je wat je niet wil en niet moet doen. En hoe je het dus wel moet doen.

Betere keuzes

Minimaliseren van bezittingen bracht niet alleen een opgeruimder en makkelijker huis maar ook meer plezier in het leven. Bewustere keuzes. Een andere manier van de wereld bekijken. Ik kon van allerlei dingen makkelijker afstand nemen. Van dingen die ik wilde, dingen die ik altijd had gevonden, mensen, een baan met een leuk inkomen…

Als je een beeld hakt uit een steen, haal je ook steeds iets meer weg. Net zo lang tot er niets meer weg te halen is. Perfectie is bereikt niet als er niets meer toe te voegen is, maar als er niets meer weg te halen is. En: minimalisme is niet minder dingen om het hebben van minder dingen, het is de perfecte hoeveelheid dingen, afgestemd om wie je daadwerkelijk bent en perfect geschikt voor de taak die ze moeten vervullen.

Bier brouwen met een bierkit. Lazywoman-way

Speciaal voor Eddy en de andere mensen die bier willen maken, hier mijn manier om het te doen.

  • Het kan op vele manieren, dit is mijn manier.
  • Ik weet niet of het ook werkt als je x of y of wdfgr86x probeert.
  • Ik heb duizenden liters gemaakt en het is nooit mislukt.
  • Het is lekker bier, iets minder bitter dan supermarktbier.
  • Ook speciale bierkits (voor bier dat smaakt als Duvel of Weizener of wat ook) kan je op deze manier maken.
  • Ik gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, alleen water op 72 graden. Ik was mijn handen voor ik begin en heb een schone droge hydrofieldoek bij de hand.
  • Ik maak geen 22 maar 25 liter, want we zijn goedkoop.
  • 75 liter kost 3 x 189 kr voor de bierkit en 3 x 17 kr. voor de suiker. Pakweg 60 euro.
  • In het geval van speciale bieren loont het absoluut de moeite.
  • Met dit bier is het praktisch onmogelijk om dronken te worden want het is erg licht.
  • Voor meer alcohol, kan je meer suiker toevoegen. Twee ipv een kilo geeft zo’n 8% gok ik.
  • Je kan toe met een vat, maar ik vind twee veel handiger ivm het bottelen. Je kan ook direct uit het brouwvat bottelen mits het een tapkraan heeft maar dan moet je oppassen met bezinksel of hannessen met een overhevelingssetje. Niet simpel.
  • Dit kostte me inclusief foto’s maken, 21 minuten.
  • Bottelen duurt wat langer, zo’n 20 a 30 minuten per vat.

Okee.

Je hebt nodig:

  • Een 25 liter vat met deksel en waterslot
  • Een 25 liter vat met tapkraan aan de onderkant
  • Een bierconcentraatkit (voor 22 liter, in dit geval)
  • Een kilo suiker.
  • Garde

Zorg voor een SCHOON vat en schoon deksel. Ik gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, ook niet voor de flessen. Als er goed bier uit je vat komt is schoonmaken met heet water (minimaal 62 graden) genoeg.

Zorg ook dat je na het bottelen de vaten direct uitwast met heet water en droog ze goed af. Ik zet ze buiten met het idee dat zon, vrieskou of gewoon buitenlucht goed is tegen bacteriegroei. Tot ik ze weer gebruik.

Doe de kilo suiker in het vat. Doe er een waterkoker vol kokend water bij en los de suiker op. Ik vind dat dat het makkelijkste gaat met zo’n melkopschuimgarde.

Suiker, kokend water erbij….

Als de suiker is opgelost, voeg je het bierconcentraat toe. In de winter kan het handig zijn om de blikken voor gebruik in warm water te leggen. Ik gebruik warm water om de laatste restjes eruit te krijgen.

Roer alles wederom goed door, zodat je een gladde vloeistof krijgt.

aksiefoto

Zo. Het meeste is gedaan.

Daarna vul je de vaten op met koud water, zo veel als nodig. Ik vul ze tot 21 liter, doe de gist erbij en vul dan aan tot 22 liter. Omdat ik de douche gebruik, zit de gist meteen goed verspreid. Vul je het op met pannetjes water, dan moet je een garde ofzo gebruiken hiervoor.

bijvullen met koud water
Als de vaten bijna vol zitten, voeg ik de gist toe…
laatste beetje water erbij om de gist te verspreiden en de deksel erop…

In de gebruiksaanwijzing wordt veel meer warm water gebruikt en moet je het vat eerst laten afkoelen tot omtrent kamertemperatuur maar als je de suiker en concentraat oplost in 1 a 2 liter kokend water en verder koud water gebruikt, kan je in een keer door. Te koud maakt niet uit, het vat komt vanzelf op kamertemperatuur en dan komt het proces op gang.

Als je klaar bent, doe je de deksels er goed op. Controleer of de watersloten gevuld zijn met water. Zet de vaten op een warme plek. Hoe warmer, des te sneller het gaat.

Na een halve dag zou je vrolijk geplop moeten horen. Op de tweede of derde dag ruikt het erg sterk maar dat verdwijnt weer.

Na een week of als het vat is uitgeplopt, kan je het bier bottelen.

Ik los 150 gram suiker op in kokend water in het vat met de tapkraan.

Ik gooi vervolgens het bier over in het vat met een tapkraan. Hierdoor zit de suiker die gaat zorgen voor de prik in je bier, meteen goed verdeeld. Voorzichtig met het bezinksel op de bodem van je brouwvat. Dat moet je zo veel mogelijk met rust laten en niet mee gieten.

Ik gebruik 1-liter flessen van ikea waarvan we de doppen hebben vervangen door kroonkurken zoals op een Grolsch-fles. De doppen die standaard op de flessen zitten, dichten na een paar maanden minder goed af. Je kan ook gewoon Grolsch flessen gebruiken. Een kroonkurkapparaat vind ik te veel gedoe.

De flessen spoel ik na gebruik om met heet water van 72 graden. Ik gebruik nooit reinigingsmiddelen.

Ik vul de flessen onder het kraantje, het laatste restje doe ik met een trechter. Je kan ook zo’n overhevelslangetje gebruiken maar dat vind ik zelf veel te onhandig.

Als je het bier hebt gebotteld, kan je het vrij snel drinken (paar dagen, dan staat er wel druk op) maar als het iets langer staat, ontwikkelt de smaak zich beter.

Zomerse kleding en fatsoen.

Het is weer zomer en als ik in de zomer onder de mensen kom verlang ik meteen weer naar de winter. De kleding die mensen aantrekken. Of, verzuimen aan te trekken.

‘Je moet toch gewoon aan kunnen trekken wat je wil’ zeggen mensen dan. Argh. Ik kan het moeilijk verbieden maar waarom, waarom moet alles zo open en bloot. Ik wil mensen hun pokdalige bovenarmen, hun cellulitis-bedekte benen, hun spataderen, puisterige ruggen, eelthielen en blote blubberbuiken niet zien. Gewoon, niet. Ik wil mensen overigens ook niet ruiken. Over ongewenste intimiteiten gesproken….

Ik begrijp niet waarom mensen zich er senang bij voelen om deze fysieke onvolkomenheden aan de hele wereld tentoon te stellen. Ik zou me vreselijk voelen als ik mijn lichaam zo zou verwaarlozen en het vervolgens aan anderen te (moeten) laten zien. Of geven mensen zo weinig om hun lijf, dat het ze gewoon simpelweg niet meer uitmaakt?

Verder vind ik het gewoon een teken van fatsoen richting je medemens als je even de moeite neemt om er enigszins ‘decent’ uit te zien en dat hoeft heus niet met allerlei dure en ingewikkelde kledingcombinaties, maar less is not more in het geval van de hoeveelheid stof die je om je heen drapeert.

Een lange rok of sarong is niet warmer dan een piepkort broekje. Een katoenen top met een wijde mouw tot halverwege de bovenarmen is niet warmer dan een polyester worstverpakking van drie maten te klein. Als je je onder de mensen begeeft, ga je echt niet kapot als je even een fris t-shirt over je blote lijf trekt, in het geval van mannen. Een schoen die je hiel bedekt laat je er meteen meer verzorgd uit zien als je voeten dat niet zo zijn.
En waarom kijken vrouwen niet even achteruit in de spiegel? Hoe vaak ik dames zie waarbij de onderbroek overduidelijk zichtbaar is onder de witte capribroek, of de ‘interessante’ vorm van het zitvlak werkelijk tot in detail staat uitgetekend in niet eens de legging, maar de panty die gemakshalve maar als broek gebruikt wordt?

