Het argument tegen dingen bewaren.

Jaja, het zijn verwarrende tijden voor de minimalistische mensch. ‘You will own nothing and you will be happy’ klinkt gek genoeg niet als muziek in mijn oren. Niet omdat ik dingen wil hebbehebbe maar omdat niets bezitten je maakt tot een slaaf. Heel veel bezitten ook, maar dat is een ander verhaal.

Normaal gesproken deed ik, op de dure artikelen als winterjassen en skibroeken na, alle kleding weg van de kinderen als ze eruit waren gegroeid. Er zit 5 jaar tussen de 1e en 2e dochter en 3 tussen de 2e en de 3e en wat moet ik in de tussentijd met al die dingen; spullen zijn er om gebruikt te worden.

De volgende vindt het niet leuk, is geen lente- maar een herfstkind en heeft dus geen maat 122 in de zomer, houdt niet van leggings – coltruien – whatever en bovendien, zo veel hebben ze niet dus ik koop liever wat we op dat moment nodig hebben dan alles op voorraad te houden waar het ook niet beter van wordt.
Mijn regel is voorts dat wanneer ik iets nieuws koop, het oude weg moet. Wat is anders het punt van nieuw kopen?

De laatste maanden dacht ik echter steeds vaker: maar hier kan ik nog wel wat mee. Van dit flink sleetse beddengoed kan ik theedoeken maken. Of stofdoeken. Of…. Ik organiseer het netjes in een bak, mooi opgevouwen, dan ligt het me niet in de weg.

Of…. ik doe het lekker niet. ’t Is niet echt dat een voorraad van 40 zelfgemaakte theedoeken onze vege lijven en zielen zullen redden.

Het hebben van spullen zonder dat ik er een plan voor heb: ik kan er niet tegen. Dingen bewaren voor ‘stel dat’.
Ja, ik heb eten op voorraad. En lucifers en kaarsen. En een stapel hout. En een firebox.

Stel dat mensen weer gaan paniek-kopen of er anderszins een kink in de bevoorradingskabel komt. Stel dat de stroom uitvalt (zo onwaarschijnlijk is dat niet, er hoeft maar een zeilboot met te hoge mast tegen de leidingen aan te varen). Maar een lap versleten stof voor het idee dat er straks geen versleten lappen stof meer zijn, dat is onzin. Ik wil geen kleden maken van repen oud textiel en geen 40 theedoeken van mijn oude dekbedhoes.

Het is belangrijk om het overzicht te bewaren. Wat is belangrijk, wat niet.

Warme jassen, goede winterlaarzen, regenpakken, haardhout, goed calorierijk voedsel en vooral elkaar, dat is belangrijk. De rest… nah.

Rust in mijn hoofd. Ik kan prima tegen meer spullen op voorraad. Ik houd alles netjes georganiseerd en schoon. Ik heb dingen waarvan ik anderhalf jaar geleden niet gedacht had, dat ik ze nog eens zou hebben. Want er is altijd een dokter, een ziekenhuis, een supermarkt, een kledingwinkel etc. Toch? Tot dat echter niet meer zo zeker is.

Bijzonder hoe snel dat kan verkeren.

De afgelopen dagen kocht ik veel. Dingen die we toch wel nodig hebben. Dingen die al langer op mijn lijstje stonden. Dingen die we hopelijk niet nodig gaan hebben maar waarvan er een gerede kans is, dat het wel het geval zal zijn. Dingen die ik toch wel zou kopen, maar die ik allemaal wat eerder dan echt noodzakelijk heb aangeschaft. Dingen die echt handig zijn om te hebben. Dingen die me rust geven om te hebben in een keihard veranderde wereld.

Maar nu ben ik het wel redelijk zat, haha. Het dingen kopen, dingen een plek moeten geven, nadenken over dingen die ik nodig heb in de toekomst. Ik wil gewoon weer ‘nooit’ naar de winkel en ‘nooit’ wat kopen. Gelukkig is dat ook niet heel moeilijk 🙂

Een goed argument tegen het bewaren van allerlei kleding is het uitzoeken van allerlei kleding 😀