Nesten uten nett.

Foto door Taryn Elliott op Pexels.com

We zijn nu bijna drie weken min of meer zonder internet. De glasvezelverbinding zou half februari op zijn laatst worden aangelegd, dus ik zegde ons vreselijk dure mobiel breedband-abonnement op per eind februari. Natuurlijk had ik me moeten realiseren dat Noors ‘half februari’ zoiets betekent als eind maart… of later.

Goed, derhalve waren we niet helemaal zonder net en met m’n doorgaans in onbruik zijnde smartphone als hotspot, kon ik zo nu en dan nog eens een berichtje sturen, mijn administratie doen en de kinderen hun huiswerk maken.

Maar, het leven met zo goed als geen internet –ik neem de moeite meestal niet om de smartphone te zoeken en aan te zetten- is heerlijk. Ik heb wel dingen voorbij zien komen die ik graag wil kijken of luisteren maar dat komt later wel, of niet, want wat is nu uiteindelijk de meerwaarde van het weten van dingen?

Ik voel me kalmer.

Niet dat ik normaal stress heb of wakker lig van zaken maar ‘even iets checken’ en dan een kwartier van alles gaan lezen gebeurt nu niet of nauwelijks.

Uiteindelijk is de hoeveelheid informatie die, zelfs als we niet constant het nieuws kijken op de smartphone of voor de tv hangen, gigantisch en dat moet ook allemaal maar verwerkt worden. Ik denk dat het probleem tegenwoordig is, dat dat laatste niet of nauwelijks meer gebeurt: het filter is weg want er is zoveel informatie, dat er geen tijd meer is om vragen te stellen. We willen bijblijven, alles weten, een houvast vinden in deze kolkende rivier van informatie.

Niets meer hebben dan een boek op mijn e-reader en mijn dagboek met mijn eigen gedachten, is eigenlijk genoeg. En heerlijk rustig.

Geen nutteloze ‘gesprekken’.

Ik heb een aantal contacten online, met mensen die ik al dan niet in het echt ken en die zijn waardevol voor me. Ik vind gesprekken met hen niet nutteloos, in tegendeel. Maar veel van de dingen die we schrijven op internet, zijn vluchtig en dragen weinig bij. Discussies en internetruzies zijn het ergste. Wat is het punt? Mensen komen zelden dichterbij elkaar op zo’n manier. In tegendeel. Waar we in het dagelijks leven middels een gesprek vaak een ‘common ground’ vinden, gebeurt dat op internet zelden. Hoe zonde van het leven om ons daarmee bezig te houden!

Meer tijd voor meditatie en reflectie.

Ik vind nu veel vaker de rust om gewoon te gaan zitten en voor me uit te staren. Er komt minder informatie mijn hoofd binnen, dus ik heb ook minder om aan te denken en minder te verwerken, in die zin. Ik weet niet of het daardoor komt, maar het is natuurlijk wel zo dat hoe meer tijd ze besteden voor of achter schermen, hoe minder tijd erover blijft voor andere dingen.

Meer actief.

Dat zal ook het lenteweer zijn, maar ik heb de afgelopen weken heel veel gedaan in huis. We hebben de muren geverfd en mooie afbeeldingen opgehangen, alles is grondig schoongemaakt en gestroomlijnd. Ik was wel erg moe ’s avonds. Ik weet niet of dat komt omdat ik veel gedaan heb (zo gek veel was het ook weer niet), omdat ik veel minder aan mijn hoofd had of door ‘voorjaarsmoeheid’.

Minder afgeleid.

Als ik ging koken of de was ging vouwen, zette ik vaak iets aan op youtube. En er is zo veel interessants… maar het zorgt er ook voor dat ik niet met mijn volledige aandacht ben bij wat ik doe, noch bij de mensen om me heen. Ik had het al voor een groot deel uitgebannen toen ik las over dopamine en de ‘verslaving’ hieraan maar nu het gewoon helemaal niet kan, vond ik een hernieuwde waardering voor gewoon met mijn eigen gedachten aanwezig zijn in mijn eigen leven.

