Al mijn spullen?

Foto door Anna Nekrashevich op Pexels.com

Passen mijn spullen in een handbagage-koffer, of in een kleine koffer? Ik heb geen koffer, dus ik zou het niet weten maar wat ik heb:

  • 27 basiskledingstukken voor het hele jaar door
  • 5 hemdjes voor onder mijn kleding
  • 1 mandje met onderkleding: panty’s, leggings, overknee sokken en beenwarmers
  • 1 mandje met ondergoed voor dagelijks
  • 1 mandje met extra knap ondergoed
  • 8 paar schoenen, waarvan ik er 3 wil verkopen: wat ik wil houden zijn m’n Panama Jack winterlaarzen, m’n chique hoge laarzen van Duoboots ,Gabor hoge hakken, Gabor enkellaarsjes met hak, lage enkellaarzen en ballerina’s.
  • 1 lange wollen mantel, Ivy & Oak
  • 1 gevoerde winterjas, Bergans
  • 1 regenjas, Vaude
  • 1 muts, H&M ofzo
  • 1 kasjmieren sjaal
  • 2 bikini’s en neopreen duikhandschoenen
  • 1 paar leren handschoenen
  • 1 handtas
  • 1 rugzak (lekker origineel)
  • 1 paspoort
  • 1 rijbewijs
  • 1 inlogdinges voor Noorse bank
  • 1 inlogdinges voor Nederlandse bank
  • 1 pinpas
  • 1 vulpen met inkt (waterman, oud model)
  • 1 hervulbare balpen
  • 1 notitieboek
  • 1 simpele mobiele telefoon
  • 1 e-reader (kindle)
  • 1 back-up SD met foto’s
  • 22 boeken (to-be-read en naslagwerken)
  • 3 ringen (trouwring, verlovingsring, ring van mijn moeder kregen)
  • 1 horloge
  • 1 ketting met heel veel glitters, van de man gekregen
  • 1 ketting met zwarte roos (ook van de man gekregen)
  • 1 a4-map met brieven en kaarten van de man van vroegah
  • ca. 30 trouwfoto’s & trouwboekje
  • hydroflask waterfles, geïsoleerd.
  • 1 metalen keltische levenboom aan de muur
  • 1 metalen tak met vogeltjes aan de muur
  • 1 bakje met make up: lippenstift, mascara, eyeliner, wenkbrauwpotlood
  • wat wasbare producten: tampons, wattenschijfjes, doekjes
  • 1 scheermes
  • 1 tandenborstel
  • 1 dik haarelastiek
  • 1 zonnebril
  • 1 verrekijker

Dat was het wel, denk ik.

Ik heb geen føhn, geen laptop (ik gebruik die van de man als hij er niet is), geen tablet, geen knutsel- of hobbyspullen (ik schrijf en lees en typ en staar en wandel), geen ski’s of schaatsen, geen eigen nagelsalon, geen vishengels, geen fotolijstjes, geërfde sieraden of andere spullen, aanstekers of weet ik wat mensen nog meer hebben.

Maar dan hebben we natuurlijk nog wel een enorme waslijst aan ‘algemene’ spullen. Wasmanden, borden en kopjes, dunschillers, driezitsbank, beddengoed, houtmanden, zaklampen, afvalbakjes, wasrekjes, wollen dekens, tuinstoelen, gordijnen, vloerkleden, voorraden, auto’s…. maar dat zijn niet de dingen die ik ‘van mij’ vind. Die zijn voor algemeen gebruik en om te zorgen dat ons leven wat aangenamer, makkelijker en comfortabeler verloopt dan… zonder die dingen het geval zou zijn.

En natuurlijk probeer ik dat tot een minimum te beperken maar met zes mensen en een stapel huisdieren met allemaal zo hun eigen liefhebberijen… is het prima zo 🙂

Ik vind het fijn om mijn spullen zo eenvoudig mogelijk te houden. Ik zou ongetwijfeld met minder schoenen kunnen doen, alles met hoge hakken is bijvoorbeeld vrij overbodig. Mijn garderobe zou best nog meer ‘gestroomlijnd’ kunnen worden en ik probeer bij toekomstige aankopen meer rekening te houden met veelzijdigheid maar voorlopig moet ik eerst alles maar eens opgebruiken: ik heb sinds eind juli niets meer gekocht en dat is heerlijk.

Maar ik zie van nog meer wegdoen om het wegdoen het nut niet, ik ben blij met de dingen die ik heb, ik gebruik nagenoeg alles dagelijks of minstens wekelijks, of het is me simpelweg opgedrongen zoals de identificatie-troep. Het zij zo.

Het enige dat me echt dierbaar is, zijn de brieven van de man. De rest is uiteindelijk inwisselbaar of misbaar.

En dat is eigenlijk best een bevrijding.

Simpele manieren voor versimpelen.

Foto door Lars Mai op Pexels.com

Soms denk ik: ‘is het, in het licht van alles dat gebeurt, nuttig om te schrijven over een luxe als simpel leven?’ om daarna al gauw te kunnen beamen voor mezelf dat het leven eenvoudiger maken juist in deze tijden extreem belangrijk is. Om te kunnen blijven focussen, om te kunnen blijven ademen, om bij mezelf te blijven, om te zien wat belangrijk is en wat absoluut niet, voor rust in mijn hoofd, voor minder afhankelijkheid van alles waar ik niet van afhankelijk wil zijn, en meer. Want uiteindelijk, als we ons niet massaal hadden laten verleiden tot en drogeren door sneller, beter, groter en meer dan zaten we vermoedelijk niet in deze situatie.

Bovendien, alle grote (en de meeste kleinere) wereldreligies stellen dat een eenvoudig leven, met aandacht, het beste is voor je ‘zielenheil’.

Het bestaat niet alleen uit heel grote dingen veranderen. Althans, als die eenmaal zijn veranderd, kan je je leven alsnog zo ingewikkeld maken als je zelf wil. Als ik kijk hoe mijn leven er twaalf jaar geleden uit zag, is er wel veel veranderd:

  • Ik ben gestopt met werken. Ik werkte gemiddeld drie dagen per week, als moeder van twee jonge kinderen.
  • We hebben geen koophuis meer, maar zijn zeer tevreden huurders. De vrijheid! De geen zorgen!
  • We zijn verhuisd van Nederland naar Noorwegen en wonen hier inmiddels zeven jaar.
  • Ik heb (wilde gok) 90% van mijn spullen weggedaan, een handbagagekoffer is genoeg om alles wat ik het mijne noem, in te vervoeren.

Maar, hoe eenvoudig je leeft en hoe makkelijk je je door de dag heen beweegt, zit toch voor een groot deel in de dingen die je elke dag doet. De dingen die mijn leven echt simpeler maken (en dus beter):

Vaste dagen voor vaste taken.

Ik gebruik doorgaans zondagmorgen om het huis schoon te maken. Ik deed dat op maandag, maar vind het belangrijk dat de kinderen ook hun deel doen en dan gaat het in een moeite door. Op maandag of dinsdag doe ik boodschappen en administratie en verder… heb ik niet zo veel te doen 😉

Vaste boodschappen en menu’s.

Ik koop zelden andere dingen dan normaal: elke week koop ik nagenoeg dezelfde (hoeveelheid) boter, melk, kaas, beleg, kulturmelk etc. Variatie komt uit andere soorten groenten en fruit en andere recepten, hoewel ik wel een aantal gerechten heb die ik elke week maak. Pizza, wraps, nasi en pasta staan elke week wel een keer op het menu. Haalt het giswerk er voor een deel uit. Ik probeer zo veel mogelijk dingen te kopen die uit een ingrediënt bestaan.

Eenmaal per week boodschappen doen is ook (meer dan) genoeg. Het kan met minder maar ik houd ook erg van verse groenten en fruit en handige abonnementen en bezorgers zoals in Nederland zijn er helaas niet voor zulke dingen.

Weinig sieraden.

Ik heb genoeg aan mijn horloge (ik heb zelden een telefoon bij me), mijn trouwring en de ketting die ik kreeg van de man. Ik herinner me de dagen waarop me ernstig kaal en vreemd voelde als ik niet mijn metaalwinkel aan mijn lijf had. Nu vind ik de meeste sieraden vooral hinderlijk. Ik snap dat het een bron van plezier kan zijn voor mensen, dat was het ook lange tijd voor mij en misschien komt het ook weer maar voor nu vind ik het fijn om ze niet te bezitten.