We waren de afgelopen jaren een aantal keren in een katholieke kerk. De ‘gelovige’ dames leken stuk voor stuk het idee te hebben dat hoe korter en strakker hun kleding, des te deftiger ze waren. Ofzo. Ik begreep het niet. Zit ik daar als heiden met mijn zedige jurk -want respect enzo- te kijken naar een berg uitpuilend damesvlees…

Ik keek gisteren een filmpje van youtuber Darci Isabella. Haar (jongere) dochters dragen altijd jurken of rokken, als ze gaan zwemmen dragen ze een ‘modest bathing suit’ en kijk hoe prachtig haar familie is bij de communie van haar zoontje. Zo kan het toch ook?

En het erge is: voor kinderen is zo min mogelijk textiel ook al de norm. Moet allemaal maar kunnen. Soms lees ik verontwaardiging als een schoolbestuur de kinderen vraagt om niet in buiktruitjes en hotpants naar school te komen. Want het leidt af. Ja, logisch dat een puberjongen zijn hoofd niet echt bij Duitse naamvallen kan houden als de helft van zijn klasgenoten op die manier (niet) is aangekleed. Duh.

Natuurlijk leidt dat dan tot hevige protesten. ‘IK MAG DRAGEN WAT IK WIL HET IS MIJN LIJF MANNEN MOETEN ZICH GEWOON GEDRAGEN HET IS NIET MIJN PROBLEEM DAT…. BLaBlabla… etc) Ja, je doet maar wat je niet laten kan. Het is ook je recht om niet beroofd te worden maar je moet het ook niet opzoeken door met je dikke camera en portemonnee donkere steegjes in ongure buurten in te wandelen. Als je niet wil dat de mannen (die wat visueler zijn ingesteld wat dat betreft) naar je kijken moet je geen decolleté tot aan je navel hebben of een strak jurkje dat niet aan de verbeelding overlaat.

‘Ja maar ik draag dat gewoon voor mezelf’. Haha. Natuurlijk.

Ik vertel het mijn oudste ook en gelukkig wil ze zelf ook niet zulke kleding dragen maar: als je je zo aankleedt is het enige dat je bereikt dat je de verkeerde jongens en mannen aantrekt en de leuke juist afstoot. Het feit dat jij blijkbaar je lichaam voor iedereen tentoonstelt, betekent dat je er weinig respect voor hebt. Het is JOUW lijf en je mag luchtige en leuke kleding maar dat betekent niet dat je billen onder je broek uit moeten komen of dat dat anderen je navel moeten kunnen zien.

En nee, ik zeg niet dat ‘een meisje erom vraagt’ als ze bepaalde kleding draagt. Geen een vrouw vraagt daarom. Maar het is nu eenmaal zo dat je met vuur speelt als je er half naakt bijloopt. Daarbij hebben we ook nog eens bepaalde bevolkingsgroepen geïmporteerd die toch een wat andere kijk hebben op de vrije westerse vrouw maar dat is een ander verhaal.
Het is de wereld waarin we leven, een wereld waarin vrouwen geleerd wordt dat ze moeten kunnen doen wat ze willen, zonder consequenties maar het enige dat er gebeurt, is dat vrouwen geschaad worden. Of het nu gaat om vrije seks, abortus of je aankleden als een lellebel.

Ja, ik zie altijd uit naar de herfst.

Een heleboel kleine ontrommel-ideeën.

Want wie houdt er nu niet van een huis met zonder rommel? Precies. Het is vast heel onavontuurlijk enzo maar de meesten van ons functioneren nu eenmaal beter met minder rommel om ons heen en in ons leven. Dus hier maar wat ontrommelinspiratie. Het is hier wat frisser dan in Nederland (ik liep gisteren met mijn winterjas aan zonder eruit te zweten en we rillen onder het zomerdekbed) maar natuurlijk kan het ook op een andere dag 🙂

  1. Je panty’s. Zo vaak kopen we een exemplaar dat te kort is, of de verkeerde kleur, zo een die je buik in twee deelt of waar een ladder in zit die we nog wel fixen met wat nagellak…. en als je je ’s ochtends aankleed, vis je eerst vijf foute exemplaren tevoorschijn. Argh! Een verkeerde panty gaat hier direct naar de kringloop. Ik zweer bij Wolford. Iets duurder maar gaat heel lang mee.
  2. Ondergoed. We bewaren soms een beetje sleets ondergoed voor bepaalde dagen van de maand maar waarom. It only adds to the injury, vind ik dan. We hebben sowieso veel minder nodig dan gedacht. Je wast vermoedelijk toch elke week, dus waarom voor drie weken ondergoed hebben?
  3. Make-up. Idem als met panty’s. Velen van ons kopen wel eens iets dat toch niet helemaal je-dat is en in plaats van het meteen door te geven of weg te doen, denken we dat het beter is om het achterin de kast te leggen. Doe alle foute kleuren, restjes en over de datum zijnde spullen lekker weg. Waarom zou je ook niet voor je make-up een ‘uniform’ hebben in plaats van steeds weer iets te proberen dat helemaal niet bij je past, eigenlijk?
  4. Je handtas. Oude bonnetjes, muntjes, klantenpassen, lege verpakkingen, snoeppapiertjes etc.: haal alles eruit wat rommel is en waarvan het waanzin is om het hele dagen met je mee te sjouwen.
  5. De dingen die je zou repareren maar die al maanden in de kast liggen te wachten. Doe het nu of doe het weg.
  6. De schoenenkast. Meer dan twee paar per persoon is best overbodig. Hier gaan tijdelijk in ongebruik zijnde schoenen in een grote kist en op de schoenenrekken staan alleen de twee paar die we nu nodig hebben.
  7. Decor in je huis. Haal het eens allemaal weg. Bevalt dat? Te kaal? Vraag je dan af of je echt alles waar je hele dagen tegenaan kijkt, even mooi vind en hang alleen terug wat je echt blij maakt.
  8. Het terras. Ligt het vol met plastic meuk voor de kinderen? Hebben ze echt alles nodig? Wordt er mee gespeeld of is het vooral iets om je aan te ergeren? Staan er bloempotten met dode planten, overbodige stoelen of ander kapot meubilair?
  9. Glaswerk. Heb je echt voor elk drankje een apart glas nodig? Is het nuttig om 10 champagneglazen die eenmaal per jaar het daglicht zien in je keuken te hebben staan? Of welke soort glazen dan ook? Heb je 20 glazen voor een tweepersoons huishouden? Kan het minder, zodat je overige spullen wat meer levensruimte krijgen?
  10. Sentimentele dingen. Zet de wekker op een kwartiertje of half uurtje en kijk waar je afscheid van kan nemen.
  11. Foto’s op je telefoon. Ik zet ze op de computer en selecteer alleen welke foto’s ik wil houden. Dat is een makkelijker criterium dan kijken welke weg kunnen, vind ik.
  12. Boeken. Welke ga je niet (meer) lezen? Stuur ze de wijde wereld in.
  13. Bakjes, kommetjes en schaaltjes. Moet je die hebben in 10 verschillende, niet in elkaar passende formaten? Nee joh 🙂
  14. De koelkast. Welke sauzen, kruidenmixen, restjes etc. worden toch nooit meer gebruikt? Maak fijn plaats voor lekkere, gezonde dingen.
  15. De voorraadkast. Idem.
  16. Onder je bed. Bovenop rommel slapen is energetisch gezien niet goed. Het liefst houd je de ruimte onder je bed leeg maar gaat dat niet, zorg dan dat je er alleen de dingen bewaart die een plaats verdienen in je huis, dus geen oude gordijnen, verwassen beddengoed, de kleding die je niet weg wil gooien maar die je eveneens nooit meer draagt etc.
  17. Oude notitieboeken en dagboeken. Wil je echt dat die dingen die je schreef, door een ander gelezen kunnen worden? Doet het nog ter zake wat erin staat?
  18. Kruidenrekje. Hoeveel dingen zijn al lang over de datum? Welke dingen gebruik je eigenlijk nooit? Doe het weg en koop lekker verse kruiden als je ze nodig hebt.
  19. Knutselspullen. Als het voor het grijpen ligt, wordt het gepakt en door elkaar gerommeld, is mijn ervaring. Een kleine hoeveelheid potloden, stiften, lijm en een schaar is meer dan genoeg. Als er grotere projecten gedaan moeten worden, kunnen die dingen van stal gehaald maar dan hoef je niet alles dagelijks op te ruimen.
  20. Winterspullen. Alles eruit wat te klein, kapot of van slechte kwaliteit is. Doe enkele handschoenen gewoon weg.
  21. Pennen. Als je een goede pen hebt en die een vaste plek geeft, heb je genoeg. Een heel scala aan min of meer afgevreten plastic reclame-exemplaren is deprimerend en niet chique.
  22. Wasmiddelen. Hoe veel flessen en pakken met restjes wasverzachter en waspoeder, niet goed bevallende wasmiddelen en andere ooit in een enthousiaste bui gekochte wasaccessoires heb je? Gebruik het op, maak een ander er blij mee en koop voortaan pas nieuw als het oude nagenoeg op is.
  23. De lade met rommel. Het kan of weg, of het ligt op de verkeerde plek in je huis.
  24. Laat je kinderen hun rugzakken leegmaken. Afgekloven potloden, proefwerken en andere onzin eruit en alleen terug wat terug erin hoort.
  25. Dekens. Hoeveel dekens heb je ‘voor op een frisse avond buiten in de tuin’ of ‘om forten mee te bouwen’? Je hebt geen verschillende dekens nodig voor verschillende activiteiten. Dat je die op je bed niet gebruikt voor tenten bouwen is logisch maar dekens en op de bank, en voor buiten, en voor de kinderen, en voor gasten en voor nood en voor weet ik het wat is wellicht wat dubbelop.
  26. Catalogi, reclame, afhaalmenu’s…. Hop, weg ermee. Het zet alleen maar aan tot overbodig kopen en eten.
  27. Administratie. Ook meer een klus om met een timer te doen, elke dag een kwartiertje als het te veel is om te overzien. Oude polissen, bankafschriften, garantiebewijzen, gebruiksaanwijzingen etc… doe het weg en houd alleen wat je nodig hebt volgens de belastingdienst.
  28. Kookboeken. Hoeveel gebruik je geregeld? Welke zijn er vooral voor je ‘fantasie-zelf’? (die als een Italiaanse mamma uren in de keuken staat met de hemel aan verse spulletjes, terwijl je zelf het liefst wraps serveert)
  29. Keukenspullen. Hoe veel dingen heb je dubbel? (scharen, schilmesjes) en welke dingen zijn overbodig als je een scherp mes hebt? (eiersnijders, appelschillers etc)
  30. De kleding van je kinderen. Dankbare plek, daar is altijd wel wat te vinden 😉
  31. De spullen in je douche. Moeten daar vijf flessen shampoo en drie soorten cremespoeling, een fles douchegel en vier sponzen liggen? Als je minder producten gebruikt wordt je zelf net zo schoon en is je douche of bad veel makkelijker en sneller schoon te maken.
  32. Sleutels. Als je echt geen idee hebt waar een sleutel voor is, waarom bewaar je hem dan? In het allerergste geval moet je een keer een slot vervangen van een skibox ofzo maar als dat je elke dag je huissleutel zoeken tussen 10 andere sleutels, loont dat toch de moeite.

