Je ziet het pas als je het wegdoet.

Soms zijn dingen er gewoon. Altijd waren ze er, ze vallen niet meer op. Ze zijn al zo lang deel van je leven dat je er niet meer echt bij nadenkt dat ze je ruimte en mentale energie innemen.

Er was een tijd dat ik ook op die manier vast dacht te zitten aan mijn spullen. Ze waren er, en hoe ging ik er ooit vanaf komen?

Ik herinner me nog dat we praatten over emigreren naar Noorwegen, ergens in 2005 zal het geweest zijn. Het idee om alles gewoon weg te doen en daar opnieuw te beginnen, klonk me toen ook al heerlijk in de oren maar… wat met oma’s naaimachine, de muziekapparaten, de hobbyspullen, mijn mooie maar ongedragen kleding…?

Ik herinner me dat ik een excelsheet maakte wat het het zou kosten om opnieuw te beginnen. Een bedframe, matras, wat lampen, borden, servies, deurmat, handdoeken… en ik kwam uit op 2500 euro.

Het duurde nog vier jaar voor ik begon met het wegdoen met de bulk van de dingen wat uiteindelijk leidde tot onze emigratie maar ook toen al verkocht ik dingen met het oog op onze emigratie. Het had even tijd nodig, zeg maar. Daarvoor had ik veel dingen die ik gewoon eenmaal had, ofzo. Ik weet niet waarom ik het niet eerder had ingezien, dat ik probleemloos zonder al deze spullen kon.

Had ik een paar jaar eerder dit briljante inzicht gehad 😉 hadden we misschien niet eens naar een groter nieuwbouwhuis verhuisd.

Achteraf snap ik niet dat ik niet begon met echt minimaliseren toen ik mijn excelbestandje zat te maken. Hoe heerlijk zou het zijn geweest om echt met een schone lei te beginnen! Om in een keer de hele bende te doneren en een frisse start te maken met alleen datgene dat we echt nodig hebben.

Maar pas toen ik begon met het ‘echt’ wegdoen van veel spullen -dus niet soms eens schaaltje hier en een jurkje daar- merkte ik hoezeer ze me hadden tegengehouden om het leven te leven dat ik wilde leven.

Want eenmaal verlost van 75% (wilde gok) van mijn spullen, zag ik in hoe weinig we nodig hadden en hoezeer juist het exces eraan bijdroeg dat ik het idee had nooit genoeg te hebben. Dat ik altijd iets wilde toevoegen.

Toen al die spullen er nog gewoon waren, viel dat minder op. Je dingen wegdoen, opent je de ogen voor wat je echt nodig hebt in het leven. En dat is heel weinig.

Lastige dingen wegdoen.

We hebben bijna allemaal van die dingen die lastig zijn om weg te doen. Foto’s, erfstukken, kleding die nauwelijks gedragen is en dat altijd zal blijven, dingen waar je op een punt in je leven heel veel plezier van hebt gehad… maar die nu meer voelen als een last dan een lust en ja, dat ‘voel’ je vanzelf als je je vooral omringt met dingen die wel waarde hebben.

Ik heb, of had ook van zulke dingen. Vaak is het zo dat ik opeens merk dat ze er zijn en eenmaal een besluit gemaakt over het wegdoen van een ding, volgen er vaak meerdere.

Zo heb ik een jeneverkruik (zo een), van de herberg van mijn over-overgrootopa. Op zich een mooi erfstuk ware het niet dat de beste man zich ophing aan de balk van de herberg en gevonden werd door zijn vrouw en dochter. Ik snap dat het leven te zwaar kan zijn maar ook het eigen leven beëindigen kan wat chiquer dan dat. Als ik dat ding zie, denk ik daaraan in plaats van ‘goh, wat een leuk erfstuk’. Hoe mooi die kruik ook is met een bloemetje erin.

De dingen zijn waard wat we er zelf aan waarde aan toekennen. Maar wat hebben we eraan om dat te doen? Het is maar net wat we onszelf vertellen. De dingen zijn dingen. Wij houden ze vast, niet andersom. Het zit allemaal in ons hoofd want elke andere persoon ziet gewoon een treinkaartje / vaasje / schoentje / inktpot / whatever.

Ik vind het vervelend als ik dingen heb die me niet specifiek blij maken of nuttig zijn maar die ik ook niet zomaar weg kan doen. Wat dan helpt als ze zomaar wegdoen. Ja, zo simpel is het.

Als het ding een plaats heeft in je huis, in je kast, misschien zelfs op een prominente plek, dan lijkt het alsof het er hoort en hoort te blijven. Leg het echter in een bak met te kleine kleding, overbodig geworden huisraad en andere meuk voor de kringloop, dan verliest het ding in kwestie zijn status en wordt het een overbodig object waar je met plezier afstand van doet, net zoals van al die andere dingen.

Vaak is het vergroten van de afstand, letterlijk afstand nemen, al een groot verschil. Het verbreken van de band.

En, wat wil je het liefst in je leven? Je keer op keer druk maken om dezelfde dingen? Herinneringen die op je drukken? Sjouwen met dozen en dozen met herinneringen aan det som engang var maar nooit meer terugkomt, of kies je voor een licht, luchtig en onbezorgder leven in het nu en in de toekomst?

Dat laatste, alsjeblieft.

Lichter.

