En nog maar eens ontrommelen.

Er zaten vanmorgen al over de honderd zwaluwen op de stroomleidingen, volgens mij is het echt een heel goed jaar geweest voor ze. Ik houd van alle vogels maar sommigen zijn mijn favorieten. De hele kleintjes zoals de kwikstaartjes, de goudhaantjes en zwaluwen dus, bijvoorbeeld. Vergeleken bij wat die beestjes kunnen zijn wij mensen echt kansloze figuren, haha. Een vogel heeft niets nodig, eet wat ie nodig heeft om de dag door te komen en is tevreden met een slaapplekje ergens in de luwte en wat gezelschap.

Mijn twee kleinsten willen als ze doodgaan daarna een vogel worden. Ik weet niet of dat geregeld kan worden en ik heb ze gewaarschuwd dat dat een hard leven is maar dan gaat hun mama op mijn raam tikken als ze te weinig te eten hebben en dan kan ik ze voeren.

Zo vrij als een vogel, ik zou het ook willen zijn. Vrij van alles wat me tegenhoudt. Kunnen leven uit een kleine koffer. En toen besloot ik dat dat is wat ik ga doen. Niet leven uit een koffer (ik heb geen koffers) maar mezelf bevrijden van alle dingen die me ‘tegenhouden’. Ik heb bijna niets nodig om een aangenaam leven te leven. Ik ben het gelukkigst als ik zo min mogelijk heb. Geef me spullen en ik krijg de behoefte ze te organiseren en dat is echt zonde van mijn tijd.

Welke spullen?

Schoenen waar ik niet lang comfortabel op kan lopen, ik heb daar slechts twee paar van nodig 😉 Zeker nu ik gisteren een paar kreeg van een vriendin dat en netjes en zeer comfortabel is voor langere wandelingen en het ook fatsoenlijk doet bij mijn nettere kleding.

Kleding die ik heel leuk vond toen ik het kocht in wat achteraf gezien een ‘fase’ was en waarvan ik mezelf moet dwingen het te dragen. Overtollig serviesgoed, textiel, alles. Sjaals waarvan ik dacht dat ik dan wat afwisseling in mijn all black everything-outfits kon hebben, om er alleen maar achter te komen dat dat een idee van anderen is, waar ik zelf het nut niet van zie, eigenlijk.

Als de spullen op hun plek liggen, is het lastig hun nutteloosheid te zien. Ze zijn er gewoon en worden in veel gevallen echt nog wel eens gebruikt maar echt essentieel, zijn ze niet. Nu is essentieel natuurlijk een rekbaar begrip. Ik kan prima alles drinken uit een en hetzelfde soort glas maar ik drink liever koffie uit een kopje en thee en water uit een glas maar meer dan zes van elk heb ik niet nodig.  Heb ik mijn schoudertas nog nodig nu ik altijd mijn (hier bijna verplichte J ) Fjellreven rugzak gebruik? Het wegdoen van het koffiezetapparaat zal wel op weerstand en onbegrip stuiten dus dat doe ik voorlopig niet maar ik heb een fijn koffiefilter dat precies hetzelfde doet.

Mijn voorraad eten en nuttige zaken is aangenaam van formaat. Ik vind het een fijn idee dat we warm kunnen zijn en genoeg te eten hebben als systemen het, om wat voor reden dan ook, af laten weten. We hebben boeken, papier, inkt, potloden, Magic the Gathering en Kolonisten van Catan voor het leuk.

Maar juist hiermee, met de focus op de dingen die echt belangrijk zijn en een verschil maken, verandert mijn perspectief nog weer eens. Wat is belangrijk? Echt belangrijk? Niet eens ‘wat is handig’ of ‘wat maakt me blij’ maar ‘wat is essentieel?

Zo licht mogelijk leven maar wel met mijn voeten in de aarde, is mijn doel.

Wel een kruiwagen, kippen en een composthoop, geen vier paar hoge hakken en drie soorten donkerrode lippenstift. Wel voedzaam eten en een goede voorraad haardhout, geen sodastream en smartphone. Wel papier en inkt, geen gelezen boeken in de kast. Wel kleding voor de kinderen op voorraad, geen ongeliefde kleding voor ‘stel dat’.

