Aankleedblijheid: uniform.

Foto door Liza Summer op Pexels.com

Een kast vol kleding en niets om aan te trekken: ik herinner het nog goed. Het probleem was dat ik kocht wat ik leuk vond. Ik vind veel leuk. Lange Indiase rokken met hysterische prints (ik had zelf een Indiase trouwjurk), bloemetjesjurken, strenge trenchcoats en kokerrokken, hippiebroeken en metalshirtjes: het hing allemaal in mijn kast en ik droeg bijna altijd hetzelfde, omdat ik me in veel dingen die ik weliswaar leuk vond, een soort hysterisch paasei voel. Met strik op de top. En dus nooit droeg.

Ja, nog even een first-world-problemsblogje hoor, zo lang het nog kan.

De oplossing kwam in de vorm van een ‘uniform’. Ik heb -en had, ook toen al- kledingstukken die ik keer op keer op keer draag. Deze zijn bijna altijd eenvoudig van snit, aansluitend aan het lichaam, in een kleur (zwart, donkerrood, teal, donkerpaars) en comfortabel. De stoffen zacht, niet glimmend (behalve soms fluweel) en aan de dikke kant.

Ik heb geen ‘uniform’ voor elke dag hetzelfde. Het lijkt me geweldig om iets te vinden dat ik elke dag zou kunnen dragen, dat nooit gaat vervelen maar ik ‘ben’ niet elke dag dezelfde. Soms voel ik me enorm vrouwelijk en sexy en soms… niet zo 😉 De ene keer wil ik me verstoppen en de andere keer… niet zo 😉

Daarom heb ik twee ‘uniformen’. Niet echt een uniform, maar twee outfits die ik graag draag en waar ik tussen kan afwisselen, met kledingstukken die ook onderling te combineren zijn.

Je hebt al een minimale garderobe (en wellicht ook je eigen uniform)

Ook al hangen we 300 kledingstukken in de kast, we hebben altijd kledingstukken en combinaties die we keer op keer op keer dragen. Dingen waar we ons prettig in voelen, kledingstukken die we dragen tot ze van ellende van ons lijf vallen.

Een garderobe van 20 stuks lijkt extreem weinig maar er is een grote kans dat dat het aantal kledingstukken is dat je draagt in een gemiddelde 2, 3 weken.

Ik heb eigenlijk twee opties:

optie 1: een knielange (zwarte) jurk. Ik heb er drie. In de zomer gewoon zo, in de koudere maanden (augustus tot en met juni :D) met een vest of trui erover en een merinowollen longsleeve eronder.

optie 2: een zwarte broek of korte nepleren rok met een top of trui.

Ook al zijn er heel veel dingen die ik ook erg leuk vind, ik weet dat ik het vermoedelijk niet ga dragen. De flights of fancy belanden altijd ergens achter in mijn kast.

Ik houd van de eenvoud en het gemak ervan. Gisteren zag de man op internet een foto waar ik opstond uit 2006. Met zwarte wijd uitlopende broek en top, die ik tien jaar daarvoor ook al en nu, 16 jaar erna, nog steeds graag draag.

Slecht idee: mode volgen

Toen we in Nederland waren, zag ik een vrouw met langer grijs haar in een knot. Ze droeg een niet heel strakke, nette leren broek, hoge hakken eronder, een mooie stijlvolle wollen getailleerde jas. Ze liep hand in hand met haar man, die er ook licht excentriek maar netjes uitzag. Ik vond ze zo mooi samen en meteen een inspiratie: ook al ben ik straks 65 of 70, je kan er nog steeds bijzonder, tijdloos, netjes en vrouwelijk uitzien.

Ik heb een tante die meent dat ze de mode moet volgen, wat al resulteerde in hysterische Laura Ashley-bloemetjesjurken, gigantische schoudervullingen en van die harembroeken waar je zo’n luierkont in krijgt. Heel chique! 😀 Omdat ze altijd zo ‘up to date’ is, zijn foto’s ouder dan een paar jaar van haar een interessante collectie stijlblunders. Ik bedoel maar: je eigen stijl volgen is gewoon een beter idee dan de mode volgen.

Je houden bij een paar (voor jou) klassieke combinaties, geeft veel rust. 98% of meer in een kledingwinkel valt meteen al af. Je garderobe is niet meer een bron van verwarring maar van inspiratie want echt, ik heb nooit meer moeite om te verzinnen wat ik aan wil, ook al is alles dat in mijn kast hangt, een optie.

Er zal ook niemand zijn die je saai vindt. In tegendeel. Ik vind mensen die stijlvast zijn, veel interessanter omdat je niet wordt afgeleid met waar ze zich nu weer mee hebben opgetuigd. De persoon in de kleding wordt interessanter dan de verpakking.

Ik heb niet de illusie dat ‘stijlvol’ is waar mensen bij mij aan denken als ze me zien en dat hoeft ook niet. Ik wil er gewoon goed en verzorgd uitzien volgens mijn eigen ideeën.

Je eigen uniform

Bekijk waar je je het beste in voelt. Wat voor stof, kleur, details, mouwlengte, broeklengte, roklengte, welke pasvorm, patronen, stoffen spreken je aan? Wat zijn je favoriete kledingstukken in je eigen kledingkast?

Wat vinden andere mensen mooi bij je? Niet dat dat laatste je handleiding zou moeten zijn, maar als je bijvoorbeeld zelf niet weet welke kleuren je goed staan, helpt het misschien om dat als uitgangspunt te nemen, mits je je er goed bij voelt natuurlijk.

Schrijf het op. Wat hebben deze kledingstukken met elkaar gemeen? De felle kleuren? Bloemetjes? De natuurlijke materialen en aardetonen? Het sportieve en relaxte? Gebruik dat als je wegwijzer en koop deze kledingstukken in een goede kwaliteit als ze aan vervanging toe zijn. (ga niet winkelen voor kleding met andere mensen maar focus volledig op wat je zelf wil)

Wat zijn de kernwoorden voor je lievelingskleding? Voor mijzelf heb ik bijvoorbeeld comfortabel – vrouwelijk – minimalistisch (geen nutteloze details, simpele lijnen) – donkere koele kleuren – duurzaam. Als ik een geweldige zwarte jurk met rode rozen vind me goed staat weet ik dat ik hem toch niet moet kopen, want kledingstukken met patronen draag ik puntje bij paaltje gewoon niet.

Als onze garderobe geen struikelpunt meer is waar we de dag mee beginnen maar een vrolijke plek waar alleen onze lievelingskledingstukken wonen, begint de dag niet met stress maar met voldoening. En dat is heerlijk!