Minimalisme en (versus?) voorbereid zijn

Wie mij al een tijdje volgt weet dat ik altijd al aan enige voorbereiding deed voor het geval dat…. Sinds de bankencrisis heb ik altijd wat extra’s in huis qua eten, kaarsen, lucifers, waterzuivering, ruilmiddelen etc. Dat we zo kwetsbaar zijn, daar was ik me voor 2008 niet van bewust. De Noorse regering raadt mensen ook met klem aan om voor minimaal drie dagen eten, water en andere noodzakelijke middelen op voorraad te hebben. Kaarsen, een warmtebron anders dan op stroom, een mogelijkheid om eten en water te koken… En dat doen we dan ook, maar dan niet slechts voor drie dagen.

De laatste tijd staan de dingen natuurlijk helemaal op zijn kop en daarbij komen nu ook nog eens grondstofprijzen die omhoog gaan, vreemde plannen om de onreine mensen toegang tot winkels te verbieden en oh ja, ‘you’ll own nothing, you’ll have no privacy and you’ll be happy”. Oh oh, wat een wereld.

Ik tetter niet rond dat we in deze heel braaf naar de overheid hebben geluisterd. Ja hier op mijn blog, maar voordat jullie met zijn allen voor de deur staan hebben we alles zelf al op.

Ik heb best veel moeite gedaan om mijn huis zo leeg en kalm en efficiënt te maken als ik wilde. Ik ben er blij mee. Het geeft me de rust die ik nodig heb. Maar hoe combineer je dat met jezelf voorbereiden op onvoorziene omstandigheden? Wat met alle spullen die erbij horen, die je moet hebben als je niet compleet aan de ‘goden’ wil zijn overgeleverd?

Mijn insteek is nou net dat ik zo min mogelijk dingen wil bewaren voor stel dat en wat als.

Pasgeleden deed ik iets geks. Ik kocht nieuwe goede hoeslakens voor de kinderen, want die we hadden lubberden nogal over de matrassen en raakten steeds los, in een aantal kwam gaten en scheuren. Normaal zou ik dan de oude lakens hebben gedegradeerd tot poetslap maar ik dacht: misschien moet ik ze behouden voor…. ”stel dat wat als”.

Ja, deze tijden doen rare dingen met mensen.

Want: in de toekomst wordt er ook nog wel beddengoed gemaakt. Zekerheid bestaat niet en zit al zeker niet in oud textiel.

Het is een dunne lijn tussen voorbereid zijn en overbodige spullen verzamelen omdat je bang bent maar je weet niet waarvoor precies. Ik bereid me wel voor op enig ongemak in de vorm van uitvallende voorzieningen of problemen in de voedselvoorziening. Er hoeft maar een vulkaan te hoesten, een bootje scheef te liggen in een kanaal of een goedgelukte hack plaats te vinden en we hebben een probleem maar voor echte survivalsituaties buiten heb ik weinig. Een klein beetje uit de bewoonde wereld is het zo -15 ’s winters, hoe moet ik me daarop voorbereiden met zes man?

Dus wat doe je dan, als zichzelf minimalist noemend mensch?

Grenzen!

Zo belangrijk. Fysieke grenzen. Als ik dingen wil bewaren, heb ik daar een afmeten ruimte voor. Een lade, een boekenkast, een opbergdoos. Als deze vol is, dan zet ik er geen lade, kast of doos bij voor hetzelfde doel maar moet er iets plaatsmaken voor een toevoeging die niet meer past. Of ik moet beter worden in tetris.

Ik heb een boekenkast, een statief met draadmanden en twee lage rekjes voor voorraad. Door creatief opbergen, passen en meten kan er een boel in, maar de voorraden hoeven niet over te vloeien naar onder mijn bed, in badkamerkastjes enzovoorts. Er zijn grenzen. Ik bewaar kleding van mijn dochters nu wel maar er is ook een grens aan die hoeveelheid. Een bak per persoon met ingroeikleding is gewoon genoeg. Dan moet de ‘bulky’ wollen trui misschien plaats maken voor een even warme fleecetrui en drie leggings, maar dat is dan zo. Grenzen moeten er zijn.

En: de spullen blijven beneden. Ik heb meer dan genoeg lege ruimte maar als ik die op ga vullen met pakken met goedkope pasta en gedroogde vis dan ben ik niet juist bezig.

Focus op wat is essentieel

Water, voedsel, warmte. Beddengoed en oude handdoeken: niet zo zeer. Kleding: absoluut. Zes leggings en vijftien shirtjes: nee. Laarzen: ja. Nette schoenen: nee. Kaarsen en lucifers: ja. 20 gloeilampen: nee. Je kan toch niet alles voor zijn, om dat te proberen is gekkigheid. Bekijk wat je ECHT nodig hebt, niet wat je misschien eventueel wie weet nodig zou kunnen hebben. Als het moet, red je je met twee outfits. Je kinderen ook. Toen de kleinste baby was, had ik twee wollen rompertjes voor haar en ondanks d’r niet aflatende gespuug en gekwijl heb ik de back-up in de vorm van een extra katoenen exemplaar, zelden nodig gehad, bijvoorbeeld.

Zorg dat je voor elkaar hebt wat essentieel is en ga vervolgens gewoon door met leven zoals je deed, of hoe je zelf aangenaam acht.

Doe en maak het zelf

Water op voorraad is handig, je kan dat doen door vaten te gebruiken van bijvoorbeeld wijnconcentraat. Vullen met kraanwater, waterzuiveringstablet of beetje bleek erbij (druppeltjes: google voor de juiste verhoudingen). Wat makkelijker werkt: een waterfilter ter grootte van een milkshakebeker, waarmee je 30.000 liter kan zuiveren zodat je geen drie kuub van je huis hoeft te gebruiken voor de opslag van water.