Foto door Ben Mack op Pexels.com

Lichter ‘journalen’

Het is toch zo’n heerlijke dag vandaag. Ik was weer lekker vroeg wakker om 7 uur eruit. Eerst een uurtje alleen met mijn gedachten. Ze op papier zetten helpt me om ze te ordenen. Ik schrijf ze nu gewoon op een los vel en tegen de tijd dat iedereen wakker wordt, gooi ik het blad in de kachel. Geen zorgen om een dagboek met diepe (of gênant ondiepe) gedachten dat door derden gelezen kan worden. Net zoals op mijn blog, heb ik toch nooit de behoefte terug te lezen wat ik eerder heb geschreven.

Lichter koken

Het is weer barbecuetijd…. zo heerlijk makkelijk. Ik snijd groenten en zet ze met een scheut olijfolie en kruiden in een pan. Als we gaan eten, rijg ik ze aan een spies en gaan ze, samen met een paar hamburgers of sateh op de grill. We kopen vlees van Fritt & Vilt en dat komt van varkens die in de bergen rondscharrelen, van biologische kippen, wild en van dieren van hobbyboeren. Eens in de maand krijgen we een pakket van zo’n zeven kilo. Inmiddels zit de vriezer tot zijn nek toe vol want we zijn geen enorme vleeseters…

Lichter opmaken

Na mijn experiment met minder douchen en stoppen met het gebruik van micellair water, shampoo en zeep, was het tijd om weer aan mijn eigen gezicht te wennen. Ik gebruikte bijna altijd wat oogschaduw, eyeliner, lippenstift, mascara en wenkbrauwpotlood maar besloot om ook dat tijdelijk (?) te beperken tot de laatstgenoemde twee producten. Gewoon, omdat ik wil weten dat ik het niet mis als ik het niet gebruik.

Lichter kleden

Langzaamaan verandert ook wat ik draag. Ik heb en draag vooral jurken en rokken met daaronder panty’s. Ik heb een aantal panty’s dat ik al drie jaar heb en bijna wekelijks draag, gewoon van de supermarkt. Helaas is die soort niet meer te krijgen en beginnen ze nu toch een voor een de geest te geven.

Goede panty’s (lang meegaand, brede band aan de bovenkant, dik genoeg voor in de winter, lange benen, comfortabel) heb ik nog niet kunnen vinden….

Met het oog op duurzaamheid en warmte, heb ik daarom een drietal leggings gekocht (GAP pure body leggings). Mijn knielange jurken vind ik niet mooi met leggings, maar de man wilde graag mijn jurken iets korter maken, zodat ze beter staan boven leggings.

Leggings zijn ideaal, zeker voor hier. Warm, comfortabel, ze passen netjes in mijn laarzen dus worden niet baggerig van het bos of nat van sneeuw of regen, ze wegen niets, zijn klein, ze hebben geen vervelende ritsen of knopen, ze zakken niet af en knellen evenmin.

Lichtere inventaris

Ik declutterde nog een aantal dingen. De spiegel uit de slaapkamer bijvoorbeeld, doet niets anders dan stof verzamelen. Ik weet dat alles wat ik in mijn kast heb hangen, me fantastisch staat 😉 dus ik hoef mezelf niet elke morgen vanaf 7 verschillende hoeken te bekijken en me af te vragen of die broek mijn kont dik doet lijken etc. Oh, wat fijn! De spiegel is dus weg.

De laatste spullen van mijn ouders, die toch niet meer komen.

Met de tijden die we tegemoet gaan is het soms verleidelijk om die dingen te bewaren, voor het geval dat. Maar we hoeven geen twee baardtrimmers, drie scheermessen, nog een steelpan, sodastream, twee nagelscharen, wijnglazen, een stapel te grote t-shirts en meer van dat.

Ik kies liever voor de lichtheid van weten dat ik alleen heb wat ik nodig heb en dat wat ik heb een aardig tijdje mee kan. Ik geef nu liever weg wat we niet gebruiken, dan het te bewaren voor ‘ooit’.

Als ik er nu iemand een plezier mee doe, hoeft er nu iemand geen kleding, spiegel, baardtrimmers of wat dan ook te kopen. Ik hoop dat me een beetje karmapunten geeft voor het geval ik zelf eens om iets verlegen zit 😉

In elk geval geeft het me nu een gevoel van kalmte en dat is onbetaalbaar.

Loonslaafjes kweken?

Foto door Artem Podrez op Pexels.com

We hebben nu een best goed functionerend systeem waarin de kinderen dingen in het huishouden en hun eigen dingen doen en dan, als alles goed is verlopen die week, hun zakgeld krijgen.

Wat ze moeten doen is hun dagelijks dingen: bed opmaken, wasgoed opruimen, hun was doen, was ophangen, was opvouwen, hun rommel opruimen, de kippen en konijnen voorzien van eten, drinken en een schoon hok, het afval weggooien, de oudste twee moeten de afwas doen ’s avonds, hun kamer stoffen en stofzuigen en wat ik nog meer verzin, maar in elk geval dit.

En met dat geld willen ze dingen kopen. De kleinste twee verheugen zich al op de My Little Pony die ze straks kunnen kopen en de oudste wilde kijken voor broeken terwijl ze al drie broeken heeft, plus nog drie die ze ‘eerst wel leuk vond maar nu niet meer’.

