Terug naar je natuur…

Foto door VH S op Pexels.com

Ik heb wel eens eerder geschreven over de narigheid van constant gebombardeerd worden met berichten over hoe we dingen beter kunnen doen, productiever kunnen zijn en hoe we de beste versie van onszelf worden door een zevenstappenplan vol onduidelijke en onpractische adviezen op te volgen wat uiteindelijk niet werkt.

En ook: hoe we constant worden ‘gedwongen’ onszelf te vergelijken met anderen en dan niet op een manier waarop we onze zegeningen tellen, maar een manier waarop we onszelf minder waard vinden dan de ander. Je haar te dun, je benen te kort, je stem te vreemd, je neus te groot, je lippen te dun, je bips te plat of was ie juist maar plat, je huis te action en ikea, je garderobe te flauwtjes, je voorraad te weinig…

Er is niets mis met beter willen zijn dan je was. Of met uit je comfortzone komen. Bij tijd en wijlen. Maar dan is het denk ik wel belangrijk om een betere versie van jezelf te worden. Om uit je comfortzone te komen om iets te doen dat jij belangrijk vindt.

Ik denk dat deze bovengenoemde trends enorm schadelijk zijn, zeker in combinatie met het niet kennen van ons eigen lichaam, maandelijkse cycli en levensfases en wat hier bij hoort.

Het is zo makkelijk om volledig voorbij te gaan aan wie je zelf, echt bent. Aan je natuur.

Bijvoorbeeld, hoe veel vrouwen kennen hun maandelijkse cyclus echt? Hoeveel vrouwen weten dat er verschillende fases in die cyclus zijn die allemaal hun eigen kracht hebben? Velen kennen alleen de fases PMS, bloedbad en weer redelijk normaal. Hoeveel weten dat voeding volledig tegen je, of juist voor je kan werken, als het hierom gaat?

Waarom is het normaal dat een vrouw 2,5 maand na de geboorte van een kind weer gaat werken? Of blijft werken tot praktisch aan de bevalling toe? Dat ze zich bijna schamen om zich ziek te melden tijdens een zwangerschap want ‘nu moet iedereen opdraaien voor het feit dat jij zo nodig kinderen wil!’. Het is toch de omgekeerde wereld.

Hoeveel van ons hebben een verkeerde partner gekozen onder de invloed van die rampzalige anticonceptiepil? Hoe veel van ons lijden in stilte, fysiek of geestelijk zonder ooit het verband te leggen met kunstmatige hormonen in ons lijf? Ik stopte ermee toen ik 21 was -ik was al voor ik met de pil begon ernstig verliefd op mijn (nu) man, haha- en ik voelde me letterlijk een ander mens erna.

Hoeveel van ons nemen de moeite om onszelf eens af te vragen: ‘is dit het juiste pad, voor mij?’ Hoeveel mensen laten de stilte toe om die vragen op te laten komen?

Hoeveel van ons doen in elk geval zo nu en dan waar onze ziel en zaligheid ligt?

Hoeveel van ons zitten constant in hun mannelijke energie? Ik zie het overal. Dingen gedaan krijgen, doelen stellen, zelfs het creëren van een (in mijn ogen) onvrouwelijk lijf met een sixpack en geprononceerde spieren, concurreren, jagen, jezelf uitdagen, Getting Sh’t Done, carrière maken ten koste van anderen, meer geld en spullen binnen harken… Go Go Go!

In plaats van tijd maken voor het verzorgen van de mensen, dieren en omgeving om ons heen, in contact komen met onze gevoelens, verzorgen, mooier maken, laten groeien, accepteren, een rustpunt zijn, creatief zijn… En dat kan op talloze manieren.

Hoeveel meer ‘productief’ moeten we nog worden? Is er een plafond aan hoe productief een mens moet zijn?

We hebben geen lijstjes nodig met hoe we beter worden en hoe we onszelf kunnen fixen om nog beter in de mal van een dolgedraaide samenleving te passen.

Een samenleving die het mannelijke ophemelt en het echt vrouwelijke beschimpt en negeert en wegzet als irrationeel, onlogisch, zwak en onberekenbaar, daarbij vrouwen en mannen tekort doen.

Een maatschappij waarin mannen en vrouwelijke zoeken naar het vrouwelijke, zonder zich te realiseren dat ze dit doen. Want er ontbreekt iets, een heel wezenlijk deel…

Een deel van de reis naar ‘heling’, of het nu gaat om die van jezelf, de maatschappij of de aarde, bestaat denk ik uit onszelf weer beter gaan begrijpen. Terug naar de natuur, maar ook naar onze eigen natuur….