Een minimale garderobe.

Ik heb zo’n 25 kledingstukken voor het hele jaar rond. De man en ik hebben niet echt een specifieke zomergarderobe; die drie korte broeken, luchtige jurk en slippers gaan aan het einde van de zomer in een bak achterin de kast. De man heeft 3 broeken, 7 t-shirts en 5 truien en vesten en doet al jaren met het meeste.
Al mijn kleding past in elk geval bij een substantieel deel van mijn garderobe. Ik herinner me de tijd waarin ik nooit iets ‘fatsoenlijks’ had om te dragen, ook al lagen er 6 maal meer kledingstukken in mijn kast. Het hebben van een eigen stijl is best handig. Ik draag doorgaans een rok met top of een jurk al dan niet met een vest of trui erboven of een legging met een langere top. Als het even kan draag ik laarzen, ergens iets boven de enkel tot iets onder de knie. 95% van mijn garderobe is zwart en dat is heerlijk, al sinds mijn 12e draag ik het liefst zwart.

Ik bedenk ’s ochtends of ik een legging, rok of jurk wil dragen en daarna is er niet heel veel keuze meer maar omdat ik al mijn kleding erg graag draag, maakt het eigenlijk weinig uit wat ik uiteindelijk besluit aan te trekken.

Iets is ook maar zo belangrijk als je het zelf besluit te vinden.

Wandelen.

Kinderen thuis of niet, ik probeer elke dag te gaan wandelen en nu ze allemaal naar school zijn, is langer wandelen makkelijker. Het haalt spinrag uit mijn hoofd, verbetert mijn humeur, doet me ‘aarden’ en maakt me duidelijk wat mijn prioriteiten zijn in het leven. En meer praktisch: Thoreau zei dat we moeten oppassen met alle activiteiten die speciale kleding vereisen. Precies. Joggen zal je me niet zien doen. Nooit.

Zwemmen.

Dat wel. Maar nooit in een zwembad (gruwel de gruwel zo’n lauwwarme chloorpoel waar andere mensen in vervellen, verharen en nog erger…..) en altijd in open water, meestal hier voor de deur in de zee (het ‘land’ hier tegenover is een eiland). Zo lang de zee niet dicht vriest probeer ik elke dag in het water te zijn. Ik heb een online cursus gedaan van Wim Hof, echt geweldig en ik geloof absoluut in de heilzame eigenschappen van kou. Het is koud, ja, maar het ook gewoon ‘mind over matter’. Weten dat je lichaam alleen maar sterker wordt als je tussen de ijsschotsen ligt 😉
Het is ultieme mindfulness, als ik in de zee zwem denk ik echt niet aan boodschappen, mijn haar of hoe de wereld eruit ziet over vijf jaar, of vijf minuten.

Minder cosmetica.

De ene periode gebruik ik wat meer dan de andere, maar over het algeheel houd ik het bij het (voor mij) noodzakelijke. Geen foundation, geen vijf soorten lippenstift, geen oogschaduw, geen crèmespoeling, geen bodylotions maar vooral natuurlijke huis- tuin- en keukeningrediënten die het zelfde werk doen zonder de chemicaliën en het plastic afval. Het scheelt niet alleen ’s ochtends ‘gedoe’ maar ik hoef het ook niet te kopen, weg te gooien, bij te werken en mijn huid raakt niet ‘verslaafd’ aan bepaalde middelen zoals bijvoorbeeld met handcrème: als ik het gebruik zijn mijn handen wellicht iets netter maar zodra ik ermee stop zien ze er niet uit!

Minder technologie

Helemaal zonder is een utopie en hangt natuurlijk af van je definitie van technologie. Ik bedoel vooral de dingen die verbonden zijn met het internet, een GSM-mast en het electriciteitsnet zonder dat daar een goede reden voor is. Ik heb wel nog een smartphone (ik dacht dat ik hem per ongeluk wegopgeruimd had en vond hem weer) maar het ding heeft geen simkaart en ik gebruik hem om mijn moeder zo nu en dan iets te sturen van de kleinkinderen, of om makkelijk een document te kunnen mailen en verder niet. Ik heb een simpele nokia voor noodgevallen waarvan bijna niemand het nummer heeft.

Facebook en Instagram kunnen een enorme hap uit je tijd nemen omdat je nooit ‘even’ iets checkt. Het is een zwart gat, keer op keer dat je je telefoon ontgrendelt. Het dagelijks nieuws is negatief, ‘fake news’ en hysterischn, sensatiebelust junkfood voor je hersens dat de meesten al beginnen te consumeren voordat ze hun eerste been uit bed hebben geslingerd.

Dit uit je leven gooien betekent een simpeler, rijker leven. Waarom zou je willen weten wat oud-klasgenoten voor ontbijt hebben of het hoeveelste vaccin je suffe collega heeft gekregen? Weg met de mindcontrol, als je iets wil weten kan je het zelf opzoeken of vragen.

Simpele financiën.

We hebben een Nederlandse en een Noorse bankrekening. Beleggen is naar mijn idee eigenlijk altijd natuurvernietiging, hoogstens met een groen vernis voor een moreel superieur gevoel maar het is niet mijn ‘ding’. Natuurlijk worden er namens ons genoeg pensioengelden belegd, iets waar ik echter helaas weinig aan kan doen voor zover ik weet.
Als ik iets koop, betaal ik het waar mogelijk altijd meteen. Ik houd er niet van te moeten onthouden dat ik nog x facturen moet betalen aan verschillende mensen. Weinig kopen helpt ook om het allemaal overzichtelijk te houden. De meeste bedrijven hier kunnen een e-faktura sturen en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van.

Simpele post

Ik houd van leuke brieven van penvriendinnen en verder heb ik niet zo veel met post 😉 We krijgen zelden post en een ‘pro-actieve’ houding helpt hierbij. Ongewenste post: terugsturen of mailen. Papieren post: kijken of het digitaal kan. Reclamefolders: krantenjongen in zijn nekvel grijpen als ie de NEE NEE EN NOG EENS NEE-sticker negeert.

Geen sleutels.

Oke, dat kan hier beter dan in Nederland, dat begrijp ik. We zijn een van de weinigen wiens huis niet is volgestickerd met bordjes van ‘sektor alarm’. Ik doe de deuren nooit op slot. Waar verwachten de inbrekers waar meer te halen is? Buiten staan een oude zelfgemaakte tuintafel met wat stoelen die lang geleden hun beste tijd hadden en binnen is ook alles eenvoudig. Het enige dat van enkele waarde is, zijn loodzware luidsprekers. Een autosleutel moet men natuurlijk hebben maar ook deze vergeet ik meestal op slot te zetten. Ik neem toch nooit waardevolle zaken mee in de auto. Het leven met slechts een sleutel vind ik erg prettig, als notoir sleutelkwijtraker.

Simpele portemonnee.

Pinpas, rijbewijs, cash. Meer is niet nodig. En natuurlijk volstaat cash ook. Of een pinpas.

Simpele tas.

Pinpas, rijbewijs, cash, autosleutel, telefoon, water. Meer is niet nodig. Ik ga in het dagelijks leven echt niet sjouwen met pleisters, doekjes, snacks, elastiekjes, lippenstift, schone sokken, kauwgom en wat dies meer zij. Als ik ga wandelen, neem ik alleen mijn telefoon, water en zakjes mee (voor zwerfafval of -leuker- voor bessen. Vanmorgen plukte ik ook weer 1,3 kilo bramen, voor jam. Constant alles meesjouwen voor het geval van dat je het eventueel nodig hebt is meer gedoe dan af en toe even zonder iets moeten doen.

Dezelfde sokken.

Ik ben er nog niet helemaal maar ik heb wel het aantal verschillende soorten sokken naar beneden gebracht wat sorteren makkelijker maakt. Een soort wollen sokken en een soort katoenen sokken… Het ‘probleem’ is dat ze niet allemaal tegelijk verslijten en ik het ook weer zonde vind om de hele bos in een keer te vervangen. Maar sokkenmemory doen met 2 soorten per persoon is makkelijker dan met 8 soorten per persoon…. Voor zwerfsokken heb ik een bak bovenop de wasmachine, als ie vol raakt dan sorteer ik wat erin ligt.