Ja, ze mogen best iets verdienen. Ze moeten er ook dingen van kopen: cadeautjes voor feestjes en kleding in het geval van de oudste, luisterboeken in het geval van de jongen. En voor wat hoort wat, ik ga geen gratis geld uitdelen maar ze mogen ook wel een beloning krijgen als ze netjes doen wat ze moeten doen om te leren dat wij geen pinautomaten zijn en dat ze moeten wachten voor ze hun wensen kunnen vervullen.

Maar ik vroeg me af: ben ik nu niet gewoon ‘consumentisme’ in mijn kinderen aan het laten groeien? Loonslaafjes aan het kweken?

Als je lief bent en doet wat je gezegd wordt, dan krijg je centjes en kan je dingen kopen. En anders niet.

Het voelt heel erg dubbel.

De vraag is ook hoe lang we dit nog vol kunnen houden.

Zoals Sven zei: ‘je wordt wel wakker met de gedachte, als je een bewust bent, wat ga ik eigenlijk doen als wat ik zie gebeuren voor mijn ogen, zich effectueert in mijn leven. Als ik niet meer bij mijn geld kan, als ik een prik moet nemen die ik niet wil.’

Ik heb mijn kinderen nooit verwend, naar westerse maatstaven. Niet met spullen en niet door alles voor ze te doen. Ze moeten hun eigen dingen opknappen en regelen.
Sinds 2009, weet ik een heel klein beetje wat er speelt. Dat het schuldensysteem waarin we leven, rot en kapot is. Dat ons geld niets meer is dan een illusie. Dat iedereen worstelt en vecht met elkaar en de meest vreselijke dingen doet, om meer van datgene te verkrijgen dat alleen maar iets waard is omdat we geloven dat het iets waard is.

En dan laat ik mijn kinderen dingen doen, niet omdat het gewoon normaal is dat ze hun steentje bijdragen en hun eigen rommel opruimen maar om ze waardeloos geld te laten verdienen, waar ze waardeloze speelgoedjes van kunnen kopen.

Hm.

Was zomaar een overdenking….

Ontdoen.

Foto door u2729 op Pexels.com

Recentelijk had ik het op de heupen en bedacht: ik wil mijn leven zo klein mogelijk maken, wat spullen betreft. Ik wil mijn leven, mijn ‘mental load‘ niet meer verzwaren met materiele zaken, op wat voor manier dan ook. Niet alles is definitief weg, een aantal dingen verhuisde ik naar het appartement dat mijn ouders huren, onder ons om te testen of ik het mis. Tot heden -wat een verrassing- niet.

Mochten mijn ouders stoppen met de huur van het appartement, dan kan wat er staat gewoon blijven staan voor de volgende.

Ik maakte een vriendin blij met mijn voedseldroger, besloot dat de slowcooker geen eerste levensbehoefte is, dat als we geen skiën niemand meer dezelfde maat heeft als de keer daarvoor dat we dat deden en dat huren of lenen een veel eenvoudiger optie is, dat mijn altijd warme jongste dochter zich vermoedelijk kapot zweet in een flanellen pyjama uit de voorraad en herhaalde soortgelijke processen voor nog meer zaken.

Ik wil gewoon, wat mijn eigen spullen alsmede de dingen van het huishouden betreft, zo flexibel mogelijk zijn. Ik weet niet waarom, ik hoef niet te verhuizen en ben het niet van plan. Weinig hebben geeft rust. Zo min mogelijk hebben, nog meer.

Per dag zijn we zo veel tijd kwijt met het onderhouden, zoeken, opbergen, kopen, willen, beoordelen, schoonmaken, organiseren en denken aan spullen. We laten ons belemmeren en schuiven onze dromen aan de kant voor onze spullen.

Ik zie het nu bij mijn ouders. Al jaren roep ik dat ze beter kunnen ‘downsizen’ toen het nog makkelijk ging.

Ze worden ouder, mijn vader tobt meer en meer met zijn gezondheid en zeker sinds een jaar of twee geleden moge toch voor iedereen duidelijk zijn: de gezondheidszorg wordt compleet gesloopt. Daar kunnen we echt niet meer op vertrouwen.

Zorg dat je makkelijk naar een appartement kan, of zoals ze van plan zijn naar een blokhut bij mijn broertje in de tuin. Maar: daar passen niet de spullen in die ze nu vakkundig op vier woonlagen hebben weg getetrist in talloze ikea-opbergoplossingen. Het is zo veel makkelijker om op het gemak te ontrommelen dan voor een voldongen, stressvol feit geplaatst te staan en dan ook nog eens al je meuk door te moeten.

Moeten verhuizen wegens gezondheidsproblemen is al vervelend genoeg zonder dat je zes decennia aan spullen door moet.

‘Gooi alles maar in een container als we dood zijn’ zei mijn moeder dan maar ondanks dat ik er werkelijk 0,0 van hoef te hebben, is dat toch ook geen manier van doen. Bovendien zit je dan altijd nog met de vraag wat je doet, als je vrijwillig of noodgedwongen kleiner moet gaan wonen. Als je nog leeft bedoel ik, niet tussen zes planken.

We zijn vaak letterlijk gevangen door onze eigen bezittingen. Wat zijn ze waard? Wat doen we ermee? Ondanks dat we de dingen vaak al jaren niet meer hebben aangeraakt, zien we ze als de waarde die we er ooit voor betaalden in geld. Nooit gemaakt bouwpakket: 90 gulden. In onbruik geraakte wollen jas: 249 euro. Avondjurk, eenmaal gedragen: 79 euro in de uitverkoop. Handig keukenapparaat: veel geld, maar ik ga het misschien nog een keer nodig hebben…

Dit belemmert ons in het wegdoen van de dingen, zelfs al hebben we er alleen maar last van, kost het kostbare m3’s onroerend goed en krijgen we het geld er nooit, nooit meer voor terug.