Bergen flessengas versus een plat opvouwbare firebox die heel efficiënt verwarmt met takjes en dennenappels etc. Ook in het geval van nood is kant en klaar kopen geen slim idee. Het neemt te veel ruimte in, kost te veel geld en het is onhandig.

En als het moet, is zichzelf nijver voortplantende konijnen houden voor de slacht, handiger dan een vriezer vol vlees. Nu moet ik wel erg honger krijgen wil ik Prikkie en kornuiten opeten, ik geloof dat ik dan liever bonen eet maar toch. Wat je zelf kan verzorgen met dingen uit de natuur, kan je langer aan de gang houden dan een voorraad.

Dingen die je zelf kan voorzien of maken zijn zo veel handiger dan dingen die je in een winkel moet kopen.

Weet dat je heel veel niet nodig hebt

In geval van nood hoef je niet in elke ruimte licht en warmte te kunnen hebben. Je hoeft niet elke dag te douchen als je je kan wassen met water. Geen drie winterjassen te bezitten: een allround jas van goede kwaliteit volstaat. De dingen die we denken nodig te hebben, overschatten we vaak. Ik ook nog. Hoe vaak het al niet bleek dat ik iets waarvan ik meende dat het essentieel was, helemaal niet nodig had. Natuurlijk kan je dat tot in het extreme doorvoeren en laten we hopen dat dat niet nodig is maar het is wel zo. Als het moet, kunnen zonder minstens 80% van hetgeen we nu nog als noodzakelijk zien. Dat geeft mij in elk geval rust.

Niet bang zijn om dingen te verliezen en gewoon eens een tijdje leven zonder hetgeen je essentieel denkt te vinden kan erg verhelderend en geruststellend zijn.

Er is van alles dat je kan bewaren. Glazen potjes met deksel voor als je gaat wecken? Kans is groot dat de deksels na eenmaal niet meer goed afsluiten en je moeite voor niets is. Allerlei lege blikjes voor als je zelf kaarsen wil maken? Probeer het eens een keer en kijk of je iets kan fabriceren met een vlammetje groter dan een millimeter. Oude handdoeken, wat wilde

Leef met de situatie die je hebt.

Kijk naar de opties die je hebt. Elke situatie heeft zijn voor- en nadelen. Je moet er maar het beste van maken. In een stadsflat kan je andere dingen doen dan op het platteland maar iemand in de stad heeft wellicht weer familie dichterbij… Je sterke punten moet je benutten en aan de minder sterke punten moet je doen wat je kan doen.

Bewaar nuttige dingen.

Dingen waarvan ik vrijwel zeker weet dat ik ze nodig zal hebben, bewaar ik of heb ik op voorraad. Dingen waarvan ik denk: ‘misschien kan ik dat in de toekomst nog wel gebruiken’ niet. Want dat ooit is nooit. Nogmaals, je kan niet alles voor zijn en het komt toch anders dan je denkt.

Drank, sigaretten en zilver of goud nemen weinig plek in en kunnen in geval van nood altijd goed geruild worden tegen de dingen die je wel nodig hebt. Die houden altijd hun waarde, gaan niet kapot mits juist opgeslagen en anders kan je altijd nog zelf roker of alcoholist worden.
Doe dit alleen als het geen risico is voor je. Als ik sigaretten in huis had zou ik ze in een zwak moment zelf oproken, vodka daarentegen gebruik ik alleen voor het maken van tincturen en voor desinfectie dus dat kan prima.

Als je er een doel voor hebt en er letterlijk iets mee kan, dan is het wellicht het bewaren waard. Maar een doos vol oud papier en blikjes omdat je hebt gelezen dat je daar een toorts ofzo mee kan maken is gewoon niet handig als je niet weet hoe je dat precies doet.

Preppen is niet alleen spullen verzamelen

Je geestelijk voorbereiden op veranderende tijden is minstens zo belangrijk als het hebben van voorraden. Creativiteit, je niet uit het veld laten slaan bij tegenslag, om kunnen gaan met verandering en je niet al te druk maken over de toekomst of het verleden helpt meer dan een kelder vol pindakaas en tonijn in blik als je alleen maar doem kan denken. Het belangrijkste zijn dingen die je kan en je mentaliteit.

Het is ook niet goed om er te veel mee bezig te zijn. Ik vind het fijn om te weten dat we niet helemaal afhankelijk zijn van electriciteit, van internet en van de winkels, tot op een zekere hoogte natuurlijk.

Dus om een lang verhaal nog langer te maken: bewaar alleen datgene waar je echt wat aan hebt, dat echt iets toevoegt, bekijk regelmatig of wat je hebt, nog actueel is en ondanks alle gedoe, probeer gewoon je leven te leven en er het beste van te maken. Aan zorgen maken over de toekomst heeft niemand iets.

Niet je kop in het zand steken, maar ook niet tobben over straks want alle donkere gedachten van de wereld, kunnen de toekomst niet veranderen. Zeker niet in positieve zin.

Je acties wel. Je weigering om mee te doen met de klamme lapjes, de wattenstokken en de testmaatschappij en de QR-codes ook. Je kritische vragen. De dingen die je deelt en uitkomen voor je eigen opvattingen, ook al verlies je daar soms mensen mee. Doen wat je kan doen en verder…. lekker gaan wandelen ofzo.

Besparen op eten, nog maar eens in de herhaling.

Alles wordt in een heel razend tempo duurder en de dingen worden nooit goedkoper, dus velen van ons moeten zich *nog meer( gaan aanpassen. We kunnen het nog prima betalen maar veranderen is beter om te doen voordat je met voldongen feiten wordt geconfronteerd, dus pas ik langzaamaan dingen aan.

Kleine voorbeelden: ik kocht eieren voor 70 kronen, nu zijn ze 79. Lijkt weinig maar het is 13% duurder ofzo. Makreel van 11 voor 16 kronen. Bijna de helft duurder. En zo is het met veel dingen. Supermarkten hebben leveringsproblemen met bepaalde zaken. Je moet oppassen dat je Noors vlees koopt en dat is vreemd, want Noorwegen is altijd heel fel geweest op het importeren van buitenlands vlees en dus ziektes en andere narigheid maar in Noorwegen is simpelweg te weinig. Of, de mensen eten te veel. Hoe dan ook.

Eten is iets waar mensen als eerste op besparen. Ja, het is makkelijk en het is zo’n groot deel van het leven dus ik snap het maar niet als je in een huis woont dat zes maten te groot is, er een nieuwe auto voor de deur staat en nieuwe kleding kopen een gewoonte is waar je maar niet mee kan stoppen. Niet als voeding de sluitpost is.

Ik ben erg blij met mijn zuinige vaardigheden, hoewel ik ze ook niet altijd gebruik. Ik gooi het nooit over de balk maar ik ben ook niet altijd even knieperig. Het is fijn om soms eens een ‘skolebrød’ voor de kinderen te kopen bij de bakker, om in het weekend te ontbijten met een croissant of om heel decadent drie bakjes aardbeien te kopen (en er misschien drie kunnen redden om zelf te eten, haha). Echter: weten dat dit luxe zaken zijn en geen noodzakelijkheden of een voorwaarde om ‘van het leven’ te genieten, is belangrijk.

We kunnen heel zuinig leven, als we willen, of moeten. Het is (nog) geen moeten, maar deskundigen waarschuwen al veel langer voor een ‘perfect storm’ als het gaat om stijgende voedselprijzen en eten moeten de meesten van ons toch op regelmatige basis dus wat dan, als ‘linzenschotel’ niet echt iets is waar je heel erg warm voor loopt?

Plan je maaltijden!

Wat mij betreft het allerbelangrijkste. Zonder planning vertelt te supermarkt of je lege maag je wat je in je karretje gooit en dat komt nooit goed.

Zelf maak ik niet een planning om elke dag te dicteren wat ik moet eten maar om te zorgen dat ik niet te veel koop. Als ik voor elke dag groenten bij een maaltijd plan, kan het gebeuren dat ik de bloemkool niet verwerk in soep maar roerbak of dat ik de spinazie in een smoothie verwerk in plaats van in de salade, maar ik heb niet aan het einde van de week een zak groene snot en een klonk met cultures in de groentenlade liggen omdat ik er niet aan toe kwam het op te eten.