Lege oppervlakken en geen ‘catch all’s’

Ik houd zo heel erg niet van slingerende spullen en er is zelden een goede reden om dingen op een aanrecht, tafel of kast te laten liggen. Post moet worden gesorteerd, spullen opgeruimd… En zodra ik ergens een handige mand neerzet voor alles dat slingert, wordt het een vergaarbak van truien, boeken, speelgoed, knutselwerkjes en ander spul dat ze niet op willen ruimen. Zo min mogelijk van deze plekken werkt het beste tegen rommel en dus extra werk.

Het geldt vast niet voor iedereen maar zodra ik ook meerdere dingen neer ga zetten, merk ik dat ik constant dingen moet ‘beoordelen’. Moet dat hier staan of moet dat in een kast? Gewoon niets (behalve een plant of kandelaar) is veel makkelijker.

Enzovoort!

En zo zijn er natuurlijk nog zo veel dingen. Mijn RVS beker voor water waar ik altijd uit drink maakt het leven simpeler. Geen vloerlampen meer hebben doet dat. Mijn e-reader doet dat. De wifi geregeld uitzetten, doet dat. De auto leegmaken na gebruik, doet dat. Alleen schoonmaken met zeep en azijn doet dat. Geregeld gewoon gaan zitten en staren met een kop thee doet dat. Stoppen met verlangen naar meer, doet dat. Geen restjes eten bewaren die ik niet meer wil eten, doet dat. Vermoeiende mensen buitensluiten, doet dat. Een goed gesprek met iemand over het leven, doet dat. Water drinken doet dat. Enzovoort. Het zijn kleine beetjes, die bij elkaar een groot verschil maken.

Het is een vicieuze cirkel en vaak als ik denk: dit is het wel, qua weinig bezittingen of eenvoudig leven dan blijkt dat het altijd nog anders kan, omdat alles waar ik me niet meer druk om maak, ruimte schept voor andere dingen en zo leef ik steeds meer op mijn eigen voorwaarden, zoals ik het wil en dat was ook de bedoeling van dit alles.

Speelgoed en kamers opruimen….

Twee maanden vakantie en niet veel meer dan nodig doen in huis, heeft zijn sporen achtergelaten. De zon staat ook alweer een stuk lager dus alle Schmutz valt extra op. Ik heb me voorgenomen om elke dag tot tien uur ’s ochtends te doen wat ik moet doen zodat ik op het gemak het hele huis heb gedaan, over een week of twee. De ene dag een slaapkamer opruimen, de volgende dag een badkamer…. op het gemakje.

Vandaag begon ik aan de kamer van de oudste, dat is altijd een drama. Rollen electriciteitstape, een kuub oud papier, uitgedroogde viltstiften, een rol folie, een aangebroken pak zout, lepels, tandenborstels, vuile kleding achter in de kast gepropt, verpakkingen en prijskaartjes… Waarom!

Ik had inmiddels vijf keer gewaarschuwd dat als ze het zelf niet netjes houdt, ik het netjes maak en ze weet wat dat betekent. Vandaag was het zo ver. Een flinke vuilniszak en een doos voor de kringloop later en alles is weer aan kant.

Ik vind het altijd lastig, laat ik ze hun gang gaan of houd ik het onder controle? Ik weet wat er gebeurt als ik niets doe of zeg en dan gebeurt het bovenstaande. Niet bij allemaal, de oudste is wel de ergste wat dat betreft. Ze heeft ook het meeste, als oudste (klein)kind en fervent verzamelaar van rommeltjes.

Ik snap dat ze autonomie nodig hebben met hun eigen spullen en die kunnen ze krijgen maar zo lang ze hier wonen houden ze het netjes, op mijn voorwaarden. En dat hoeft echt niet te betekenen dat alles kaal en leeg moet zijn en dat het nooit een rommel mag worden, maar wel schoon en opgeruimd (geen vuil ondergoed achter in de kledingkast en geen lekkende pakken zout in de kast) en als dat niet kan, heb ik ook geen zin om een berg rommel te onderhouden.

We kopen zelden iets van speelgoed, nagenoeg alleen boeken. Veel van wat ze hebben is zelfgemaakt (ze hebben allemaal een scherp oog voor dingen waar ze ‘nog wel iets mee kunnen’ of cadeau gekregen van opa en oma, wat ook niet meer zo hard gaat nu die nooit meer komen. Oma stuurt wel knutselspullen, stiften en papier waar ze heel erg blij mee zijn en dat zijn gelukkig ook dingen die worden opgebruikt.

De enorme kist vol Lego raakt gelukkig niet nog voller. Mijn ouders gaven heel veel Lego en de man had een tijdje veel plezier in het bestellen van Chinese neplego, waaronder een enorm Harry Potter kasteel en de Death Star van Star Wars…. Maar alleen de jongste twee spelen nog echt met Lego en dan vooral met de Lego-meisjes, paarden en die piepkleine accessoires die erbij horen en genoeg is genoeg hoor! Werkelijk.

Ik ben wel blij dat we al met al behoorlijk terughoudend geweest zijn met speelgoed geven. Ze zijn niet gewend dat er bergen grote cadeaus zijn op feestdagen en als ik ze vraag wat ze willen, hebben ze meestal niet eens een idee. Als we in een winkel zijn waar ook speelgoed te koop is, vinden ze uiteraard genoeg maar dan zeg ik altijd ‘vraag maar voor je verjaardag’. Inmiddels zeggen ze dat ook tegen elkaar als er een iets vraagt. Ik hoor ze ook nooit over het speelgoed van andere kinderen. In elk geval niet in de zin van dat ze het ook willen hebben.

Uiteindelijk, ‘nee’ is een prima antwoord voor 98% van de tijd. Als er dan een keer iets mag, staan ze me met grote ogen aan te kijken en vragen zich af of ik de vraag heb begrepen 😀 En dan is het ook nog eens bijzonder.

Er zijn mensen die met kerst geen cadeaus geven, zoals Darci Isabella. Ik snap dat goed. Ze zijn katholiek en voor hen ligt de focus op samenzijn met familie en het religieuze. Ook de verjaardagen zijn redelijk cadeau-vrij daar en bestaan vooral uit dat de jarige iets junkfood mag kiezen, iets wat ze normaal niet krijgen. Haar kinderen, home-schooled, zijn het gewend en lijken me gelukkig genoeg.

Helemaal zonder cadeaus lijkt me echter ook een beetje flauw voor de kinderen. We geven voor kerst meestal al ‘dingen doen’ en een zeer beperkt aantal fysieke gaven maar wel een aantal.
Natuurlijk scheelt het veel dat we hier geen grote verjaardagen vieren met familie die viermaal per jaar met grote cadeaus aankomt maar dan zou ik andere dingen vragen: geld voor een groter cadeau als een fiets of goede rolschaatsen of om iets met zijn allen te gaan doen, al is het maar een ijsje eten. Veel leuker dan het zoveelste stuk plastic.

Het is ook vooral ons eigen idee. ‘Heeft iemand suggesties voor een bijzonder cadeau voor een kind van een?’ las ik wel eens op forums toen we nog in die fase zaten. Ja, een lege doos, vinden ze prachtig. >
’t Is vooral onze eigen projectie. ‘Maak maar een verlanglijstje voor sinterklaas’. Intertoysboek erbij… En het dan gek vinden dat ze zeuren en ‘verwend zijn’. Joh 😉

Al met al ben ik blij dat we het zo aangepakt hebben. Ze zijn allemaal behoorlijk creatief, met wat ze hebben en met dingen die ze vinden. Wat ze hebben, waarderen en gebruiken ze ook… Ze weten dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen en dat er grenzen zitten aan wat we kunnen kopen en in huis kunnen hebben.

En wat als je dan dingen wil?

Foto door Maria Orlova op Pexels.com

Laat ik eerst zeggen dat ik absoluut niet perfect ben in het niet kopen van dingen die ik niet echt nodig heb. Ik heb enorme bewondering voor mensen, of ze nu ‘shopaholics’ waren of al jaren minimalistisch leven, die een jaar lang niets extra’s kopen. Niets kopen is makkelijker als je meer dan genoeg op voorraad hebt, maar wellicht ook moeilijker omdat de omslag veel groter is dan wanneer je al gewend hebt nagenoeg alleen te kopen wat je nodig hebt.