Ik wil alleen die dingen bezitten, die op dit moment of binnen afzienbare tijd zeker weten nuttig zijn in mijn leven. Niet over vijf jaar, niet vijf jaar geleden maar nu. Deze week, komende winter, van de zomer, vanavond.

En echt, dan blijft er maar heel weinig over. Hoe minder je hebt, hoe vrijer je bent. Hoe minder je nodig hebt, des te betere keuzes kan je maken. Hoe minder je je geest nu vertroebelt met overbodige bezittingen, des te makkelijker is het beslissingen te maken met je hart en ziel in plaats van uit angst om dingen kwijt te raken.

Heb ik het echt nodig? Want ook al gebruik je dingen, je kan ook leven zonder mosselpan, slowcooker, waterkoker, badkamerkleedjes, 6000 gelezen boeken, 8 soorten crème, tien badhanddoeken, vijf soorten bedtextiel, scanner, decoratie-objecten, espressokopjes en tien soorten glazen, die dozen vol oude rommel van je opa’s en oma’s in de schuur, keukenmachine, oude rollen behang, te harde haardborstel, die grote reiskoffers, alles voor je vijfde paar schoenen, een la vol clipjes en elastiekjes, een kuub kinderspeelgoed etc.

Dingen in een vitrinekast leggen maakt ze niet waardevoller. Onze herinneringen raken we niet kwijt als we ons van de fysieke zaken ontdoen. De spullen gaan ons nooit meer de tijd teruggeven die we uitgaven om ze te verwerven, onderhouden, verhuizen en simpelweg bezitten. Ze houden ons gevangen.

In een wereld die elke dag gekker wordt, zoeken we allemaal naar houvast, denk ik. Voor de een is dat een prik en het 8uur-journaal, voor mij is het zo licht mogelijk leven. Ik denk dat het laatste gezonder is 😉

Al die dingen die we ooit najaagden, waarvan we ooit dachten dat ze ons leven beter zouden maken, waarvan we meenden dat we er beter van zouden worden, wat hebben die ons nu uiteindelijk gebracht?

Helemaal niets. Dus waarom zouden we ons überhaupt nog druk maken erover?

Weg ermee.

Wat ga ik hiervan vinden?

Foto door Anete Lusina op Pexels.com

‘Self-care’ is enorm hip, geloof ik. En terecht, we moeten goed voor onszelf zorgen. Maar dat betekent niet: ons overgeven aan cravings, luiheid en geldsmijterij. In tegendeel. En hoewel het ongetwijfeld heel fijn kan voelen -en het mits met mate ook echt wel een plek mag hebben in het leven- om een keer te veel eten, de boel de boel laten of een extravagante aankoop doen, is het denk ik essentieel om je toekomstige zelf in ogenschouw te nemen hierbij.

Ik kan met veel plezier te veel caramelfudge eten. Nom! Maar mijn toekomstige zelf -die van over een kwartier- heeft buikpijn, een energieniveau van ver beneden het nulpunt en simpelweg spijt dat ze het niet bij twee stukjes heeft gehouden.

De Gerlinde van nu kan besluiten dat ze schapenwollen pantoffels nodig heeft, maar de Gerlinde van eind april heeft daar spijt van omdat ze dan moet besparen op boodschappen.

Ik kan nu besluiten dat ik liever op mijn kont achter de laptop zit, maar Gerlinde van vanavond heeft spijt dat ze niet eerst haar werk heeft gedaan en niet is gaan wandelen in het prachtige weer.

De Gerlinde van morgen is blij dat de Gerlinde van gisteren besloot op tijd naar bed te gaan.

Voor mij is ‘goed voor mezelf zorgen’ voor een groot deel zorgen dat ik in de toekomst tevreden ben met wat ik gedaan heb, ik niet in de knoei kom op de drukkere tijden door goede planning en voorbereiding, een gezond lichaam heb, veel buiten ben en mijn rommel opgeruimd heb.

Je hele huis ontrommelen lijkt een onmogelijk taak maar de mens die je bent over een jaar, wiens huis een oase is van rust in plaats van een oord van chaos, is je intens dankbaar. Orde scheppen in financiële chaos kan zo overweldigend lijken dat de ogen sluiten een beter idee lijkt maar de jij van over een half jaar, die eindelijk goed slaapt omdat ze weet waar ze aan toe is, zou je wel willen zoenen van blijdschap.

We zijn zo gewend aan directe bevrediging van onze behoeften en impulsen en verwachten dat we onze problemen met geld, een app, dieetschema, een gesprek met een adviseur of met wegkijken kunnen oplossen. Je lot in eigen hand nemen, daar is lef voor nodig. Vertrouwen op jezelf.

Er is er echter maar een die de allerbeste bedoelingen met je voor kan hebben en dat ben je zelf.

Bedenk, schrijf op, over hoe je je over een week wil voelen. Wat je over een half jaar gedaan wil hebben. Wie je over een jaar wil zijn. Houd dat jezelf voor. Visualiseer die persoon. Dat gevoel. Die bereikte mijlpalen. Hoe voel je je dan? Wil je dan op de bank blijven zitten met je telefoon in je handen, of ga je je inkomsten en uitgaven op papier zetten? Pak je dat pak koekjes of neem je een glas water en ga je die was ophangen?