Meer privacy.

Simpel, hoe minder je deelt, klikt, liket en zoekt des te minder weet ‘men’ van je. Wat je niet op internet doet, hoef je ook niet te beschermen.

Hoe minder je loslaat over jezelf, hoe minder munitie mensen hebben om op je te schieten.

Meer creativiteit.

Ik heb notebooks gevuld met fijne dingen. Ik had zo veel zin om te schrijven en de ideeen vielen gewoon mijn hoofd binnen. Ik maakte een receptenboek, een boek met minimalistische inspiratie en een met lijsten met alles dat me blij maakt, om te lezen op dagen dat het allemaal wat minder vanzelf gaat.

Een gestroomlijnd huishouden.

Geen tijd stuk slaan aan de dingen van het web, zorgde ervoor dat ik veel gedaan kreeg in huis. De dagelijkse dingen en de niet dagelijkse dingen. Ik heb nu schone ramen, elke dag het eten klaar vaak nog voor de kinderen uit school kwamen, twee pasgewassen badkamers en een algeheel gevoel van welbehagen omdat alles om me heen schoon, fris en minimaal is.

Minder ‘verleiding’.

Want soms zien we iets moois of nuttigs of lezen we een goed idee en voor we het weten, zitten we het te onderzoeken, ook al hadden we vijf minuten daarvoor geen idee van het bestaan van het ding, noch van ons verlangen naar het ding. Niets menselijks is me vreemd: opeens bedacht ik me vorige maand toen ik erover las, dat een Ecoflow Delta 1300 een perfecte prep zou zijn en ik las reviews, prijzen en vroeg de man naar zijn idee met betrekking tot het ding. Daar ging een half uur! Uff da!

Offline zijn inspireert me alleen maar om met minder te doen en simpeler te leven. Ik heb niets nodig, ik ben tevreden en less is more.

Meer mezelf.

Ik heb het al 100 keer gezegd, maar ik denk dat we onszelf een stukje ‘verdunnen’ door heel de tijd andermans meningen en ideeen en beelden en indrukken toe te laten. We worden constant geconfronteerd met alle beste kanten van mensen. Als je met iemand praat, weet je al gauw dat die persoon, hoewel misschien uitblinkend op een vlak, ook gewoon maar een mens is met een kat die op het dekbed pist, een baby die tanden krijgt en de boel wakker houdt en grotere ‘sweet tooth’ dan goed voor hem of haar is.

Maar open instagram en we zien de een zijn perfecte avondmaaltijd terwijl je zelf een simpele pasta bolognese serveerde, de volgende z’n 15 kilometer hardloopronde terwijl je niet eens zin had in een blokje om, die perfecte keuken terwijl je in die van jou je kont niet kan keren en een sfeervolle foto van een kampvuur, gezelschap, chocolademelk en geroosterde marshmallows terwijl je zelf op de bank zit met je telefoon, alleen. Ik noem maar wat.

Je eigen stem kunnen horen en weer in contact komen met jezelf, je eigen gedachten, wensen, ideeën is zo belangrijk. Ik zeg niet dat je je volledig moet afsluiten voor de wereld of dat er iets inherent verkeerd is aan het idee van sociale media (maar misschien ook wel), maar het is wel iets dat in zeer beperkte mate moet worden geconsumeerd en afgewisseld met periodes van stilte en reflectie.

We zouden volgende week het internet weer terug krijgen, men is nu bezig om ons gebied defintief aan te koppelen. Het is fijn, want dan kunnen de kinderen hun huiswerk doen zonder dat ik schreeuwend dure GB’s moet bijkopen. Kan ik wat boeken downloaden. Een film kijken. Onze belastingaangiftes doen (hoezee!). ’s Avonds een muziekje aanzetten dat we nog niet kennen. Die paar dingen bekijken die ik echt graag wil zien zoals een interview met Ingvild Sigurdsdottir (uit mijn hoofd, ik moet het opzoeken :D) die zich heeft uitgemeld uit de staat Noorwegen en nu ‘vrij mens’ is, en Een Oorlog reeds Verloren (als Sven niet weer een halve uitzending vult met waterfilters).