Toch, ik heb ook wel eens zin om meer te kopen dan nodig. Er zijn enorm veel dingen die ik leuk vind. Te veel eigenlijk, ik kan nooit kiezen. Cottagetuinen, indiase kussens, enorme boekenkasten (met trapje!), hemelbedden, bloemetjesservies, Noorse hytte-stijl balkons… Het zou Villa Kakelbont in het kwadraat worden, ware het niet dat ik dan ook constant dingen zou veranderen, dingen zou willen en altijd op zoek zou zijn naar meer.

Dat is niet handig, dus besloot ik maar gewoon helemaal niets te willen. Nou ja, bijna niets. Naar westerse maatstaven.

Wat me dus niet altijd lukt want soms popt er opeens iets op in mijn hoofd waarvan ik denk: ‘waarom niet eigenlijk?!’.

*REM!!!*

Waarom eigenlijk? Heb ik het nodig? Waar komt de noodzaak tot het plotseling willen acquireren van materiële zaken vandaan? Meestal niet uit mijzelf. Meestal uit een boek, een youtubefilmpje, een plaatje… Een idee, van hoe het heurt. De behoefte aan een ‘verzetje’.

Het is belangrijk dit voor mezelf te weten, want zelden is de drang tot iets willen aanschaffen er een die voorkomt uit een noodzaak.

Meestal kan het het dan wel laten zitten. Zo niet, dan moet ik bij mezelf te rade gaan.

Heb ik echt zin om x artikel te kopen, om de verpakkingen op te ruimen, om het minstens een paar maal per week te gebruiken, om het te onderhouden, op te slaan en aan het einde van het ding zijn leven of als ik het zat ben, weer weg te doen? Naar de kringloop, vuilnisbak, doorgeven….? Is het het geld waard? Wat met ‘het milieu’? Is mijn aandrang tot het doen van de aankoop het waard om het te produceren, verpakken, vervoeren etc?

Ja, het is natuurlijk al gemaakt maar door het af te nemen zeg ik: ‘maak er meer!’

Het scheelt dat er hier vaak minstens 3 – 4 dagen zitten tussen iets online bestellen en het geleverd krijgen, vaak langer. En dat er tussen mij en de wat uitgebreidere fysieke winkels 23 kilometer afstand zit. Dat invoerkosten van alles buiten Noorwegen niet mals zijn, is ook een grote belemmerende, of juist behulpzame factor.

Als het nog niet verdwenen is, dan denk ik aan die voorgaande keren waarop ik iets wilde en wat er uiteindelijk met de spulletjes is gebeurd. Alles dat ik kocht in een opwelling, dus zonder dringende reden, verdwijnt uiteindelijk weer uit mijn huis. Na een paar weken, maanden of een jaar….

De dingen die ik echt, echt lang wilde, die blijven. Ik investeerde in een echt mooie koffietafel en daar ben ik nog steeds echt blij mee. Ik kon hem omdat ik wachtte (en wachtte) kopen met 45% korting, nu is ie weer 430 euro. De twee dingen die ik aan de muur heb hangen, zou ik ook naar ons tiny house verhuizen, als we een tiny house zouden betrekken, dan. De bålpanne (een grote ondiepe pan om vuur in te stoken en op te grillen, hangend aan een driepoot) wilden we al toen we hier net woonden. Ik ben elk jaar blij als de wollen deken van Spinnerigården weer op bed kan zo in augustus…. En al die andere dingen…. die zijn al lang weer vergeten.

Ik vraag mezelf af: wil ik de rust in mijn hoofd, of de rush van een nieuwe aankoop? Wil ik een minimalistisch huis, of wil ik spullen onderhouden? Wil ik geld op mijn bankrekening, of geld in nieuwe spullen steken die zodra ik ze afreken al 75% in waarde zijn gedaald? Ben ik meer of minder ‘mij’ met dit ding in mijn leven? Wil ik kalmte voelen in huis, of de noodzaak om dingen te poetsen, verschuiven, declutteren…? Helpt dit ding me te leven zoals ik wil?

En als ik het dan nog steeds wil, kan ik het op een andere manier verkrijgen? Ik wilde bijvoorbeeld bloeiende planten om het kippenhok, dus ik dacht aan hortensia’s maar die kosten hier enorm veel. Later bedacht ik dat de man met hout dat we nog hebben liggen, plantenbakken kan timmeren die ik kan vullen met heide die hier overal groeit. Ik kan de hortensia’s van de buren stekken. Ik kan overal planten vinden die ik kan stekken. Vrouwenmantel en kamperfoelie groeien hier overal in het wild en zijn enorm makkelijk te overwennen. Ik kan eind oktober bloembollen kopen met 70% korting voor de vrolijke noot in het vroege voorjaar.

Uiteindelijk, elk nieuw ding wordt vroeg of laat maar meestal vroeg, gewoon het zoveelste, nutteloze ding en hoe meer dingen we toevoegen, hoe minder ze toevoegen.

Prikkels in de vorm van advertenties vermijden. Me bewust zijn van de impact van mijn geconsumeer. Wachten tot het overgaat, wat het nagenoeg altijd doet. Nadenken over wat er in het verleden gebeurde met overbodige aankopen. Herinneren wat een vrijheid het niet hebben van spullen met zich meebrengt. Tevreden zijn met wat ik al wel heb en wat precies genoeg is voor hoe ik wil leven. Wat minimalistische inspiratie opdoen van mensen die je niets proberen te verkopen.

En dan nu, een blokje om.

Fijne dag allemaal!

Dingen die ik niet meer koop.

Dingen niet nodig hebben is fijn. Er is zo veel dat ik niet (meer) koop en ik heb geloof ik wel eens een overzicht gemaakt met van wat dingen maar och… het is leuk om te lezen bij anderen en om te schrijven. In de loop der tijd is er zo veel overbodig gebleken en soms kostte het me een paar jaar om er vanaf te komen en soms deed ik iets weg om het later opnieuw te kopen (foundation, nagellak) maar uiteindelijk besefte ik dat in de meeste gevallen het leven simpeler, makkelijker en aangenamer was zonder.

Dus, wat ik niet meer koop. Als minimalist, enzo.

Nagellak. Dat is dus iets dat me moeite kostte. Ik weet het, niemand geeft een zier om wat ik op mijn nagels smeer maar het duurde even voordat ik dat zelf ook niet meer deed. Mooie lichtroze, of juist stikruige zwarte of donkerpaarse lak, het is wel net de finishing touch. Tot er een stukje afgaat na een dag of twee en de boel weer eraf of opnieuw moet… Ik laat mijn nagels nu al een hele tijd voor wat te zijn, ik houd ze netjes en dat is het.

Parfum. Vroeger vond ik het heerlijk. Rode Poison van Dior was mijn favoriet. Daarna heb ik nog een tijd Always Red van Elizabeth Arden gedragen. Tot ik dat niet meer deed. De nadelen van parfum wegen toch wel zwaarder dan de voordelen. Hormoonverstorend, slecht voor het milieu etc. Jammer, maar helaas. Soms smeer ik een beetje lavendelolie, gemengd met amandelolie maar ik heb geen behoefte meer aan parfum.

CD’s. We hebben nog wel een cd-speler maar cd’s kopen we heel zelden. Meestal gebruiken we de bluetooth speaker en spotify, hoe veel beter een cd op een goede speler en fijne versterkers ook klinkt. Helaas mogen de cd’s ook echt niet weg, hoewel we al een keer bijna de helft hebben ontrommeld wegens ‘draaien we toch nooit meer’.

Toegangskaartjes. We hadden eens abonnementen op de dierentuin en badeland maar ik kan er niet meer tegen, al die beestjes in hokken. Het was leuk voor de kinderen maar die vinden nu ook dat het zielig is en dat we de dieren beter vrij kunnen laten 😉 Vinden ze leuk in Kristiansand, krokodillen in de Otra. Er is een uil, die zit daar maar. Te zitten. Mijn hart breekt ervan. Verder is hier alles of idioot duur, of gesloten, of veel te druk. Als we iets leuks willen doen nemen we wel een paar houtblokken mee en gaan we worstjes roosteren in het bos.