Precies.

Vragen bij het ontrommelen

Foto door uae40 ub300uc815 op Pexels.com

Als alles belangrijk lijkt, is niets belangrijk. Een tijdje terug vond een vriendin van me een recept voor kimchi, geschreven door haar lang geleden overleden moeder toen ze ging opruimen. Ze wist niet dat ze het had. Wat een mooi cadeau! Ik vind zulke verhalen zo mooi, dat onder de trash, een treasure ligt.

We wonen op 130 m2, ofzo. Echter, de helft van ons huis is niet in gebruik, dus in theorie zouden we ook op 80 m2 kunnen wonen. Het is dat ik niet weg wil, maar ik zou graag testen of we dat inderdaad zouden kunnen. Ik wel. Alles wat ik het mijne noem, past in een bescheiden koffer en we hebben een zeer beperkte hoeveelheid huishoudelijke spullen.

Vraag jezelf af: wat zou je meenemen als je in twee minuten je meest belangrijke bezittingen zou moeten pakken, ervan uitgaande dat je al het praktische eenvoudig weer kan verkrijgen? Weet je waar het ligt?

Mijn ouders willen een aanleunwoning bouwen in de tuin van mijn broertje en kijken iets anders tegen hun spullen aan dan ik. Maar: wat zou je meenemen, als je zou verhuizen naar een huis van 50 m2? Van 25 m2? Hoeveel heb je nodig om eenvoudig doch waardig te kunnen leven?

Maakt dit ding blij? Ik heb zelf echt niets met spullen van overleden mensen. Sterker nog, ik vind het vervelend om die dingen te zien, in huis te hebben. Ik zeg dan ook altijd hartgrondig nee tegen erfstukken. Ik heb een bescheiden doos met herinneringen die me blij maken. Ik ben blij met de dingen die ik heb die mijn dagelijks leven vereenvoudigen. Een aardewerken theekop, mijn leren handgemaakte handtas, mijn warme doch niet zweterige winterjas.

Zou je je onthand voelen zonder? In een huis met alleen het hoognodige, heb je vooral die dingen. Er zijn een paar dingen die ik wel zou kunnen missen, maar liever niet wil omdat ze makkelijk of aangenaam zijn.

Past dit bij het leven dat ik nu heb? De moeder van twee jonge kinderen met een kast vol uitgaanskleding… De oudere dame met ernstige artrose en haar verzameling haaknaalden en katoen… Boeken van de economiestudie in de kast van de born-again keuterboer…

Moet ik het behouden omdat ik anders een probleem heb? Eigendomsaktes, diploma’s… Of kan ik het fotograferen en opslaan op een externe schijf?

Wil ik dit de rest van mijn leven houden? Wil ik dat mijn kinderen zich hierover druk moeten maken als ik er niet meer ben? Wat heb ik over een jaar, vijf jaar of tien jaar concreet met dit ding gedaan? Heb ik NU concrete plannen om het te gebruiken in de nabije toekomst?

Gebruik ik dit apparaat en maakt het mijn leven makkelijker, of hapt het stof omdat het een hoofdpijn is om weer schoon te maken of te demonteren? Keukenmachines, friteuses, tenten….

Zou ik het opnieuw kopen, als ik het nu niet had? Voor mij een belangrijke. Zou ik drie lichtelijk verschoten truien kopen die handig zijn om te hebben? Een paar schoenen dat me werd gegeven maar niet mijn smaak is?

Zou ik deze kleding toevoegen aan een capsulewardrobe, of meenemen op vakantie?

Wil ik dit boek nog eens lezen? En zo ja, kan ik dan niet gewoon een exemplaar lenen of downloaden op mijn e-reader?

Bewaar ik het omdat het een cadeau was, of omdat ik anders de gever voor het hoofd zou stoten? Het grappige is dat mijn moeder cadeaus van mij makkelijk wegdoet omdat ze weet dat het mij niets boeit. Ook de Tibetaanse gebedsvlaggen die ze zooo graag wilde 😉 De Chinese kitsch die mijn broertje gaf, staat nog fier op de logeerkamer omdat hij veel meer waarde hecht aan zulke zaken.

Het doel van een cadeau is om de ander iets te geven. Uit verplichting of als blijk van waardering. Als de transactie is voltooid, heeft het cadeau zijn nut gehad, wat

Bewaar ik het omdat het een erfstuk is? Ik ken mensen die nog geen knoopje weggooien van een overleden persoon, maar de ‘schatten’ worden in donkere dozen in de schuur bewaard. Wat is het nut van het bewaren van deze zaken? Van pas komt het niet meer en de overleden mens in kwestie ermee terugkrijgen, doen we ook al niet. Zou je het meenemen naar je appartement van 25 m2?

Irriteert het ding me? Is de herinnering eentje van verdriet of wrok of andere negatieve gevoelens? Leg ik het altijd achterin een kast, zo ver mogelijk uit het zicht?

Heb ik dit gekocht omdat mijn vrienden of buren er ook een hebben en ik tof wilde lijken door het ook te kopen? (wat verklaart anders zo’n epidemie van orchideeën in accuglazen, gefiguurzaagde kippen of houten letters met ‘HOME’ voor de ramen? Of een SUV voor twee personen?