Wees realistisch en koop geen goede voornemens

Het kan een goed gevoel geven om een groooote berg groenten te kopen maar ga je ze ook opeten? Af en toe iets nieuws proberen en crap vervangen door gezonde dingen is altijd een goed idee maar alleen als je realistisch bent en een plan hebt met hetgeen je koopt. Broccoli kopen als je walgt van de lucht maar het is zo gezond is alleen je geld weggooien.

Ik ken iemand die wilde paleo gaan eten en bestelde hop, vijf kilo amandelmeel. Slecht idee want je moet weten wat je ermee moet doen, weten dat het geen echte vervanging is van bloem, weten dat het heel veel kcal geeft en je het niet onbeperkt moet eten en weten gemalen noten lang in een hete oven zetten niet bijdraagt aan je gezondheid. Zulke dingen.

Daarom: plan je maaltijden. Wil je iets veranderen in je eetpatroon, zoek dan een recept dat erbij past. Wil je meer groenten en minder vlees eten, verminder dan de hoeveelheid vlees en vermeerder de hoeveelheid groenten. Of wees er creatief mee. Gehakt van wortels? Hamburgers of brownies van zwarte bonen? Het zijn hier succesrecepten.

Kies goedkopere producten

Ja duh Gerlinde. Dat weet iedereen die wel eens op geld let al lang. Ik snap dat mensen meer betalen voor biologisch maar als het gaat om gedroogde pasta, snap ik niet dat mensen kiezen voor de variant in blauw karton met een plastic raampje die vijf keer zo duur is dan de budgetvariant. Voor de prijs van een mango, koop je een kilo appels of bananen. In bevroren staat koop je vier keer meer spinazie of sperzieboon voor je geld.

Havermout koop je bijna niets, terwijl je voor de variant met wat rozijntjes of suiker, het tienvoudige betaalt. Havermout is voor veel mensen iets wat ze moeten ‘leren’ eten, een kwestie van willen. Ik heb een grote pot in de koelkast met havermout. Ik vul hem bij met water tot de havermout net onder staat. Het breekt fytinezuur af en maakt het makkelijker te verteren. Je kan het mengen door zuivel en het ‘afmaken’ met wat granola. Je kan er zelf granola van maken. Als je een beetje zout toevoegt aan warme havermout, smaakt het mijns inziens stukken beter. Er zijn een miljoenmiljard mogelijkheden. Er is zelfs een havermoutje-app voor moderne mensen.

Rijst in plaats van quinoa. Oploskoffie in plaats van Nes-whatever-cups.

Veel dingen geven ons het gevoel van luxe en luxe went snel. Maar gelukkig: minder luxe went ook snel. Wij menschen zijn zo ‘succesvol’ omdat we ons zo goed kunnen aanpassen en het meeste zit tussen je oren.

Ja en bonen en linzen. Je moet ervan houden. Ik ben geen fan. Ik heb wel wat op voorraad, voor nood en linzen om te kiemen bij wijze van ‘groente’. Ik weet dat het goedkoper is, ik weet dat mensen er gek op zijn. Linzen lust ik en eet ik geregeld, bonen vind ik samen met knolraap een van de (weinige) dingen aan het verkeerde eind van de ‘eetbaar-eten’ schaalverdeling.

Eet minder (vaak)

De voedselindustrie meent dat we drie gewone maaltijden en drie snacks per dag ‘nodig’ hebben en dan nog iets ’s avonds voor de gezelligheid ofzo maar dat is onzin. Als je je verdiept in intermittent fasting (alleen eten tussen bijvoorbeeld 12 en 20 uur), dan kom je erachter dat er enorm veel bewijs is tegen het opgedrongen idee van zo veel eten. We overvoeren onze spijsvertering stelselmatig met alle nadelige effecten van dien.

Je lichaam went vanzelf aan een ander patroon.

De helft eten van wat je wilde eten kan misschien niet altijd op maar zeker wel in het geval van ‘overbodige’ zaken. Een half bakje vla als dessert, de cracker waar je nog gewoon trek in hebt, in twee stukken breken, een kinderijsje in plaats van een grote softijs, een handje chips in plaats van zes, een beetje (en steeds meer) water bij je sap, smeer beleg minder dik….

Wen jezelf aan te stoppen met eten voordat je vol zit.

Vermijd afval waar mogelijk.

Eten weggooien is gewoon niet fraai. Van een gegrilde kip kan je een bouillon maken. Een slowcooker is trouwens ideaal voor het eetbaarder maken van ‘taai’ of minder gangbaar vlees. Groen van radijzen of wortels kan je ook voor van alles gebruiken. Van de schillen van (gewassen, biologische) aardappels kan je chips maken, of je kan ze in de tuin ondergraven en hopen op aardappelplantjes. Schillen van uien en uiteindes van prei en wortel kan je bewaren om later te gebruiken bij het maken van groentenbouillon. Van oud brood kan je soep, croutons of ‘armeriddere’ maken.

Dit zijn dingen die ik alleen doe in mijn zeer zuinige tijden maar daaraan ben ik inmiddels weer begonnen. Mijn kinderen eten elke sla als er croutons bij zitten, dus een win-win situatie.

Minder afval betekent dat je meer opeet en dat is goed.

Maak het zelf

Nogmaals: niet altijd het meest praktische maar als je geld wil besparen, wel. Niet in het geval van ketchup ofzo maar pannekoeken, soep en zulks is gekheid om kant en klaar te kopen. Je kan je eigen kant en klaar maaltijden maken en invriezen in het geval van tijdgebrek en last minute maaltijden. Je kan alles zelf maken: sambal, atjar tjampoer, pindasaus, pizza, kruidenmixen…. ik zoek gewoon het eenvoudigste recept als ik het voor de eerste keer maak en dan snap ik wat waarom gedaan moet worden en kan ik het de volgende keer wat ingewikkelder maken.

Conserveer het op tijd

Te veel van iets gekocht? Maak het in door te fermenteren of gewoon in een hete azijn-wateroplossing te stoppen. Normaal is inmaken een gedoe met steriliseren en pannen met kokend water etc maar wat ik doe als ik te veel dreig te hebben: ik maak de groenten schoon, zoek een goed inmaak-recept en maak het in voor in de koelkast. Stop groenten en smaaktoevoegingen in een stevige glazen pot, kook half azijn half water en overgiet met het hiermee. Laat afkoelen, bewaar in de koelkast. Na een dag is het al prima te eten.

De warmte, azijn en eventueel suiker of zout verlengen de houdbaarheid en als je het ingemaakte in de koelkast bewaart en binnen een paar weken opeet, is gewoon schoon werken genoeg om geen rare cultures te kweken.

Maak van ‘niet zeuren’ je motto

Voor jezelf en voor je kinderen. Vaak projecteren we onze eigen voor- en afkeuren op onze kinderen. En zijn we veel te veel toegeeflijk in het toegeven aan hun wensen. We zijn ook zo gewend om precies datgene, in die hoeveelheden te eten en drinken als we willen maar soms is het goed om even niet zo te zeuren. ‘Ik lust geen water’ valt in die categorie. Of: ‘ik houd niet van groenten’. Er zijn een miljard manieren om groenten klaar te maken, zeggen dat je het niet lust is gewoon luiheid.
Niet dat je in een constante staat van zelfontkenning moet leven, maar kom op 🙂 Net als ‘ik lust geen restjes’. Waarom lust je iets ’s avonds wel en ’s middags of de avond erna niet? Ik heb ook niet altijd trek in wat er over is maar och, eten is eten en het is waanzin het weg te gooien omdat mevrouw prinsesje er niet zo veel zin in heeft, vertel ik mezelf.

Desperate times, desperate measures.

We zitten niet in financiële problemen, gelukkig! Maar het is wel iets dat iedereen kan overkomen en dan zal je toch moeten doen met wat er is en zorgen dat je niet verder wegglijdt. Om dan vast te blijven houden aan luxe zoals duur vers fruit, verse bladgroenten, rood vlees… ik zou het zelf niet doen en kiezen om te redden wat er te redden valt. Dan maar een tijdje over op kool, wortels, aardappels, gehakt, uien, rijst, bonen, linzen, pindakaas, oploskoffie etc. En eten wat je nog hebt, ook al zijn het wellicht ongewone combinaties.