Tampons. Want wasbare tampons en ja dat is een ding en ja, die functioneren ook in het geval van bloedbaden. Ze zijn van imse vimse  en het is een fijn idee dat ik nooit zonder zal komen te zitten en ze nooit meer hoef te kopen.

Foundation. Het is mooi hoor, een effen laagje over mijn gezicht. Vlekjes weg, alles egal maar mijn huid is licht en misschien verander ik daarom geregeld van kleur maar een foundation die past bij mijn huidskleur heb ik een maand ofzo. Een keer in de felle zon en het is niet meer dezelfde kleur. En als mijn gezicht een andere kleur heeft dan de rest van mijn lijf, is dat ook geen gezicht. Letterlijk. Dus, ook dat is overboord.

Wasverzachter. Chemische rommel, chemische lucht. Als je het niet gewend bent, is het zo vreselijk sterk. Ik ruik vaak kinderen die hier geweest zijn en wiens moeder nogal een enthousiast gebruikster is (of vader, als we modern en geëmancipeerd enzo willen zijn), een half uur na hun vertrek nog steeds. Het is letterlijk nergens goed voor.

Douchegel. Want zeep. Scheerschuim. Want zeep.

Mobiele data. Voor 39 nok per maand kan ik anderhalf uur in de telefoon praten met iemand in Noorwegen en daar kom ik echt nooit aan dus dat is meer dan genoeg.

Apps. Want smartphone is in onbruik, ik heb geen tablet en je schijnt voor een laptop ook apps te kunnen kopen maar behalve typen en surfen doe ik niets met de laptop. Ik begrijp de behoefte van mensen ook niet om zich constant te monitoren met smartwatches en stappentellers etc. Als ik wil lopen ga ik lopen, als ik ’s ochtends moe wakker word hoef ik niet mijn slaap-app te raadplegen om te weten dat ik niet optimaal uitgerust ben. En zeker ga ik niet betalen voor een app.

Pennen. Ik heb een vulpen en een balpen, allebei zijn ze hervulbaar dus op vulling na, hoef ik nooit een zak met 10 bic’s te kopen en er 9 kwijt te raken in de eerste drie dagen dat ik ze heb.

Handtassen. Ik heb drie jaar geleden een mooi exemplaar gekocht bij Nicola Jane op etsy, een handgemaakte, zeer afgeprijsde die er nog als nieuw uit ziet. Ik gebruik hem niet veel meer dus ik weet niet of deze blijft, maar dit was de laatste tas die ik kocht.

Sieraden. Ik heb mijn twee ringen en ketting met zwarte roos die ik van de man kreeg alsmede mijn horloge altijd aan en dat is het. Ik heb een piepklein zakje met wat nostalgische sieraden die ooit van mijn dochters worden maar verder niet. De meeste sieraden, hoe prachtig ik ze ze ook vind, irriteren me al snel. Ringen, armbanden, kettingen… en wat niet irriteert (piercings) daar ben ik –how convenient- allergisch voor geworden.

Haarstylingspul. Ik was mijn haar en laat het drogen in de lucht. Eens in de maand zet ik het in de henna. Ik heb geen føhn, eens in de zoveel tijd koop ik een dik elastiek voor als ik mijn haar niet los wil dragen en verder doe ik er niets mee. Ik ben geen mens voor een kapsel dat onderhouden moet worden, speldjes en doekjes irriteren me en met stylingspullen heb ik geen idee wat ik er mee zou moeten en ik wil het ook niet weten.

Oogschaduw. Zo jaren 80. Ik gebruikte lang een zilveren oogschaduw, tot dat me ook niet meer paste, vond ik. Nu gebruik ik mascara en soms eyeliner. Lekker simpel.

Theetjes’. Ik vind het idee van thee altijd veel leuker dan thee drinken. Het enige dat ik graag drink is losse earl grey. Voor de kinderen heb ik wat cafeïnevrije varianten voor ’s avonds maar ik ben gestopt met het idee dat ik als ik maar leuke thee koop, ik thee ga drinken. Ik houd meer van de atmosfeer en het van thee, dan van thee zelf.

Tijdschriften. Ik kan me echt niet herinneren wanneer ik voor het laatst er eentje las, laat staan dat ik er eentje kocht. Ik krijg de ‘Vår fuglefauna’ van de Noorse vogelbescherming. Dat dan weer wel.

Dingen voor aan de muur. Soms vind ik iets echt intens leuk en wil ik het hebben-hebben, maar als ik even wacht verdwijnt die zin als sneeuw voor de zon. Ik heb een metalen keltische levensboom en een metalen tak met vogeltjes en dat is het enige dat er aan de muur hangt. Ik heb anderhalf jaar geleden twee mooie zwart-wit afbeeldingen gekocht, een met een hert en een met een baby-uiltje. Ik kan ze nog niet wegdoen maar ik heb ook geen zin om er grote lijsten voor te kopen. Dat bedoel ik: alles wat ik koop, ben ik toch vroeg of laat zat, so why bother at all….

Eten buiten de deur. Afgezien van een ijsje bij de ijskiosk, eten we nooit ergens anders dan thuis. Heel soms bij vrienden maar nooit wordt ons eten door iemand die daarvoor betaald wordt, geserveerd. Ik zie de lol niet van wachten op eten dat ik zelf beter maak voor een tiende van de prijs, geveinsde vriendelijkheid van bediening, wachten op een vergeten vork etc. Ik vind het leuk als mensen bij ons komen eten, gezellig en ik geef iedereen het beste dat we hebben maar zelf naar een restaurant gaan is aan mij niet besteed.

Kinderspeelgoed. De kinderen krijgen van mijn ouders zo nu en dan wat opgestuurd. Meestal stiften, knutselspullen of ze mogen iets uitzoeken zoals een spelletje voor de nintendo maar groot speelgoed kopen we niet. Althans, geen poppenhuizen, barbiecampers, schietgeweren, waterpistolen en zulks. Ze hebben wel een (gratis) speelhuisje gekregen en de man heeft een opblaasboot met een klein motortje op de kop getikt voor de oudste twee maar dat is anders 😉 In elk geval kunnen ze daarmee zelf verzinnen wat ze doen, of ze  kunnen zelf de scherenkust ontdekken vanaf het water, hoe tof is dat.

Wegwerpdingen. En dingen in een enkele verpakking. Scheermessen, doekjes, per 1 verpakte snacks… al die dingen waar je tussen een paar seconden tot een paar uur mee doet waarna je het weg moet doen. Ik heb een Hydroflask voor iedereen een, die altijd mee gaat en soms de tegenwoordigheid van geest om een doekje mee te nemen dat we nat kunnen maken in het geval van kleefhanden.

Gadgets. Ik heb een simpele nokia om te bellen en gebruik de smartphone alleen voor dingen die anders veel gedoe zouden zijn, zoals een document doormailen naar iemand bijvoorbeeld. Mijn kindle van drie jaar oud doet het nog prima en het scheelt me tonnen aan papier dat ik die gebruik. Verder doe ik niet aan handige dingen met internetverbinding, of electronische dingen, op het meest gebruikelijke na.

Creditcard. Hier hebben we een visa debitcard, die we gebruiken als we niet cash betalen. Geen credit, ik heb een hekel aan dingen verschuldigd zijn.

Televisie. We hebben een scherm voor de spelcomputer, geen televisie. Ik kijk geen msm, al 12 jaar niet meer. Films kijken we op de laptop.

Speciale kleding voor gelegenheden. Want er zijn niet zo veel gelegenheden, is het wel? 😉 Maar ook daarvoor deed ik al genoeg moeite ze te vermijden. Ik heb een zwarte knielange jurk van stevige stof met een kanten randje die ik kan gebruiken als ik onverhoopt ergens netjes zou moeten verschijnen maar die is ook al jaren onderdeel van mijn capsule wardrobe.

Workout spullen. Ik heb een kettlebell, die ik al lang niet meer heb aangeraakt overigens. Ik ga liever wandelen dan rennen. Soms til ik zware dingen en ik ben bijna altijd wel in beweging, in de tuin of in huis of boodschappen doen voor zes mensen of… Maar aan sport doe ik niet. Als ik dat zou willen trek ik een legging en een groot t-shirt van de man aan en ben ik goed om te gaan. Ik koop niet eerst een yogamat, twee paar schoenen, een top en een hartslagmeter als ik bedenk dat ik eens iets ‘sportiefs’ zou moeten doen.