Heb ik er meer in de kast dan ik op dagelijkse basis gebruik? Je kan 20 koffiemokken bewaren voor als je ooit 19 mensen uitnodigt op de koffie maar die ene keer in de tien jaar dat je dat doet, kan je eenvoudig mokken lenen of je gasten vragen er zelf een mee te nemen.

Gebruik ik het omdat het er nu eenmaal is? Een vaatwasser bijvoorbeeld, of een droger. Zeker in kleinere huishoudens. Het lijkt makkelijk maar alles in tienvoud hebben in een tweepersoons huishouden puur om de vaatwasser te kunnen vullen, is toch apart.

Kan ik het ding in kwestie, mocht ik het ooit nodig hebben, lenen? Huren? Voor heel weinig weer terugkopen? Gewoon zonder doen?

Heb een duidelijke reden waarom je dingen al dan niet bewaart. Handig, of blij makend. Ooit is nooit en de toekomst is ongewis. Houvast vinden in het bewaren van bijna versleten textiel is gekheid. Kies voor een goed ding, in plaats van vijf middelmatige. Weet wat je nodig hebt en waar je eenvoudig zonder kan. Realiseer je, dat al het geld al is uitgegeven en dat door overbodige zooi bij je te houden, de teller alleen maar verder oploopt omdat dingen nu eenmaal ruimte, peperdure m2’s innemen.

Je bevrijden van al die geestelijk en fysiek loodzware rommel is het beste cadeau dat je jezelf ooit kan geven!

Minimalisme en makkelijker beslissen.

Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

Mijn oudste dochter kan niet kiezen. Chocola of vanille, paars of blauw, English Breakfast of Darjeeling, het maakt niet uit. Ik kan heel goed kiezen, in elk geval heb ik zelden spijt van een beslissing. Kiezen is een noodzakelijk kwaad wat we zo veel mogelijk moeten vermijden, om goed te kunnen kiezen wat betreft de dingen die er wel toe doen in het leven.

Ik begrijp niet waarom de wereld zo geobsedeerd is door kunnen kiezen. Het is al gauw te veel. Muurverf is hier niet te verkrijgen in 7000 kleuren, zoals van Histor maar in een paar soorten: een paar blauw-, rood- geel-, grijs- en paarstinten en niets te fel. Als ik 7000 opties gepresenteerd krijg denk ik: ‘laat maar, ik heb helemaal geen zin om die keuzes überhaupt te maken!’ Hetzelfde voor bankstellen met 50 poten, 200 modules en 500 stoffen met evenveel afwerkingen. Ik pak wel een oude fruitkist en leg er een kussentje op 😉

Daarom houd ik ook van het beperken van keuzes: het maakt je doodmoe en de meesten van ons, kiezen zich helemaal flauw op een dag, zonder het zelf te beseffen. Welke kleding dragen we en welke schoenen en tas kiezen we erbij. Welk parfum dragen we en welke sieraden. Welke koffiekop past bij onze stemming en bij welke gelegenheid? Welke van de 250 soorten ontbijtgranen nemen we dit keer? Wat gaan we antwoorden op die uitnodiging van dat niet zo leuke familielid? Welk televisiekanaal laten we vanavond onze hersensspoelen? (weet je wat? ik probeer ze alle 345, 4 keer!).

En al die beslissingen kosten energie. Energie die we eigenlijk nodig hebben om na te denken over de belangrijke dingen. Je kan betere beslissingen maken als je de eindeloze stroom kleine beslissingen elimineert.

Is dat niet saai? Nee zeker niet! In tegendeel. Er blijft veel meer mentale en fysieke ruimte over voor belangrijke dingen. Dingen die lichaam en geest ten goede komen.

In plaats van een kast vol middelmatige kleding die niets voor je doet, een handvol jurken en neutrale panty’s die je blij maken en geweldig staan.

Een type koffiemok om je zwarte koffie uit te drinken.

Een type thee open.

Je opmaken met een paar goede make-upproducten in plaats van je door 7 oogschaduwpaletten met elk 15 kleuren te worstelen om die ene goede lippenstift te vinden.

Ontbijten met havermout, lunchen twee eieren, groenten en toast een vaste dag voor een vast type avondeten.

Een soort zoet beleg open voor de kinderen. Een soort kaas.

Altijd dezelfde tas, in plaats van de stress van je rijbewijs per ongeluk in je andere tas te hebben achtergelaten.

Een jas voor alle behalve de meest zomerse dagen.

Een auto waar je altijd bij het uitstappen, al je spullen die er niet inhoren, uit verwijdert.

Hoe minder je hebt, hoe meer je kan genieten van het leven maar ook minder onplezante keuzes hoeven maken. Hoe meer je hebt, hoe meer je twijfelt aan je keuzes en hoe meer je wil hebben om uit te kiezen. Als je besluit te leven met het minimale, wordt het steeds makkelijker om een beslissing te maken.

Bij een huis vol spullen, denk je over alles dat je weg wil doen, na. Je verzint excuses: in dit kapotte babybadjekan ik nog planten groeien, die kapotte bloempot kan ik gebruiken om de bodem te draineren van voornoemd babybadje, van deze kleertjes ga ik ooit nog eens een patchworkdeken maken, de kinderwagen wil mijn dochter over tien jaar misschien we hebben voor haar eigen kinderen, dit schilderij is nog gepunnikt door tante Cootje -god hebbe haar ziel- en noem maar op.

In een huis met het minimum zie je: dit is essentieel, dit niet maar komt uitermate handig van pas en het volgende heeft zijn taak volbracht en kan met een goed gevoel worden doorgegeven of gerecycled.

