De kracht van begrenzingen.

Foto door cottonbro op Pexels.com

In onze wereld, wordt ons verteld dat hoe minder grenzen en beperkingen er zijn, hoe beter het leven is. Hoe mooi zou het zijn als je de lotto zou winnen. Als je alles kon kopen wat je wilde. Als je overal naartoe kon reizen waar je wilde. Als geld geen beperking was…. Dat leven is wat gepromoot wordt. Waar je naar moet streven: zo veel mogelijk wensen kunnen vervullen.

Er komt geen einde aan.

En dat is het probleem.

Routines, restricties, budgetten en gewoontes worden gezien als saai. Ze zouden je beperken in je vrijheid want je moet toch altijd kunnen doen, eten, kopen, horen wat je zelf wil, op elk moment? Consumeren is vrijheid, dat weet je toch!

Toch, mijn leven is beter en ik voel juist meer vrijheid als ik mezelf wat restricties opleg. Als ik minder consumeer.

Ik voel me beter in mijn vel als ik mezelf niet maar laat eten waar ik denk trek in te hebben maar me beperkt tot twee, drie gezonde maaltijden per dag.

Als ik alleen het hoognodige uitgeef: een beperkt bedrag aan boodschappen, nieuwe kleding en schoenen als we dat nodig hebben en verder niets, groeit ons spaarsaldo en hoewel ik liever niet te veel geld op de bank heb voel ik me goed bij het hebben van een buffer.

Als ik op tijd naar bed ga en op tijd opsta, voel ik me beter dan wanneer ik ‘lalala gezellig’ tot half twee opblijf en er om half negen pas weer uitrol.

Als ik mezelf dwing om mijn huis te poetsen, geef ik mezelf het cadeau van een schoon en aangenaam huis waarin ik mezelf en creatief kan zijn en kan ontspannen, iets wat me niet lukt als overal dingen zijn die me vertellen: ‘ik hoor hier niet’ en ‘ik moet schoongemaakt worden’ en ‘ik zit vol met vette vingerafdrukken’.

En ook: hoe meer ik deze ‘beperkingen’ volg, des te minder ben ik het pingpongballetje van anderen. Als ik gezond eet, laat ik me niet verleiden tot 5 repen chocola voor 100 kronen. Als ik ‘niets kopen’ mijn mantra heb gemaakt, laat ik die leuke theedoeken en afgeprijsde truitjes lekker in de winkel. Als ik besluit niet meer dan 1600 kronen uit te geven aan boodschappen, loop ik voorbij aan aanbiedingen voor lekkere maar alsnog overbodige producten. Als ik besluit om geen mensen te volgen op sociale media die me iets verkopen, krijg ik niet het malle idee dat ik een veganistische geurkaars / nieuwe lippenstift / frisse stapel badhanddoeken nodig heb om mijn bestaan te verrijken.

Ik bepaal zelf waar ik tevreden mee ben en dat is met weinig -steeds minder- materiele zaken.

Hoe heerlijk is het om een uurtje meditatief je huis schoon te maken (jezelf vertellen dat het huishouden vervelend, oneerlijk en ondankbaar is werkt alleen maar tegen je) en de rest van de dag in een schoon huis te kunnen zijn, denken, schrijven, mijmeren, lachen, ontspannen, koken?

Hoe minder je je aantrekt van de buitenwereld, des te meer word je immuun voor alles dat daar verzonnen wordt. Ik hoef geen stofzuig- of grasmaairobot, geen ‘slimme’ apparaten, geen nieuwe kleding. Mijn eigen dingen doen en mijn eigen postzegel netjes houden, geeft me meer voldoening dan welke niet noodzakelijke aankoop dan ook.

Mezelf begrenzen tot drie maaltijden, zorgt dat ik niet meer hoef na te denken of ik ’s avonds nog iets wil eten: ik doe het gewoon niet en daarmee houd ik mijn gedachten vrij van denken aan eten en mijn lijf vrij van laat eten dat niet lekker op de maag valt.

Juist als je je beperkt, vindt je vrijheid.

Deze wereld verkoopt dure leningen als financiële vrijheid, huizen van vijf ton als vrijheid om je leven te leven zoals je wil, suiker en transvet als genieten, vijftien soorten muesli als keuzevrijheid, keuze uit tien soorten slavenbanen om dat huis van vijf ton te betalen als carrièrekansen…

Een eenvoudiger leven, geeft vrijheid. Iets niet willen is vrijheid. Iets niet nodig hebben is vrijheid. De dingen die de maatschappij aanbiedt weigeren, is vrijheid. Zelfopgelegde restricties op dit gebied, geven vrijheid.