Giftige cosmetica. Het is zo gekocht, die leuke oogschaduw of lippenstift maar niet zelden komt het uit China, vol met wie weet wat, en ook gemaakt in Europa is geen garantie voor een gifvrije maquillage. Op ewg.org kan je checken wat er in je sminke zit en of het verdacht wordt van vreemde ‘bijwerkingen’. Onthullend, in veel gevallen. Ik houd het bij dr. Hauschka op mijn ogen en Paese voor andere dingen. Verder gebruik ik simpele zeep en shampoo zonder rommel en olie om te smeren.

Sjemiese schoonmaakspullen. Want als je je huis enigszins schoon houdt, hoef je nooit naar chemische rommel te grijpen.

Wijn en bier. Althans, niet kant en klaar. Want 3 x zo duur in het geval van bier, en van wijn nog ernstiger. We betalen genoeg skatt, bedankt.

Bloemen en planten. Ik kocht soms een bos witte tulpen, als ze niet meer dan 30 kr kosten maar ik ben al in geen tijden bij de kea geweest, de enige plek waar ze enigszins betaalbaar groen hebben. Mijn planten overleven meestal de winter niet, wegens te koud en te donker denk ik. Alleen de zamioculas doet het als een gek dus die blijft, zo lang ie het doet.

Laptop. Mijn laptop overleed vorig jaar ofzo. Sindsdien doen de man en ik samen met eentje. Dat betekent dat ik ’s avonds, als de kinderen op bed liggen geen stukjes kan typen over het algemeen, maar och… Ik heb geen zin in om veel geld uit te geven aan iets dat over een paar jaar ook weer kapot is. Het gaat prima zo.

En zo is er nog veel meer. Het leven is makkelijker als je heel veel dingen kan laten voor wat ze zijn.

Minimalisme en de ‘werkelijkheid’.

Vorige week schreef ik dat minimalisme voor mij een beetje voelde als iets uit een andere wereld, een andere tijd. En enerzijds is het dat ook. Zo veel spullen en zo veel keuze hebben dat je veel ervan niet eens gebruikt, niet waardeert en dat je zelfs moeite moet doen om het buiten de deur te houden, in plaats van binnen de deur te krijgen. En ik dacht daar nog eens over na en bedacht toen dat het anders is.

Minimalisme, weinig nodig hebben, eenvoudig leven is, na een beetje opgeruimde geest proberen te houden de beste ‘verzekering’ tegen onheil.

(en jullie weten hopelijk dat mijn blog een klein stukje van mijn leven is, dat ik veel meer niet vertel dan wel en dat ik dingen schrijf om mijn hart te luchten over dingen die me bezig houden of te binnen schieten en soms ter recreatie, niet om de betweter uit te hangen of te laten zien hoe superduperminimalist ik ben -en plz klik op deze link om meer meer meer spullen te kopen)

Het gaat me er niet om om geld over te houden met een minimalistische levensstijl. Tevreden zijn met minder komt uiteindelijk ook met een prijs en bovendien leven we eenvoudig aan de ene kant, om het over de balk te gooien te kunnen doen wat we willen aan de andere kant. Maar we beseffen ons terdege dat dit luxe zaken zijn die we, als het moet, ook kunnen laten want zonder die dingen, hebben we het ook goed, op alle vlakken.

Ik bedoel, als ik geld zou willen hebben zou ik wel 35 uur per week gaan werken en me voor 3,5 miljoen kronen in de schulden steken 😉

Als ik zie waar de meeste mensen nog steeds mee bezig zijn snap ik dat ze geen mogelijkheid hebben om buiten de gebaande paden te wandelen. De oogkleppen zitten stevig op en het enige dat gezien wordt is een nieuwe televisie, recreationeel winkelen, een eigen vakantiehuis, een grotere auto (dan de buren), een beter huis en een nog iets hogere schuld waardoor we nog iets meer afhankelijk worden van baas en bank maar we hebben zo geleerd dat dat het pad naar geluk is dat we ons niet eens durven afvragen of meer altijd meer is, of misschien juist minder van het goede.

Altijd maar druk met het vergaren van meer. Door harder te werken, door het huis maar weer eens op te knappen omdat het niet helemaal naar de zin was, door meer kleding te kopen om je goed te voelen terwijl je je eigenlijk veel beter zou voelen met tien kilo minder om het middel, door de kinderen op nog meer clubjes te doen, door nog een abonnement te nemen op een tijdschrift of nog een app te kopen want stel nou eens dat je vijf minuten de tijd zou nemen om na te gaan wat je echt voelt.

Wat je voelt. Van binnen. Niet wat je denkt of vindt van iets dat je op je scherm zag maar gewoon… eens even probeert alle prikkels van buitenaf te laten zijn voor wat ze zijn. Als je nog een maand te leven had, zou je dan tevreden zijn met hoe je je leven hebt geleefd? Als je je leven nog 40 jaar op deze manier moet leven, is dat een aantrekkelijke gedachte? Wat zou je echt willen? Draait het leven om geld en status, om ploeteren en hide-hustling en concurrentie met anderen om dingen die over een week, een maand of tien jaar volkomen belachelijk bleken te zijn? (en het nu ook al zijn?)

Het is zo belangrijk je leven te leven vanuit jezelf. Natuurlijk zijn we allemaal afhankelijk van elkaar en dat is goed. We zijn niet gemaakt om allemaal als individu tegen elkaar te concurreren voor een paar centen of om iets hoger op de apenrots te mogen zitten maar om samen te werken en mooie dingen te doen.

De meeste mensen weten niet eens wie ze zijn. Wat ze zelf vinden. Wat hun voorkeuren zijn. Hun prioriteiten. Wat ze willen in het leven.

Het is intense armoede, de manier waarop de meesten van ons bestaan. De materiële weelde is overdadiger dan ooit maar de geestelijke rijkdom is bij de meesten ver te zoeken. We moeten gelukkig zijn. We moeten blij zijn. We moeten laten zien ook hoe goed we het hebben. En er is maar een manier om dag te bewerkstelligen.

Zoals Jiddu Krishnamurti zei: het is geen teken van gezondheid om goed aangepast te zijn aan het leven in een uitgesproken zieke samenleving.

Stop er dan mee.

Ja, ik denk dat de komende jaren lastig worden, zeker voor wie nog wanhopig vastklampt aan het leven zoals we dat eens kenden met de schijnvrijheid van het kunnen kiezen wat je draagt, met wie je het bed deelt en de 50 soorten margarine in de supermarkt. Ik denk ook dat niets eeuwig duurt en dat er een ‘clash’ zal komen tussen de mensen bij wie de (mede)menselijkheid nog niet is vervangen door een app en ‘het systeem’.

We zijn tot zo veel meer in staat dan we denken en dat geldt net zo goed voor mij. Dat het niet lijkt alsof ik mezelf volledig vrijpleit van oogkleppen of mezelf in dat opzicht verheven voel boven de rest. We zijn allemaal kinderen van onze tijd, allemaal imperfect, allemaal op zoek.

De wereld die ons wordt voorgehouden, is een grote vervalsing van de werkelijkheid. Niets meer dan dat. Er is geen waarheid, geen geluk en geen schoonheid in het vergaren van meer, meer, meer.

Als we ons stapje voor stapje ontdoen van die onwerkelijkheid, ontdekken we wie we zijn. Wat echt belangrijk is.

Wie zou je zijn als je alles verloor wat je had?

Ik zou graag nog dit (hoopvolle) filmpje willen delen, laat je niet afschrikken door de clickbaitige titel. In de ondertitels staat Antifa, maar dat moet witiko zijn.

en deze, voor de goede vibes:

En nog maar eens ontrommelen.

Er zaten vanmorgen al over de honderd zwaluwen op de stroomleidingen, volgens mij is het echt een heel goed jaar geweest voor ze. Ik houd van alle vogels maar sommigen zijn mijn favorieten. De hele kleintjes zoals de kwikstaartjes, de goudhaantjes en zwaluwen dus, bijvoorbeeld. Vergeleken bij wat die beestjes kunnen zijn wij mensen echt kansloze figuren, haha. Een vogel heeft niets nodig, eet wat ie nodig heeft om de dag door te komen en is tevreden met een slaapplekje ergens in de luwte en wat gezelschap.