Ik geloof dat het tijd is voor wederom een ritje naar de kringloop 🙂

Het argument tegen dingen bewaren.

Jaja, het zijn verwarrende tijden voor de minimalistische mensch. ‘You will own nothing and you will be happy’ klinkt gek genoeg niet als muziek in mijn oren. Niet omdat ik dingen wil hebbehebbe maar omdat niets bezitten je maakt tot een slaaf. Heel veel bezitten ook, maar dat is een ander verhaal.

Normaal gesproken deed ik, op de dure artikelen als winterjassen en skibroeken na, alle kleding weg van de kinderen als ze eruit waren gegroeid. Er zit 5 jaar tussen de 1e en 2e dochter en 3 tussen de 2e en de 3e en wat moet ik in de tussentijd met al die dingen; spullen zijn er om gebruikt te worden.

De volgende vindt het niet leuk, is geen lente- maar een herfstkind en heeft dus geen maat 122 in de zomer, houdt niet van leggings – coltruien – whatever en bovendien, zo veel hebben ze niet dus ik koop liever wat we op dat moment nodig hebben dan alles op voorraad te houden waar het ook niet beter van wordt.
Mijn regel is voorts dat wanneer ik iets nieuws koop, het oude weg moet. Wat is anders het punt van nieuw kopen?

De laatste maanden dacht ik echter steeds vaker: maar hier kan ik nog wel wat mee. Van dit flink sleetse beddengoed kan ik theedoeken maken. Of stofdoeken. Of…. Ik organiseer het netjes in een bak, mooi opgevouwen, dan ligt het me niet in de weg.

Of…. ik doe het lekker niet. ’t Is niet echt dat een voorraad van 40 zelfgemaakte theedoeken onze vege lijven en zielen zullen redden.

Het hebben van spullen zonder dat ik er een plan voor heb: ik kan er niet tegen. Dingen bewaren voor ‘stel dat’.
Ja, ik heb eten op voorraad. En lucifers en kaarsen. En een stapel hout. En een firebox.

Stel dat mensen weer gaan paniek-kopen of er anderszins een kink in de bevoorradingskabel komt. Stel dat de stroom uitvalt (zo onwaarschijnlijk is dat niet, er hoeft maar een zeilboot met te hoge mast tegen de leidingen aan te varen). Maar een lap versleten stof voor het idee dat er straks geen versleten lappen stof meer zijn, dat is onzin. Ik wil geen kleden maken van repen oud textiel en geen 40 theedoeken van mijn oude dekbedhoes.

Het is belangrijk om het overzicht te bewaren. Wat is belangrijk, wat niet.

Warme jassen, goede winterlaarzen, regenpakken, haardhout, goed calorierijk voedsel en vooral elkaar, dat is belangrijk. De rest… nah.

Rust in mijn hoofd. Ik kan prima tegen meer spullen op voorraad. Ik houd alles netjes georganiseerd en schoon. Ik heb dingen waarvan ik anderhalf jaar geleden niet gedacht had, dat ik ze nog eens zou hebben. Want er is altijd een dokter, een ziekenhuis, een supermarkt, een kledingwinkel etc. Toch? Tot dat echter niet meer zo zeker is.

Bijzonder hoe snel dat kan verkeren.

De afgelopen dagen kocht ik veel. Dingen die we toch wel nodig hebben. Dingen die al langer op mijn lijstje stonden. Dingen die we hopelijk niet nodig gaan hebben maar waarvan er een gerede kans is, dat het wel het geval zal zijn. Dingen die ik toch wel zou kopen, maar die ik allemaal wat eerder dan echt noodzakelijk heb aangeschaft. Dingen die echt handig zijn om te hebben. Dingen die me rust geven om te hebben in een keihard veranderde wereld.

Maar nu ben ik het wel redelijk zat, haha. Het dingen kopen, dingen een plek moeten geven, nadenken over dingen die ik nodig heb in de toekomst. Ik wil gewoon weer ‘nooit’ naar de winkel en ‘nooit’ wat kopen. Gelukkig is dat ook niet heel moeilijk 🙂

Een goed argument tegen het bewaren van allerlei kleding is het uitzoeken van allerlei kleding 😀

Een heleboel kleine ontrommel-ideeën.