Anderhalf jaar (bijna) geen smartphone

Al meer dan anderhalf jaar ben ik redelijk smartphone-vrij. Redelijk, want ik heb hem nog wel. Ik gebruik hem ook nog. Het zijn handige apparaten, zo lang we er op een gezonde manier mee omgaan.

Ik gebruik mijn smartphone voor drie dingen: (en alles met mate)

  • Het sturen van documenten via e-mail
  • Het maken van foto’s, want er zit een perfecte camera op
  • Het sturen van filmpjes van de kinderen aan mijn moeder via Telegram.

Mijn smartphone heeft geen simkaart en geen gekoppeld google-account. Ik heb geen illusies over het feit dat ze me desondanks gewoon in de gaten houden want het heeft er wel opgestaan, maar aangezien ik niet meer doe met mijn telefoon dan het bovenstaande, neem ik dat maar voor lief. Negen van de tien keer neem ik hem ook niet mee als ik ga wandelen en overdag ligt hij in een lade, uitgeschakeld.

Een smartphone is gemaakt om zo verslavend mogelijk te zijn. Elk piepje en geluidje en rood stipje geeft een dopaminesprongetje. Als we even niets te doen hebben, pakken we onze telefoon. Nog maar eens een of andere Meta-feed vernieuwen of even kijken op nu.nl. En hoe moeilijk is het om het ding te laten liggen, als ie *biep* doet? Ook al pak je hem niet meteen, weten dat er een berichtje is, geeft onrust.

We weten allemaal wel dat er iets grondig mis is met onze relatie met de telefoon, als we het gebruik ervan niet in ernstige mate aan banden leggen. De constante digitale surveillance, de draagbare electronische enkelband, geeft bij velen toch ook op zijn minst een klein beetje een ongemakkelijk gevoel.

Wat wil je in het leven? Hoe wil je je hersenen ‘bedraden’? Hoe wil je dat je kinderen je zien? Wat je aandacht geeft, groeit. Wat we elke dag doen, dat is wie we zijn en hoe we worden. Is de telefoon het waard? Ben je aan het einde van de dag tevreden met de hoeveelheid tijd die je op het apparaat hebt doorgebracht?

Mijn smarttelefoon is bewust ‘niet leuk’. Want ik weet dat als ik Pinterest erop zet, de verleiding groter is om plaatjes en recepten te pinnen. Als er een browser op staat, is even iets opzoeken al te gemakkelijk. Als Telegram meldingen zou weergeven, zou de verleiding groot zijn om meteen even te kijken wie me iets gestuurd heeft.

Mijn ‘seniorenmobiel’ is er slechts om mee te bellen en soms een berichtje te sturen. Precies waar een telefoon voor bedoeld is. Behalve mijn familie, een paar vrienden en de school van de kinderen, heeft niemand mijn nummer.

Ik ben ook van mening dat een smartphone onze ‘eigenheid’ doet verdwijnen, of in elk geval verdunt en vertroebelt. Want wat kan je ergens zelf van vinden als je heel de dag nagenoeg zonder filter andere meningen, reclames en schoonheidsidealen consumeert? Als je hypergefocust bent op de geluidjes van je telefoon. Als je letterlijk paniek voelt als je je telefoon niet kan vinden. Als je dag in, dag uit bestookt wordt met -gefilterde, door een algoritme aangestuurde, gecensureerde- informatie?

Wie bestuurt wie, is de vraag. Als je geen eerlijk antwoord kan geven, of het antwoord bevalt je niet -je weet het diep van binnen-, dan is het tijd om te unpluggen.

Voor meer informatie over de privacykant van je smartphone, kijk eens bij Rob Braxman. Een interessant boek over ‘Digitaal Minimalisme’ is geschreven door Cal Newport, en dat gaat niet alleen over smartphones maar over het digitale leven in het algemeen, want ook een laptop kan een enorme bron van afleiding zijn.

Soms denk ook dat het makkelijker is als ik mijn smartphone gewoon functioneel maak. Handig, een bankier-app erop, een cycletracker, Instagram (want het is leuk!) en al die andere enorm handige apps. Maar nee. Het leven zonder smartphone is meer waard dan het gemak of plezier dat deze handige dingen me zouden kunnen brengen.