Mijn twee kleinsten willen als ze doodgaan daarna een vogel worden. Ik weet niet of dat geregeld kan worden en ik heb ze gewaarschuwd dat dat een hard leven is maar dan gaat hun mama op mijn raam tikken als ze te weinig te eten hebben en dan kan ik ze voeren.

Zo vrij als een vogel, ik zou het ook willen zijn. Vrij van alles wat me tegenhoudt. Kunnen leven uit een kleine koffer. En toen besloot ik dat dat is wat ik ga doen. Niet leven uit een koffer (ik heb geen koffers) maar mezelf bevrijden van alle dingen die me ‘tegenhouden’. Ik heb bijna niets nodig om een aangenaam leven te leven. Ik ben het gelukkigst als ik zo min mogelijk heb. Geef me spullen en ik krijg de behoefte ze te organiseren en dat is echt zonde van mijn tijd.

Welke spullen?

Schoenen waar ik niet lang comfortabel op kan lopen, ik heb daar slechts twee paar van nodig 😉 Zeker nu ik gisteren een paar kreeg van een vriendin dat en netjes en zeer comfortabel is voor langere wandelingen en het ook fatsoenlijk doet bij mijn nettere kleding.

Kleding die ik heel leuk vond toen ik het kocht in wat achteraf gezien een ‘fase’ was en waarvan ik mezelf moet dwingen het te dragen. Overtollig serviesgoed, textiel, alles. Sjaals waarvan ik dacht dat ik dan wat afwisseling in mijn all black everything-outfits kon hebben, om er alleen maar achter te komen dat dat een idee van anderen is, waar ik zelf het nut niet van zie, eigenlijk.

Als de spullen op hun plek liggen, is het lastig hun nutteloosheid te zien. Ze zijn er gewoon en worden in veel gevallen echt nog wel eens gebruikt maar echt essentieel, zijn ze niet. Nu is essentieel natuurlijk een rekbaar begrip. Ik kan prima alles drinken uit een en hetzelfde soort glas maar ik drink liever koffie uit een kopje en thee en water uit een glas maar meer dan zes van elk heb ik niet nodig.  Heb ik mijn schoudertas nog nodig nu ik altijd mijn (hier bijna verplichte J ) Fjellreven rugzak gebruik? Het wegdoen van het koffiezetapparaat zal wel op weerstand en onbegrip stuiten dus dat doe ik voorlopig niet maar ik heb een fijn koffiefilter dat precies hetzelfde doet.

Mijn voorraad eten en nuttige zaken is aangenaam van formaat. Ik vind het een fijn idee dat we warm kunnen zijn en genoeg te eten hebben als systemen het, om wat voor reden dan ook, af laten weten. We hebben boeken, papier, inkt, potloden, Magic the Gathering en Kolonisten van Catan voor het leuk.

Maar juist hiermee, met de focus op de dingen die echt belangrijk zijn en een verschil maken, verandert mijn perspectief nog weer eens. Wat is belangrijk? Echt belangrijk? Niet eens ‘wat is handig’ of ‘wat maakt me blij’ maar ‘wat is essentieel?

Zo licht mogelijk leven maar wel met mijn voeten in de aarde, is mijn doel.

Wel een kruiwagen, kippen en een composthoop, geen vier paar hoge hakken en drie soorten donkerrode lippenstift. Wel voedzaam eten en een goede voorraad haardhout, geen sodastream en smartphone. Wel papier en inkt, geen gelezen boeken in de kast. Wel kleding voor de kinderen op voorraad, geen ongeliefde kleding voor ‘stel dat’.

Ik geloof dat het tijd is voor wederom een ritje naar de kringloop 🙂

Minimalisme van jezelf.

Google, instagram of pinterest ‘minimalisme’ en hetzelfde beeld is overal: witte interieurs. Of beige. Of zwart met wit of wit met zwart of beige met grijs. Idem met garderobes. Overal dezelfde ‘investment pieces’: een blazer, een donkerblauwe spijkerbroek, ballerina’s, wat saaie shirtjes in dezelfde kleur als je huis en oh ja, een ‘statement necklace’. En ja, ik vind het mooi hoor. Design Wash . Miss Minimalist. Bea.

En het is zo vreselijk onhaalbaar voor mensen met een leven buiten instagram.

Voor mezelf, zou ik wellicht best nog zo kunnen wonen. Slapen op een matras op de vloer en als ik een keukentafel heb met een paar comfy stoelen, beschouw ik mijn huis als ingericht. Maar aan de andere kant, onze spullen zijn wel degelijk een deel van onszelf. Een deel van onze identiteit. Is je favoriete ‘gereedschap’ een mes, een hark of een iphone? Is een pinterestwaardig huis het belangrijkste, of een huis dat je familie een onderdak, een thuis biedt?

Ik heb ook echt graag een opgeruimd huis. Een huis zonder afleiding aan mijn hoofd. Zonder ‘gedoe’. Ik kan soms best (heel even) willen leven als Patricia: een leeg huis en mijn garderobe finetunen en daar over bloggen, ad infinitum. En er de tijd voor hebben. Er zelfs in mijn levensonderhoud mee kunnen voorzien!

Maar zo is mijn leven niet en zo wil ik niet leven. Mijn leven is gevuld met kinderen, man, te veel konijnen en katten en alles in het groot of het nu gaat om boodschappen of de was doen of eten maken of wat dan ook. ’t Is veel. De dagelijkse taken maar ook, vooral, de goede dingen.

Daarbij, minimalisme is een ‘state of mind’ en geen manier om mijn huis in te richten en hoe mijn huis eruit ziet heeft weinig te maken met hoe ‘minimalistisch’ ik ben.

Ik lees zo vaak mensen die minimalistisch willen leven en lichtelijk jaloers zijn op de totale afwezigheid van ‘distractions’ bij anderen, daarbij totaal vergetend dat het momentopnames zijn. Dat het in scene gezet is. Dat het nooit het hele verhaal is. Dat het niet is waar het om gaat. Dat ‘minimalisme’ een mindset is en geen manier om je huis in te richten. Dat het gaat om leven op je eigen voorwaarden en niet op die van anderen. Dat het erom gaat dat je leeft vanuit jezelf en niet vanuit wat de commercie, of minimalist influencers, je voorschrijven.

Minimalisme is voor mij minder hoe de dingen eruit zien. De man klaagde al langer over de saaie woonkamer. Als er een gezellige kroeg of huis voorbij kwam op een film zei hij vaak dat hij het er zo gezellig uit vond zien. Om mij te ‘plagen’ maar ik weet ook dat hij het meent hoewel hij er nooit over zal klagen tegen mij als hij weet dat het mij wel blij maakt, op een manier. Dus tja, is het zo erg om een paar dingen toe te voegen, als compromis? Maakt het mij minder ‘minimalist’? Is ‘minimalist’ iets dat ik deel wil laten uitmaken van mijn identiteit? Hoe dan?

Minimalisme gaat uiteindelijk om de levenshouding te willen leven met minder en op de manier zoals ik dat wil. Met wat handig en fijn is voor mij. En mijn familie.

Maar dat wil niet zeggen dat ik of mijn huis dan ook moeten voldoen aan het peopsaaie als ‘scandinavisch’ verkochte ideaal van gewhitewashed hout, kale muren -op een afbeelding met een semi-diepzinnige quote na-, skinny jeans en oversized truien in neutrale kleuren, een paar schoenen voor alle seizoenen en een moeilijke bril, hoe interessant het er ook uit ziet op een scherm. Ik ken echt geen enkele Noor die ook maar enigszins in de buurt komt van dat ‘Scandinavische’ ideaal. Ik denk dat ze allemaal in Kopenhagen en Stockholm wonen ofzo. Als ze al echt bestaan.

En uiteindelijk is minimalisme natuurlijk gewoon een hobby van te rijke westerlingen. Veel mensen op de wereld leven met veel en veel minder dan wij ‘minimalisten’, elke dag en met meer vreugde omdat ze nog verbonden zijn met elkaar en de aarde waarop ze leven, de grond waarop ze hun eten verbouwen en de meren waarin ze vissen. Met veel meer creativiteit en verhalen en familie.