Want wie houdt er nu niet van een huis met zonder rommel? Precies. Het is vast heel onavontuurlijk enzo maar de meesten van ons functioneren nu eenmaal beter met minder rommel om ons heen en in ons leven. Dus hier maar wat ontrommelinspiratie. Het is hier wat frisser dan in Nederland (ik liep gisteren met mijn winterjas aan zonder eruit te zweten en we rillen onder het zomerdekbed) maar natuurlijk kan het ook op een andere dag 🙂

  1. Je panty’s. Zo vaak kopen we een exemplaar dat te kort is, of de verkeerde kleur, zo een die je buik in twee deelt of waar een ladder in zit die we nog wel fixen met wat nagellak…. en als je je ’s ochtends aankleed, vis je eerst vijf foute exemplaren tevoorschijn. Argh! Een verkeerde panty gaat hier direct naar de kringloop. Ik zweer bij Wolford. Iets duurder maar gaat heel lang mee.
  2. Ondergoed. We bewaren soms een beetje sleets ondergoed voor bepaalde dagen van de maand maar waarom. It only adds to the injury, vind ik dan. We hebben sowieso veel minder nodig dan gedacht. Je wast vermoedelijk toch elke week, dus waarom voor drie weken ondergoed hebben?
  3. Make-up. Idem als met panty’s. Velen van ons kopen wel eens iets dat toch niet helemaal je-dat is en in plaats van het meteen door te geven of weg te doen, denken we dat het beter is om het achterin de kast te leggen. Doe alle foute kleuren, restjes en over de datum zijnde spullen lekker weg. Waarom zou je ook niet voor je make-up een ‘uniform’ hebben in plaats van steeds weer iets te proberen dat helemaal niet bij je past, eigenlijk?
  4. Je handtas. Oude bonnetjes, muntjes, klantenpassen, lege verpakkingen, snoeppapiertjes etc.: haal alles eruit wat rommel is en waarvan het waanzin is om het hele dagen met je mee te sjouwen.
  5. De dingen die je zou repareren maar die al maanden in de kast liggen te wachten. Doe het nu of doe het weg.
  6. De schoenenkast. Meer dan twee paar per persoon is best overbodig. Hier gaan tijdelijk in ongebruik zijnde schoenen in een grote kist en op de schoenenrekken staan alleen de twee paar die we nu nodig hebben.
  7. Decor in je huis. Haal het eens allemaal weg. Bevalt dat? Te kaal? Vraag je dan af of je echt alles waar je hele dagen tegenaan kijkt, even mooi vind en hang alleen terug wat je echt blij maakt.
  8. Het terras. Ligt het vol met plastic meuk voor de kinderen? Hebben ze echt alles nodig? Wordt er mee gespeeld of is het vooral iets om je aan te ergeren? Staan er bloempotten met dode planten, overbodige stoelen of ander kapot meubilair?
  9. Glaswerk. Heb je echt voor elk drankje een apart glas nodig? Is het nuttig om 10 champagneglazen die eenmaal per jaar het daglicht zien in je keuken te hebben staan? Of welke soort glazen dan ook? Heb je 20 glazen voor een tweepersoons huishouden? Kan het minder, zodat je overige spullen wat meer levensruimte krijgen?
  10. Sentimentele dingen. Zet de wekker op een kwartiertje of half uurtje en kijk waar je afscheid van kan nemen.
  11. Foto’s op je telefoon. Ik zet ze op de computer en selecteer alleen welke foto’s ik wil houden. Dat is een makkelijker criterium dan kijken welke weg kunnen, vind ik.
  12. Boeken. Welke ga je niet (meer) lezen? Stuur ze de wijde wereld in.
  13. Bakjes, kommetjes en schaaltjes. Moet je die hebben in 10 verschillende, niet in elkaar passende formaten? Nee joh 🙂
  14. De koelkast. Welke sauzen, kruidenmixen, restjes etc. worden toch nooit meer gebruikt? Maak fijn plaats voor lekkere, gezonde dingen.
  15. De voorraadkast. Idem.