Natuurlijk is het belangrijk om jezelf ook wel iets te gunnen. In een moeilijke situatie ook nog eens zonder datgene doen dat je de dag of nacht door helpt, schiet ook niet op hoe goedkoop het ook is om het niet te doen: het maakt het uiteindelijk alleen maar moeilijker, tenzij je over onuitputtelijke wilskracht beschikt. Maar goedkoper en minder kan meestal wel, wellicht door je gewoontes te veranderen.

Het stoïcijnse idee spreekt me wel aan. Die stellen dat het prima is om van dingen te genieten, zo lang het je niet afhankelijk maakt. Je kan prima zo nu en dan taart eten, uitbundig dineren of genieten van goede wijn, zo lang jij de baas bent. Zo lang je weet dat je niet ‘lijdt’, op het moment dat het er niet is. Dat je ook gelukkig kan zijn met water, oploskoffie, met rijst met een eitje en havermout. Het moet geen voorwaarde zijn om het leven aangenaam te vinden want het doel van eten, is je lichaam voeden met goede dingen en niet je smaakpapillen strelen. Niet zelden gaan deze dingen ook absoluut niet samen 🙂

Maandag.

Na een hele mooi week, hebben we nu regen. Heel veel regen. We zitten lekker binnen. Gisteren had ik al de weekly home blessing gedaan (a la Flylady: stoffen, stofzuigen, dweilen, afval naar buiten en oud papier opruimen). We waren nauwelijks binnen, dus dat was snel genoeg klaar.

Vette pech voor de oudste, want die moest vandaag fietsen. Gelukkig heeft ze een nieuwe fiets. Deze week is het weer kustcultuurweek op school. Ze gaan varen, bootjes en krabbensnoeren maken, de jongen gaat met zijn klas overnachten op het eiland Skauerøya. Verder zijn er strandopruimacties, barbecues en wordt er gezwommen in zee. En tussendoor leren ze nog wat over soorten vissen, wier, schelpen etc.

Alle kinderen zijn voorzien van een nieuwe fiets. Ik vond het onzin en een tweedehands doet het ook prima maar we kregen geld van mijn ouders die erop stonden dat we in elk geval de kinderen van fatsoenlijke, nieuwe fietsen zouden voorzien.
De oudste kreeg een bijna nieuwe fiets van een vriend maar heeft nu het kinderzitje van mijn fiets af is, mijn fiets zich min of meer toegeëigend. Ook goed, voor nu. Gisteren hebben ze de halve dag gefietst. De fiets van DL2 heeft alleen geen versnellingen terwijl hij er zes zou hebben volgens de informatie, dus probeer te chatten met de Zweedse klantenservice.

Zo vervelend altijd, achter dingen aan moeten. De leren ballerina’s die ik kocht voor hetzelfde kind, zijn na krap drie weken al versleten met loslatend stiksel en glitters. Ze waren niet goedkoop ofzo. Ik kan beter een paar van die nepcrocs kopen, daar lopen ze een hele zomer op.

Na veel gedoe heb ik het geld van mijn KitchenAid terug ontvangen maar nu heb ik geen KitchenAid meer. Aan de andere kant: dat geld kan ik ook wel op een andere en betere manier gebruiken. Ik maak gewoon alleen nog maar no-knead broden. Of Irish Soda Bread. Inmiddels heb ik ook een no-knead pizzadeegrecept gevonden. Het enige is dat je het niet op het laatste moment kan bedenken, in het geval een no knead bread maar ach.

Alleen maar gedoe, spullen!

Och ja, ben ik ook van die wens weer genezen. Bezit van de zaak, is het einde van het vermaak. In elk geval wel als het allemaal niet doet wat het moet.

En zo kom ik toch weer uit bij het principe dat eenvoud eigenlijk altijd beter is 🙂

Ik las een leuk boek dit weekend. Twee eigenlijk: Possum Living van Dolly Freed. Ze leefde samen met haar vader in een zelf opgeknapt huis. Ze hielden konijnen in de kelder om te eten en kippen voor eieren, ze gaan uit vissen, noten en bessen verzamelen en in het boek geeft ze een enorme hoeveelheid tips om zo goedkoop en zelfstandig mogelijk te leven. Ze stopte met school en schreef het boek toen ze 19 was. Het boek is uit 1978 dus niet alles is even actueel maar ik houd ervan om te lezen dat er mensen zijn die het gewoon doen. En perfect kunnen leven. Later is ze NASA-engineer geworden en het boek heeft een nawoord van een oudere en wijzere Dolly. Erg vermakelijk. Niet dat ik nu heel gemotiveerd ben om onze konijnen als avondmaaltijd te gebruiken maar ik houd van haar ‘mindset’.

En ik las Living on Almost Nothing van Amber Storck, a.k.a. Prepper Princess. Eveneens een leuk boek. Lekker verhelderend ook. Over waarom een huis kopen en je hypotheek in dertig jaar afbetalen jezelf voor de gek houden is als je denkt dat je een ton winst maakt als je het voor 2 ton koopt en voor 3 ton verkoopt. Over hoe je er voor heel weinig zo goed mogelijk uit kan zien. De enige manier om een creditcard te gebruiken. Ze vertelt hoe ze in de schulden raakte (een nutteloze college education die niet deels vergoed kreeg omdat haar moeder 6 dollar boven de grens had verdiend en een vervolgens failliet gegane onderwijsinstelling). En hoe ze hier weer uit kwam. (niet met minimumbetalingen doen). Allebei de boeken zijn aanraders wat mij betreft! Als je tenminste geïnteresseerd bent in een onconventioneel en zuinig leven.

Ja, ik zal weer eens schrijven over zuinig leven enzo. Het zal wel moeten he?

Wat is dit voor zomer?

Is het de laatste zomer met achterlijke maatregelen? Is het de laatste zomer dat we ons nog enigszins vrij kunnen bewegen, als ongevaccineerde mondkapweigeraars? Geen van het bovenstaande? Ik weet het natuurlijk ook niet maar ”aim for the best and prepare for the worst” is mijn motto de laatste tijd.

Ik voorzie nog veel meer misinformatie. Nog meer rare sprongen van de katten in het nauw. Ze beginnen wat voor ons de kopstukken zijn, onder de trein te duwen. Fauci, bijvoorbeeld. In de herfst beginnen de mensen met vaccinatie ongetwijfeld te sterven en de vraag is in wat voor tempo. Nu al zijn de berichten talrijk van covid-afdelingen waar exclusief mensen liggen die volledig gevaccineerd zijn en een dramatisch hogere IFR van mensen die De Prik hebben gehad, ten opzichte van de mensen die dat niet hebben gehad.

Natuurlijk zullen de ongevaccineerden de schuld krijgen. Die denken alleen maar aan zichzelf en niet aan de medemens, zoals alle gevaccineerden zichzelf en anderen voorhouden. ‘Je doet het ook voor de ander’. Wat een martelaarschap! Hoe nobel!

Zeg gewoon dat je bang bent voor een ziekte met de fataliteit van een flinke griep, dat je je liever laat voorlichten door Ab en Marion dan dat je je eigen onderzoek doet, dat je graag op vakantie wil of wat dan ook maar niet dat je mij beschermt door je te laten vaccineren dat het virus sterker en dodelijker maakt op zijn best en een ware ravage zal veroorzaken in het meest zwarte geval.
Zeg gewoon dat je in 2016 en 2018 (en daarvoor) geen idee had wie met welke leeftijd en welke condities de eveneens de IC”s (over)bevolkten: dat waren ook mensen met kapotte longen, jonge mensen en ogenschijnlijk gezonde mensen met zeer ernstige griep, maar dan zonder de propagandamachine van ‘covid19’ die je nu laat geloven dat er een killervirus rondwaart waarvoor je experimentele gentherapie toegediend dient te krijgen.

De haat, de onverdraagzaamheid neemt toe. En dat is de bedoeling. Er is een reden dat vreedzame demonstraties tegen de maatregelen worden neergeslagen door de politie en ME, terwijl even verderop het Marxistische, blanken hatende volk van BLM door knielende politieagenten wordt vergezeld en geen strobreed in de weg gelegd wordt. Verdeel en heers.

Als hardnekkig vaccinweigeraars, zal ons het leven niet makkelijker gemaakt worden. Ik voorzie het en bereid me er op voor. Geestelijk. En mijn voorraden schommelen niet, maar worden op peil gehouden of verder aangevuld, ook met het oog op sterk stijgende prijzen, inflatie.
En dat is eigenlijk het enige dat ik kan doen. Me druk maken is nutteloos, we zien wel hoe het loopt. Ik denk niet dat onze groep nog verder groeit, de meeste mensen blijven slapen of zullen simpelweg niet toegeven dat ze fout zaten en zelfs als Rutte naar ze toekomt om de hele hoax te verklaren, zullen ze blijven vasthouden aan wat ze geloven.