Dat is ook de reden waarom het me niet meer zo aanstaat om erover te schrijven. Het is nog steeds een groot deel van mijn leven: ik kies ervoor mijn aandacht te besteden aan wat ik belangrijk vind voor de mensen van wie ik houd en hun welzijn staat bovenaan, nu meer dan ooit. Maar minimalisme is vooral een luxe en misschien nu ook al iets uit een tijd die eigenlijk al niet meer bestaat.

Het argument tegen dingen bewaren.

Jaja, het zijn verwarrende tijden voor de minimalistische mensch. ‘You will own nothing and you will be happy’ klinkt gek genoeg niet als muziek in mijn oren. Niet omdat ik dingen wil hebbehebbe maar omdat niets bezitten je maakt tot een slaaf. Heel veel bezitten ook, maar dat is een ander verhaal.

Normaal gesproken deed ik, op de dure artikelen als winterjassen en skibroeken na, alle kleding weg van de kinderen als ze eruit waren gegroeid. Er zit 5 jaar tussen de 1e en 2e dochter en 3 tussen de 2e en de 3e en wat moet ik in de tussentijd met al die dingen; spullen zijn er om gebruikt te worden.

De volgende vindt het niet leuk, is geen lente- maar een herfstkind en heeft dus geen maat 122 in de zomer, houdt niet van leggings – coltruien – whatever en bovendien, zo veel hebben ze niet dus ik koop liever wat we op dat moment nodig hebben dan alles op voorraad te houden waar het ook niet beter van wordt.
Mijn regel is voorts dat wanneer ik iets nieuws koop, het oude weg moet. Wat is anders het punt van nieuw kopen?

De laatste maanden dacht ik echter steeds vaker: maar hier kan ik nog wel wat mee. Van dit flink sleetse beddengoed kan ik theedoeken maken. Of stofdoeken. Of…. Ik organiseer het netjes in een bak, mooi opgevouwen, dan ligt het me niet in de weg.

Of…. ik doe het lekker niet. ’t Is niet echt dat een voorraad van 40 zelfgemaakte theedoeken onze vege lijven en zielen zullen redden.

Het hebben van spullen zonder dat ik er een plan voor heb: ik kan er niet tegen. Dingen bewaren voor ‘stel dat’.
Ja, ik heb eten op voorraad. En lucifers en kaarsen. En een stapel hout. En een firebox.

Stel dat mensen weer gaan paniek-kopen of er anderszins een kink in de bevoorradingskabel komt. Stel dat de stroom uitvalt (zo onwaarschijnlijk is dat niet, er hoeft maar een zeilboot met te hoge mast tegen de leidingen aan te varen). Maar een lap versleten stof voor het idee dat er straks geen versleten lappen stof meer zijn, dat is onzin. Ik wil geen kleden maken van repen oud textiel en geen 40 theedoeken van mijn oude dekbedhoes.

Het is belangrijk om het overzicht te bewaren. Wat is belangrijk, wat niet.

Warme jassen, goede winterlaarzen, regenpakken, haardhout, goed calorierijk voedsel en vooral elkaar, dat is belangrijk. De rest… nah.

Rust in mijn hoofd. Ik kan prima tegen meer spullen op voorraad. Ik houd alles netjes georganiseerd en schoon. Ik heb dingen waarvan ik anderhalf jaar geleden niet gedacht had, dat ik ze nog eens zou hebben. Want er is altijd een dokter, een ziekenhuis, een supermarkt, een kledingwinkel etc. Toch? Tot dat echter niet meer zo zeker is.

Bijzonder hoe snel dat kan verkeren.

De afgelopen dagen kocht ik veel. Dingen die we toch wel nodig hebben. Dingen die al langer op mijn lijstje stonden. Dingen die we hopelijk niet nodig gaan hebben maar waarvan er een gerede kans is, dat het wel het geval zal zijn. Dingen die ik toch wel zou kopen, maar die ik allemaal wat eerder dan echt noodzakelijk heb aangeschaft. Dingen die echt handig zijn om te hebben. Dingen die me rust geven om te hebben in een keihard veranderde wereld.

Maar nu ben ik het wel redelijk zat, haha. Het dingen kopen, dingen een plek moeten geven, nadenken over dingen die ik nodig heb in de toekomst. Ik wil gewoon weer ‘nooit’ naar de winkel en ‘nooit’ wat kopen. Gelukkig is dat ook niet heel moeilijk 🙂

Een goed argument tegen het bewaren van allerlei kleding is het uitzoeken van allerlei kleding 😀

Minimalistische leidraadjes.

Ik zat een beetje te schrijven in mijn opschrijfboekje en kwam toen op een aantal kernpunten, qua minimalisme. Dingen die mijn (geaspireerde) manier van leven beschrijven want uiteindelijk is hoe we het willen doen en hoe we het doen, niet altijd hetzelfde.

Algemeen

In het algemeen probeer ik tevreden te zijn met een praktisch minimum aan spullen en verplichtingen in mijn leven. Mijn doel is tevreden te zijn hiermee en niet te verlangen naar meer. Ik laat nog altijd meer dingen gaan dan ik toevoeg in mijn leven, ondanks dat er soms ook wel eens iets toegevoegd wordt. Dat wordt wel minder en minder want ik kom er elke keer achter dat toevoegen eigenlijk niets toevoegt.

Alles waar ik buiten kan, maakt mij als persoon sterker.

Doodgewone dingen op een goede manier doen, is belangrijker dan af en toe buitengewone dingen doen. Elk moment is een kans om de dingen juist te doen.

Weten wat ik wil en niet wil is essentieel

Een schip zonder mast drijft met alle stromen mee maar komt nooit waar het wezen moet. Ik ben niet zo van de doelen en stappenplannen maar weten wat je belangrijk vindt en daar je aandacht aan besteden (en niet aan de dingen die niet belangrijk zijn), geeft een tevredener leven.

Kwaliteit is belangrijker dan hoeveelheid

Altijd.

Toekomst.

Ik bereid me voor op dingen die kunnen gebeuren maar probeer te leven zonder angst voor de toekomst aangezien dat alleen

Geld.

Geld is een middel en geen doel. Goed om te hebben, niet problematisch om niet te hebben, verstandig om niet aan overbodige dingen uit te geven.

Kinderen.

Leven met minder van wat de moderne wereld biedt maar met meer aandacht voor elkaar, zorgt ervoor dat mijn kinderen blij, tevreden en creatief zijn.

Aandacht

Nadenken over de dingen die ik doe en hoe ik ze doe zorgt ervoor dat ik meer geluk vind in mijn dagelijks leven. Het is makkelijk om me te laten verleiden mee te doen met alles dat de wereld biedt en soms lastig om dat niet te doen maar zelf kiezen wat ik in mijn leven toelaat en aandacht geven aan wat ik wil en geen aandacht aan wat ik niet wil, is essentieel voor een tevreden leven.

Relaties

Leven met minder zorgt ervoor dat ik een aangenamer persoon ben voor de mensen om me heen. Ik heb geen stress van de spullen die ik moet onderhouden of vergaren. Ik hoef niets van niemand en dat is een fijne manier van leven. Ik verwacht eigenlijk niets van mensen. Niet op een bittere, cynische manier als ‘anders word ik toch maar teleurgesteld’ maar gewoon omdat dat fijner is en omdat je dan de mensen kan nemen zoals ze zijn. Ik heb met niemand een probleem.

Het beste ervan maken

Ik probeer het beste te maken van elke situatie en te accepteren wat ‘het leven naar ons toegooit’. Wat niet wil zeggen dat ik onrechtvaardigheid dan maar goed vind maar kiezen welke strijd wel aan mij is om te voeren en welke niet, is van levensbelang. En de beste manier om te blijven drijven, is dingen overboord gooien 😀

Vergaren

Ik onthoud dat alles komt met een prijs maar niet alleen de prijs op het prijskaartje. Elk ding is iets om te huisvesten, onderhouden, verhuizen, organiseren, vervangen etc. Gratis is zelden gratis, elk ding een verplichting, een stok om jezelf mee te slaan. Elk voorwerp in mijn leven moet nuttig zijn. Nuttig qua functionaliteit, of omdat het plezier brengt. Niet winkelen is de makkelijkste manier 🙂