  16. Onder je bed. Bovenop rommel slapen is energetisch gezien niet goed. Het liefst houd je de ruimte onder je bed leeg maar gaat dat niet, zorg dan dat je er alleen de dingen bewaart die een plaats verdienen in je huis, dus geen oude gordijnen, verwassen beddengoed, de kleding die je niet weg wil gooien maar die je eveneens nooit meer draagt etc.
  17. Oude notitieboeken en dagboeken. Wil je echt dat die dingen die je schreef, door een ander gelezen kunnen worden? Doet het nog ter zake wat erin staat?
  18. Kruidenrekje. Hoeveel dingen zijn al lang over de datum? Welke dingen gebruik je eigenlijk nooit? Doe het weg en koop lekker verse kruiden als je ze nodig hebt.
  19. Knutselspullen. Als het voor het grijpen ligt, wordt het gepakt en door elkaar gerommeld, is mijn ervaring. Een kleine hoeveelheid potloden, stiften, lijm en een schaar is meer dan genoeg. Als er grotere projecten gedaan moeten worden, kunnen die dingen van stal gehaald maar dan hoef je niet alles dagelijks op te ruimen.
  20. Winterspullen. Alles eruit wat te klein, kapot of van slechte kwaliteit is. Doe enkele handschoenen gewoon weg.
  21. Pennen. Als je een goede pen hebt en die een vaste plek geeft, heb je genoeg. Een heel scala aan min of meer afgevreten plastic reclame-exemplaren is deprimerend en niet chique.
  22. Wasmiddelen. Hoe veel flessen en pakken met restjes wasverzachter en waspoeder, niet goed bevallende wasmiddelen en andere ooit in een enthousiaste bui gekochte wasaccessoires heb je? Gebruik het op, maak een ander er blij mee en koop voortaan pas nieuw als het oude nagenoeg op is.
  23. De lade met rommel. Het kan of weg, of het ligt op de verkeerde plek in je huis.
  24. Laat je kinderen hun rugzakken leegmaken. Afgekloven potloden, proefwerken en andere onzin eruit en alleen terug wat terug erin hoort.
  25. Dekens. Hoeveel dekens heb je ‘voor op een frisse avond buiten in de tuin’ of ‘om forten mee te bouwen’? Je hebt geen verschillende dekens nodig voor verschillende activiteiten. Dat je die op je bed niet gebruikt voor tenten bouwen is logisch maar dekens en op de bank, en voor buiten, en voor de kinderen, en voor gasten en voor nood en voor weet ik het wat is wellicht wat dubbelop.
  26. Catalogi, reclame, afhaalmenu’s…. Hop, weg ermee. Het zet alleen maar aan tot overbodig kopen en eten.
  27. Administratie. Ook meer een klus om met een timer te doen, elke dag een kwartiertje als het te veel is om te overzien. Oude polissen, bankafschriften, garantiebewijzen, gebruiksaanwijzingen etc… doe het weg en houd alleen wat je nodig hebt volgens de belastingdienst.
  28. Kookboeken. Hoeveel gebruik je geregeld? Welke zijn er vooral voor je ‘fantasie-zelf’? (die als een Italiaanse mamma uren in de keuken staat met de hemel aan verse spulletjes, terwijl je zelf het liefst wraps serveert)
  29. Keukenspullen. Hoe veel dingen heb je dubbel? (scharen, schilmesjes) en welke dingen zijn overbodig als je een scherp mes hebt? (eiersnijders, appelschillers etc)
  30. De kleding van je kinderen. Dankbare plek, daar is altijd wel wat te vinden 😉
  31. De spullen in je douche. Moeten daar vijf flessen shampoo en drie soorten cremespoeling, een fles douchegel en vier sponzen liggen? Als je minder producten gebruikt wordt je zelf net zo schoon en is je douche of bad veel makkelijker en sneller schoon te maken.
  32. Sleutels. Als je echt geen idee hebt waar een sleutel voor is, waarom bewaar je hem dan? In het allerergste geval moet je een keer een slot vervangen van een skibox ofzo maar als dat je elke dag je huissleutel zoeken tussen 10 andere sleutels, loont dat toch de moeite.