Echt, ik heb zo’n oom en tante. Zelfs nu vinden ze Rutte nog de held die het land zo heldhaftig door de crisis loodst. Tja, wat moet je dan nog hè? Nu was de liefde voor mijn (enige) oom en tante toch al bekoeld jaren geleden toen mijn oom zei dat een kapot geschoten kleuterklasje met dode en verminkte kindjes in Irak gewoon collateral damage was van een nu eenmaal noodzakelijke oorlog, maar dat is een ander verhaal. We doen wel gewoon tegen elkaar hoor, geen ruzie. Maar sinds zo’n anderhalf jaar ook weinig gelegenheid dat te maken 😉 Als mijn ouders hen zien, vermijden ze elk politiek- of covidgerelateerd onderwerp inmiddels zeer behendig, haha.

In elk geval weten we nu waar iedereen staat. Dat schept duidelijkheid.

Het wordt een bijzondere herfst, dat denk ik wel. En winter.

Ik ben blij dat ik me hier redelijk aan de wereld kan onttrekken en dat ik de mogelijkheid heb mijn kinderen thuisonderwijs te geven als de gekkigheid -die toch steeds wordt opgevoerd- op school te hoog wordt.

En verder: gaan we gewoon een heerlijke zomer vieren. Vieren. Boottochtjes, picknicken op eilandjes, ’s avonds met het bootje naar Brekkestø voor Noorwegens Grootste IJsbolletje, varen met de ‘donut’ achter de boot, baden in zee zes keer per dag, grillen, marshmallows grillen, niets hoeven, wandelingen maken, lange weekenden vieren met de man thuis, jam maken van de vruchten die we plukken als de kinderen niet meteen alles opmuilen, lange avonden rond de bÃ¥lpanne (kampvuurpan) en zo veel mogelijk weg van Das Leben der Anderen.

‘Ik kan er toch geen pokke aan doen’ zou opaatje zeggen.

Ik ook niet opa.

‘Laten we er dan nog maar eens om lachen’.

Ok opa 😀

Een andere houding ten opzichte van huishoudelijk werk

Foto door Monstera op Pexels.com

Soms lopen de dingen niet zoals ze moeten lopen. Alles wat je doet, kost meer tijd dan nodig en de helft van de dingen die je wil doen, doe je niet eens. Want ‘tijdgebrek’. Of het lijkt gewoon te veel om aan te beginnen en dus doe je het maar niet, terwijl het elke dag, bewust of onbewust, meedraait op de achtergrond in je hoofd.

Als je hoofd en huis vol zitten met troep, is het lastig om te focussen op het moment, laat staan om er plezier in te vinden.

Het is lastig om plannen te maken voor de toekomst, omdat al die oude dingen in de weg zitten. Je gaat misschien denken dat je leven een stuk aangenamer zou zijn met nieuwe kleren, een groter huis, makkelijkere kinderen, een meer opmerkzame man… Maar is dat zo? In sommige gevallen: ongetwijfeld. Maar ik merk zelf dat als ik wat te klagen heb, het meestal een kwestie is van mijn eigen instelling. Van mijn eigen manier van denken. Van het feit dat ik mezelf moeilijk maak. Dat ik mijn eigen leven niet genoeg heb georganiseerd, of op de verkeerde manier. Dat ik zelf te weinig besteed aan mezelf, wat alles wat ik doe lastiger maak en wat me juist minder leuk maakt voor man en kinderen.

Marla Cilley schrijft hierover: ‘we gedragen ons te vaak als martelaren. We denken dat zelfopoffering ons dichter bij God brengt, terwijl eigenlijk in veel gevallen dit gewoon je ego is die spreekt. ”Kijk eens wat ik voor je doe” en ondertussen doe je die dingen met boosheid in je hart. ”Niemand anders doet het, dus ik doe het wel weer” en ”niemand kan dit zo goed als ik”. Of: ”kijk mij eens geweldig zijn met alles wat ik doe”. Hierdoor kunnen andere mensen al niets meer bijdragen.

El-ke-dag-weer. Ja, zo gaat dat met huizen en kinderen en echtgenoten en jezelf. Sommige taken moeten elke dag verricht worden en kunnen voelen als ondankbaar werk omdat niemand nu eens vertelt dat de wc zo fijn schoon is en in plaats van te waarderen dat je hun kleren hebt verzameld, gesorteerd, gewassen, opgehangen, afgehaald, gestreken en opgevouwen hoor je zuchten omdat ze het nog even in in hun eigen kast moeten leggen, een taak van 30 seconden.

Maar heb je dat nodig, die constante bevestiging? Natuurlijk niet. Je doet deze dingen voor jezelf en voor je familie. Je weet dat ze van je houden. En het meest houden ze van een moeder of vrouw die op de eerste plek goed voor zichzelf zorgt en zich niet ziet als een martelaar omdat ze doet wat nu eenmaal haar taak is.

(ik hoor feministen knarsetanden nu maar dat is ook juist zo grappig).

Er is maar een pad om te volgen en dat is dat van tevredenheid, van het mooiste ervan maken dat je kan. Wat precies mooi is, is voor iedereen verschillend maar het mooie daarvan is weer, dat je zelf de vrijheid hebt om dat in te vullen, binnen de grenzen van wat mogelijk is uiteraard. Maar het kennen en respecteren van die grenzen, is eveneens iets dat het leven mooier en aangenamer maakt.

We kennen allemaal het gegeven dat je in een vliegtuig wordt verteld dat je eerst je eigen zuurstofmasker op moet zetten, voor je dat van je kinderen bevestigt. Ik vind het een mooie analogie maar ik denk dat het ook verkeerd gebruikt wordt. Een dag naar een spa, ’s avonds uren Netflix kijken, winkelen en te veel geld uitgeven: ‘eigen zuurstof eerst’. Maar het gaat er niet om wat je af en toe doet, het gaat erom wat je dag in, dag uit doet.

Je kan in de loop van de dag veel kleine momenten inbouwen voor ‘eigen zuurstof’. Een paar voorbeelden:

  • Een half uurtje eerder opstaan dan je gezin om te douchen, je mooi aan te kleden, make-up op te doen en koffie te drinken en ontbijt voor te bereiden. Hierdoor begint de dag vloeiend in plaats van frustrerend omdat je nergens tijd voor hebt en om half elf nog in je vuil rondloopt.
  • Een goede ochtendroutine, en een avondroutine om je voor te bereiden op die ochtend. Hoe heerlijk is het om wakker te worden in een opgeruimd huis en je koffie te maken in een schone, opgeruimde keuken?
  • De tijd nemen om je eten te eten, zonder scrollen, lezen of andere afleidende activiteiten.
  • Houd je huis schoon en opgeruimd.
  • Je kinderen leren je niet te storen als je om drie uur een kop thee drinkt en een kwartiertje een boek leest zodat je even een kwartiertje kan opladen.
  • Je dagelijkse bezigheden plannen op een manier die bij jouw leven past zodat je nooit meer laatstemomentoplossingen moet bedenken die veel tijd en geld kosten.

Ik loop ook wel eens te zeuren over het feit dat ik iets vijf minuten geleden gedaan heb en het nu alweer ongedaan is gemaakt. Over dat ze weeeer hun vuile sokken niet opruimen. Over dat er vette vingers op mijn brandschone ramen zitten. En weet je, ik voel me dan altijd zo’n ongelofelijke muts als ik daarover klaag. Want ik maak er een probleem van op dat moment, en ik weet ook dat ik veel betere opties heb: het laten rusten, de overtreder vriendelijk verzoeken het probleem te verhelpen, het zelf doen… Alles is beter dan zucht, zucht, steun, steun.

Als we buitenhuis werken, worden we ook niet (openlijk) chagrijnig als we el-ke-keer hetzelfde moeten doen. We noemen het zelfs ‘afwisselend’, haha. Zeker voor je eigen familie, zou je je ook gewoon zo bij elkaar moeten pakken, even diep adem halen en het goede voorbeeld geven door niet te zeuren of niet boos te worden of niet te verzanden in martelaarschap.

En als we tijd voor onszelf maken, opeisen, dan zijn we ook leuker. En een beter voorbeeld voor onze kinderen en leuker voor onze echtgenoten. Wie luistert er naar een moeder die moppert over onopgeruimde kamers terwijl haar eigen kamer een chaos is? Welke man komt even graag thuis bij een chronisch bozige slons in d’r joggingbroek en d’r haar in een vogelnestje als bij een gezellige, kalme vrouw die zichzelf overduidelijk de moeite waard vind om aandacht aan te besteden?