Verder wil ik vooral deze stilte behouden. Mijn offline ochtenden en avonden.
Niet ‘alles’ willen weten.
Boeken lezen, schrijven of gewoon in stilte zitten met een kop thee.

En dan ga ik nu even mijn telefoon aanzwengelen om dit te publiceren.

Fijne dag allemaal!

Delete.

Foto door Rikonavt op Pexels.com

Ik was vanmorgen druk bezig om mijn online aanwezigheid weg te poetsen, waar mogelijk dan.

Er was een berg accounts die ik niet meer wil gebruiken, oude blogposts, links, google-rommel, vermeldingen op andere websites, een domeinnaam en meer. Het was fijn om zo veel mogelijk op te ruimen, relatief simpele wachtwoorden te veranderen in onleesbare cijfer- en letterbrij en meer van dat.

Ik houd mijn blog en telegramaccount en nu foto’s plaatsen op instagram via de laptop kan, vind ik het ook nu wel waardevol om bij wat oude bekenden eens een blik te werpen. Tot ik weer iets nieuw engs lees over Meta waarschijnlijk, of een interview met Janon Lanier bekijk.

Het is ongelofelijk hoeveel sporen we achterlaten op het internet. Die ik zelf maak, die ik er zelf op zet, vooruit.
Maar alle gegeven die van ons worden bijgehouden –wat logisch is om het gebruik van de diensten mogelijk te maken, ik snap het wel- is ontstellend. Ik heb niet de illusie dat dit zal veranderen, minder zal worden of zal worden vergeten. In tegendeel: al de gegevens zijn een goudmijn voor wie het ook moge wezen die baat hebben bij deze data. Ik kan er wel een aantal verzinnen, van relatief onschuldig tot zorgwekkend.

En daarom is het ook belangrijk, denk ik, om zo veel mogelijk zonder het internet te doen. Nu heb ik de luxe dat ik ook weinig internet nodig heb in mijn dagelijks leven. Ik hoef niet naar verre oorden te reizen, geen kalenders bij te houden, niet voor mijn werk in een whatsapp groepje, ik heb geen bedrijfje dat ik moet spammen op sociale media…  maar we worden wel beetje bij beetje meer gedwongen om van allerlei mobiele technieken gebruik te maken. Ik moet nu al afdalen tot de onderste regionen bij de bank als ik niet met een app wil inloggen, bepaalde dingen kan ik niet regelen met mijn DigiD als ik de app niet heb (of straks, een Europees goedgekeurd inlogsmiddel).

Maar het is fijn, na dinsdag heb ik een tijdje geen internet. Nu ligt het al de helft van de tijd op z’n gat…
Half februari (of eerder, haha) zou de aansluitman terugkomen voor de laatste touwtjes. Nog geen aansluitman gezien en op 28 februari loopt mijn abonnement (we hebben een router die werkt op het mobiele netwerk) af. Ik verheug me erop.

Ik heb wel een mobiel abonnement met data (het goedkope dataloze abonnement dat ik had was door een windmolenenergieboer overgenomen, dit was de meest praktische en per saldo goedkoopste optie) dus ik zou mijn telefoon als hotspot kunnen gebruiken en op die manier blogjes publiceren. Als ik wat te vertellen heb. Nou ja, meestal niet.

En dan ben ik nu echt klaar met computeren voor vandaag! En morgen. Want de man is vrij morgen (de kinderen hebben wintervakantie) en we maken er een gezellig, aangenaam, koselig, offline lang weekend van met zijn zessen.

Anderhalf jaar (bijna) geen smartphone

Al meer dan anderhalf jaar ben ik redelijk smartphone-vrij. Redelijk, want ik heb hem nog wel. Ik gebruik hem ook nog. Het zijn handige apparaten, zo lang we er op een gezonde manier mee omgaan.