Een huis vol betekent geen besluiten kunnen nemen. Hoeveel mensen kennen we met huizen helemaal vol met dingen die ze ooit leuk vonden, of meenden te vinden, die vervolgens niets anders doen dan televisie kijken of lezen of een beetje aanrommelen tussen al die overbodige dingen, hiermee hun eigen leven en dat van hun toekomstige nabestaanden onnodig verzwarend en goede materialen verkwisten door ze op hun zolders en in kelders te laten verrotten, langzaam maar zeker.

Hoe meer je je leven vereenvoudigt, hoe meer helderheid en hoe makkelijker het is om beslissingen te nemen. Je komt erachter dat je al die overbodigheid, kan missen als kiespijn. Je komt erachter wat je echt mooi vindt, wat goed is voor je lichaam, je ontdekt meer wie je bent. Wat dan weer helderheid geeft in het besluitvormingsproces.

We hebben zo geleerd dat meer keuze, meer opties, beter is. ‘Vrijheid’. Maar de meesten beseffen niet dat het juist vrijheid geeft om een leven te creëren waarin zulke besluiten gewoon helemaal niet genomen hoeven te worden. Al die opties zijn er om de zakken van de fabrikanten te vullen. De eenvoudigste optie altijd te beste.

Simplify, simplify, simplify (zoals Thoreau zei)

Allemaal lijstjes, zo veel lijstjes.

Als je niet weet wat je leuk en belangrijk vindt in het leven is de kans groot dat je dat door anderen laat bepalen. Door je leraren op school, je ouders, je werkgever, de hypotheekadviseur, de overvolle bak met goedkope plastic gieters bij ikea, de kopse kanten van de stellingen in de winkel, de kleding aan het koopjesrek, de ‘ook wel leuke’ dingen in tijdschriften…

Ik moet dingen voor me zien, op papier, om ze duidelijk te krijgen. De man speelt woordfeud met mijn moeder en bedenkt de woorden in zijn hoofd, ik moet de letters echter alle kanten op schuiven om er iets van te maken.

 Ik moest altijd lachen om mijn vader met zijn lijstjes-obsessie maar ik heb dat ook een beetje. Mijn DL2 ook. Ze heeft lijstjes met welke kip hoeveel eieren legde, met wat ze wil meenemen naar Nederland, haar kleding, haar lievelingseten….

Toch, ik denk dat lijsten maken ons goed kan helpen om te bepalen wat we willen, en niet willen, in het leven. Hoeveel mensen hebben er een kast vol kleding die ze min of meer haten? Een interieur waarin ze maar middelmatigheid blijven toevoegen omdat wat ze hebben, ze nooit tevreden maakt? Een baan waar ze met lood in de schoenen naartoe gaan ‘omdat het nu eenmaal moet’?

Waar ligt je hart, wat doe je graag, wat vind je mooi, wat vind je vreselijk? De meesten van ons willen overal werken maar niet op kantoor en komen precies daar terecht. Er zijn niet veel mensen die heel warm worden van ikea-spullen maar bij de meesten staat het huis er vol mee.

Dominique Loreau is mijn favoriete minimalist en heeft naast een geweldig boek over de kunst van de eenvoud, ook een boek geschreven over de kracht van lijsten.

Maak bijvoorbeeld een lijst van wat je in je tas wil hebben en wat er in zit (cash, rijbewijs, een doekje, waterfles, lipgloss, haarelastiek, autosleutel).

Een lijst met dingen die je nooit meer wil doen (naar Nederland en terug met de auto, zwanger zijn, naar een verjaardagsfeest gaan, depressief zijn, zonder de man slapen, een test doen voor een vinkje om te kunnen reizen, werken voor een baas).

Met dingen waar je meer van wil doen (wandelen, in de zon zitten, mediteren, bloemen zaaien, brieven schrijven, lezen over oosterse wijsheid, groenten eten)

Van kleding die je mooi vindt (zwart, teal, bordeau, paars, vrouwelijke vormen, comfortabel, effen kleuren, simpele lijnen) en kleding die je vreselijk vindt (kantjes, ruches, opgenaaide versiersels, prints, ‘plastic’, vormeloosheid, denim, sportschoenen ).

Wat je blij maakt (de voetstappen van de man op de trap als hij uit werk komt, slapen met de ramen open, houtvuur, linnen, hommels en bijtjes, vogels, lief spelende kinderen, schrijven in mijn dagboek, blije post, blogjes typen, zonsopkomsten, fijne boeken, een geordend huis, tomatensoep op het fornuis, verse eitjes van de kippen, iets vinden waar ik zonder kan leven, een goed gesprek met een vriendin, m’n voeten netjes zacht en gelukkig maken, goed gelukte eyeliner).

Wat je irriteert (mondkapjes, zwerfvuil, waterscooters, rommel van de kinderen, rommel in de gang, koude druppels in m’n nek, mensen die naar oud parfum ruiken, wasverzachtergeur, McDonalds, het geluid van de koelkast, kassamedewerkers die die band laten draaien zodat alles geplet wordt, administratie doen, afzakkende of je buik in twee delende panty’s, schermen overal, te ver afgekoelde koffie).