Vaak zijn het ook gewoontes. We willen niet vervelend doen, zeuren, schreeuwen of ontevreden zijn of onszelf zielig vinden maar we zijn gewend op een bepaalde manier te reageren en onze dagen op een verkeerde manier in te delen zodat alles constant door onze handen lijkt te glippen Bewust worden hiervan, even adem halen en een andere, aangenamere reactie geven is voor iedereen beter. De tijd nemen voor het opzetten van effectieve routines, waarbij we ons eigen welzijn voorrang geven omdat je uit lege vaatjes nu eenmaal niet kan tappen.

Om van je naasten te houden zoals van jezelf, moet je dus eerst van jezelf houden. Je bent het waard om de persoon te zijn die je zou willen zijn.

Spijt van dingen die weg zijn gegaan?

Mensen vragen me wel eens of ik geen spijt heb van de dingen die ik weg heb gedaan. En ik probeer soms een voorbeeld te vinden van iets waarvan ik achteraf dacht: beter niet, maar kom dan tot de conclusie dat dat zelden het geval was.

Ik herinner me een paar hoge zwarte veterlaarzen, waarvan ik de rits gewoon had kunnen laten maken, vermoedelijk. Dat is echter al 16 jaar geleden.

Heb ik wel eens iets ‘teruggekocht’? Ja. Een tipitent bijvoorbeeld. We kochten die 12 jaar geleden. Een enorm ding, zwaar katoen dus amper te tillen en droog te krijgen in een regenachtige periode… We hebben er veel aan gehad toen we tijdelijk dakloos waren toen ons huis hadden verkocht en naar Noorwegen vertrokken maar eenmaal hier hebben we hem niet meer gebruikt en na vier of vijf jaar, verkocht ik hem.
Later wilden de kinderen heel graag de tipitent terug. Voor 100 euro kocht ik een mooi gebruikt ‘plastic’ exemplaar, waar ook een houtkachel in kan, die mijn oudste twee kinderen zelf kunnen dragen en in drie minuten opzetten, die in een vloek en een zucht droog is en die een kwart van de plek van de Tentipi-tent inneemt.

Een keukenmachine. Ik gebruikte hem vooral om deeg te kneden maar hij werd steeds gammeler. Wellicht had hij nog gemaakt kunnen worden maar ik heb hem destijds naar de kringloop gebracht, met de melding erbij wat er aan de hand mee was. Een paar maanden geleden kocht ik een KitchenAid, wat ik vermoedelijk toch wel gedaan had, ook als ik de oude nog gehad had.

Soms denk ik wel eens aan iets dat ik heb weggedaan, als ik het me in een zeldzaam geval nog herinner maar missen: nee.

Maar stel dat je nu wel dingen mist? En misschien is dat de reden dat ik nooit dingen mis, of spijt heb.

Is het het waard?

Allereerst: Moet je je bezittingen minimaliseren of op zijn minst ontrommelen laten omdat je een paar dingetjes ‘mist’? Is het belangrijker deze dingetjes te houden, dan de rust en kalmte van een opgeruimd huis? Heb je liever een huis met schotten waar spullen van vele decennia achter lurken? Wil je liever een onbegaanbare zolder met dingen die je erfde en bewaarde voor ‘ooit’, waarvan je geen idee hebt wat je ermee moet? Uitpuilende keukenkastjes, overstromende trapkasten en in paniek raken van onverwachts bezoek, want altijd een rommel? Tegen nooit eens klaar zijn met opruimen?

Ik denk van niet. Ja, je maakt een keer een verkeerde beslissing. Het was echter niet de eerste en vermoedelijk is het ook niet de laatste, tenzij dit je laatste dag is in het land der levenden.

Denk niet aan het ding maar aan het gevoel waarmee je het wegdeed.

Onthoud met welk gevoel of doel je de dingen hebt weggegeven. Ik heb mijn trouwjurk weggeven aan de basisschool van mijn kinderen. Ik gaf hem weg omdat ik de man nog heb, de jurk veel plek in nam, omdat het eigenlijk niet mijn eigen keuze was maar ook voor een groot deel omdat mijn moeder hem zo leuk vond en omdat mijn ouders met degene van wie ik hem kreeg, gebroken hebben wegens onvergeeflijke rotstreken.
Ik kan dan gaan denken aan hoe leuk het zou zijn als mijn dochters die jurk weer hadden kunnen gebruiken en me druk maken over het feit dat ik hem niet meer heb maar het gevoel waarmee ik hem wegdeed, prevaleert.

Accepteer het

Als in: het is weg, jammer dan. Ga gewoon verder met leuke dingen doen in plaats van in het verleden te leven. Totaal nutteloos, tenzij je het verleden ziet als iets om lering uit te trekken maar dat is iets dat velen dan weer verzuimen 😉

Zie het als een wijze les

Spijt dat je iets weg hebt gedaan? Net zoals het doen van miskopen is het niet iets waar je jezelf voor je kop voor moet slaan maar zie het als een aanwijzing. Bij een miskoop leert het je wat je niet moet kopen of wanneer je niet moet winkelen of door wie je je niet iets moet laten aansmeren en bij iets dat je weg hebt gedaan, leert het je wat je in het vervolg niet lichtzinnig moet wegdoen.

Koop het opnieuw

Een kabeltje, snijplankje of blikopener te veel gedeclutterd? Gelukkig is daar De Winkel, alwaar je een nieuw exemplaar kan aanschaffen. Superduperhandig!

Wees eerlijk over wat het was

We denken van onze eigen meuk altijd dat het meer waard is, dan het eigenlijk is. Is wetenschappelijk aangetoond met lelijke koffiemokken ofzo. Mensen die de koffiemok hadden gekregen in plaats van geleend, schatten de waarde veel hoger in. Opmerkelijk….

Maar: was het echt zo mooi? Was het echt zo leuk? Had je het echt zo nodig? En zo ja, waarom deed je het dan weg? Er was vast een goede reden voor en achteraf kunnen de dingen leuker lijken dan ze echt waren.

Het is maar een ding. Ook als het van je oma is geweest, als je het op vakantie hebt gekocht, als het nu eigenlijk zo leuk had gestaan bij dat nieuwe rokje enzovoort. Het is niet het einde van de wereld, we hebben bijna allemaal meer dan noodzakelijk. Wees tevreden met wat je nog wel hebt. Makkelijk 🙂

Onthoud het genot van niet bezitten

Niet bezitten is niet hoeven verzekeren, niet hoeven op te slaan, niet hoeven te organiseren, niet hoeven te vervangen, niet hoeven te voorzien van meer spullen zoals onderhoudstoebehoren of plastic opbergdozen of matchende schoenen, niet hoeven achterlaten in een erfenis, niet hoeven wassen, niet hoeven besluiten wel of niet houden, niet….

Het is fijn om lichter door het leven te gaan, belast met minder meuk en minder om je druk om te maken.

Vind iets anders dat het werk ook doet

Ik merk dat naarmate we minder hebben, ik creatiever ben met wat we wel hebben. Snel even naar de winkel kan wel maar doe ik zelden, want 16 km voor een klein dingetje op en neer rijden is idiotie. En dat is dan nog maar voor het beperkte aanbod van lokale winkels, iets specifiekers ligt gauw 25 km hier vandaan.

Dus. We lenen soms iets, gebruiken iets dat we al hebben, improviseren, maken het zelf etc. Of doen gewoon zonder.

Veiligheid en rijkdom zitten niet in de overbodige spullen waarmee we ons omringen.

Ik snap het idee van een beetje extra ‘voor het geval dat’. Ik heb nu ook een grotere voorraad dan 1,5 jaar geleden en heb wat kinderkleding op de groei, alsmede wat handige dingen waarmee we ons in geval van nood kunnen redden. Nood als in: een paar weken of maanden zonder stroom, geld of verse aanvoer van levensmiddelen.

Maar gaan we dan geholpen zijn met een extra slakom, oma’s oude schommelstoel of onze oude ansichtkaarten? Welnee. We zien dan nog meer wat echt belangrijk is en dat zijn toch de basisbehoeften van bescherming, eten en drinken, warmte en liefde.

Dus… gewoon jezelf niet al te druk maken, schouders ophalen en een welgemeend ‘oh nou ja dan’ werkt in mijn geval het allerbeste.