Ik gebruik mijn smartphone voor drie dingen: (en alles met mate)

  • Het sturen van documenten via e-mail
  • Het maken van foto’s, want er zit een perfecte camera op
  • Het sturen van filmpjes van de kinderen aan mijn moeder via Telegram.

Mijn smartphone heeft geen simkaart en geen gekoppeld google-account. Ik heb geen illusies over het feit dat ze me desondanks gewoon in de gaten houden want het heeft er wel opgestaan, maar aangezien ik niet meer doe met mijn telefoon dan het bovenstaande, neem ik dat maar voor lief. Negen van de tien keer neem ik hem ook niet mee als ik ga wandelen en overdag ligt hij in een lade, uitgeschakeld.

Een smartphone is gemaakt om zo verslavend mogelijk te zijn. Elk piepje en geluidje en rood stipje geeft een dopaminesprongetje. Als we even niets te doen hebben, pakken we onze telefoon. Nog maar eens een of andere Meta-feed vernieuwen of even kijken op nu.nl. En hoe moeilijk is het om het ding te laten liggen, als ie *biep* doet? Ook al pak je hem niet meteen, weten dat er een berichtje is, geeft onrust.

We weten allemaal wel dat er iets grondig mis is met onze relatie met de telefoon, als we het gebruik ervan niet in ernstige mate aan banden leggen. De constante digitale surveillance, de draagbare electronische enkelband, geeft bij velen toch ook op zijn minst een klein beetje een ongemakkelijk gevoel.

Wat wil je in het leven? Hoe wil je je hersenen ‘bedraden’? Hoe wil je dat je kinderen je zien? Wat je aandacht geeft, groeit. Wat we elke dag doen, dat is wie we zijn en hoe we worden. Is de telefoon het waard? Ben je aan het einde van de dag tevreden met de hoeveelheid tijd die je op het apparaat hebt doorgebracht?

Mijn smarttelefoon is bewust ‘niet leuk’. Want ik weet dat als ik Pinterest erop zet, de verleiding groter is om plaatjes en recepten te pinnen. Als er een browser op staat, is even iets opzoeken al te gemakkelijk. Als Telegram meldingen zou weergeven, zou de verleiding groot zijn om meteen even te kijken wie me iets gestuurd heeft.

Mijn ‘seniorenmobiel’ is er slechts om mee te bellen en soms een berichtje te sturen. Precies waar een telefoon voor bedoeld is. Behalve mijn familie, een paar vrienden en de school van de kinderen, heeft niemand mijn nummer.

Ik ben ook van mening dat een smartphone onze ‘eigenheid’ doet verdwijnen, of in elk geval verdunt en vertroebelt. Want wat kan je ergens zelf van vinden als je heel de dag nagenoeg zonder filter andere meningen, reclames en schoonheidsidealen consumeert? Als je hypergefocust bent op de geluidjes van je telefoon. Als je letterlijk paniek voelt als je je telefoon niet kan vinden. Als je dag in, dag uit bestookt wordt met -gefilterde, door een algoritme aangestuurde, gecensureerde- informatie?

Wie bestuurt wie, is de vraag. Als je geen eerlijk antwoord kan geven, of het antwoord bevalt je niet -je weet het diep van binnen-, dan is het tijd om te unpluggen.

Voor meer informatie over de privacykant van je smartphone, kijk eens bij Rob Braxman. Een interessant boek over ‘Digitaal Minimalisme’ is geschreven door Cal Newport, en dat gaat niet alleen over smartphones maar over het digitale leven in het algemeen, want ook een laptop kan een enorme bron van afleiding zijn.

Soms denk ook dat het makkelijker is als ik mijn smartphone gewoon functioneel maak. Handig, een bankier-app erop, een cycletracker, Instagram (want het is leuk!) en al die andere enorm handige apps. Maar nee. Het leven zonder smartphone is meer waard dan het gemak of plezier dat deze handige dingen me zouden kunnen brengen.