Dingen waar je maar een van hebt (olie en zeep voor lijf en gezicht, zonnebril, lippenstift, handtas, scheermes, wijnglas, paar handschoenen, waterfles, agenda,  bankpas, groot mes, theekop, zomerschoenen, haarelastiek, nagelvijl) en dingen waar ik er in een ideale wereld maar een van zou hebben (jas, beddengoed, pennen).

Bij elke suggestie voor lijsten schrijft ze een inleiding, waarom je het zou moeten bijhouden, wat voor inzicht het geeft…

Dingen die ik makkelijk kan veranderen. Dingen die moeite kosten om te veranderen. Dingen die ik niet kan veranderern. Het soort mensen met wie ik (niet) om wil gaan. De  belangrijkste gebeurtenissen uit je leven. Hoe je je leven 20 jaar geleden voor je zag en het leven dat je nu leeft. Mijn beste vrienden en hun eigenschappen. De leraren die me hebben beinvloed. Vreemden die hun indruk op me hebben achtergelaten. Mijn helden en inspiratie. Lievelingsboeken en films. Wat me aantrekt in de mensen die ik bewonder. Rare dingen die ik nog eens wil doen. Mijn lievelingsuitspraken en gezegdes. Mijn mooiste herinneringen. Lievelingseten. Favoriete kleuren en patronen. De bakens uit mijn jeugd. Kleine dingen die je kan doen waar je je goed door voelt. Het werk dat ik doe en het werk dat ik had willen doen. Manieren om energie te besparen. Dingen die ik kan doen om het leven te versimpelen. Dingen waar ik voor spaar. Dingen die ik weg kan doen om me lichter te doen voelen. Gezegdes van mijn opa’s en oma’s. Mijn zwakke punten. Mijn sterke punten. Mijn angsten. Mijn steeds terugkerende gedachten en hun nuttigheid. Dingen die me energie geven en dingen die energie uit me trekken.

De mogelijkheden zijn eindeloos en ik geloof echt dat we door deze dingen op papier te zetten en er over na te denken, meer duidelijkheid vinden omtrent wie we zijn en wat we willen in het leven. Wat we kunnen. Want als je zelf niet besluit, doet de wereld dat voor je en die heeft doorgaans niet jouw welzijn als allerhoogste prioriteit.

Gekke glazen potjes.

Foto door Deena op Pexels.com

Heerlijk, de administratie is weer gedaan -voor nu- en ik heb eens even wat overbodige dingen de deur uitgetrapt.

Ik had een glazenpotjesbewaarobsessie ontwikkeld ofzo, want ik had echt een enorme berg glazen potjes staan. Ik zou heel veel jam kunnen maken bijvoorbeeld, maar de waarheid is dat zodra ik iets meer dan een handje bessen of bramen heb verzameld, de kinderen klaar staan om alles op te vretten. Alsof er nooit meer glazen potten gemaakt zullen worden.

Exit glazen potjes, exit een zooi andere dingen die geen doel dienen dan ‘stel dat’. Want ja, dingen verzamelen in plaats van vrijelijk de wijde wereld insturen na verleende diensten is misschien lastiger in onzekere tijden?

Een voorraad met houdbaar eten: daar zie ik het nut van in. Niet zo zeer voor mezelf maar voor de kinderen die volledig van ons afhankelijk zijn. Bovendien, het rendement op mijn investering is stukken beter dan het op de bank hebben staan met de huidige rente- en voedselprijzen.

Kleding en schoenen bewaren voor het volgende kind: idem. Er zit nu geen meter lengteverschil meer tussen de oudste en de jongste en het duurt niet lang voor een kledingstuk door de volgende kan worden gebruikt.

Twee sets beddengoed voor de kinderen omdat ik de droger niet meer gebruik en ik niet altijd alles op een dag droog krijg: het moet maar.

Zorgen dat je niet volledig onthand bent als water, bankdiensten of stroom wegvalt: verstandig. Preppen voor minimaal drie dagen maar het liefst een week wordt met klem aangeraden door de regering hier ter lande.

De wollen truien met compleet versleten ellebogen waar ik een lapje op wilde zetten: zo mooi waren ze niet meer, we hebben genoeg goede kleding. Zet ik daar wel een lapje op als de nieuwe truien op zijn.

Jezelf ingraven in overbodige rommel (alles wat ‘misschien nog eens handig is’, valt daar onder bij mij) is compleet nutteloos en contraproductief zelfs, want door de rommelige bijzaken, verlies je hoofdzaken uit het oog. Een rommelig huis is een rommelig hoofd en in onzekere tijden is dat het laatste dat we nodig hebben.

Alleen overhouden wat echt noodzakelijk is, was juist zelden zo urgent.

Zo kunnen we het onvermijdelijke (wat dat ook moge wezen) met een opgeheven hoofd tegemoet treden. Een leven in vrede zou ons geboorterecht moeten zijn maar dat is het uiteindelijk van niemand, dus meer dan ons schikken in ons lot kunnen we ook niet doen.

Er zijn zaken die vermeden kunnen worden en ik denk dat we dat dan ook moeten doen maar heel veel meer ligt niet binnen onze macht. En als we hebben gedaan wat we redelijkerwijs kunnen doen, moeten we het verder ook met rust laten.

Het heeft geen zin om ons fysiek op het allerergste voor te bereiden, hoewel in onze geest het scenario doornemen ons wellicht een gigantische schok bespaart mocht het ooit werkelijkheid worden…

Het is hetzelfde als met je realiseren dat de mensen om je heen, sterfelijk zijn en dat het leven elk moment abrupt kan eindigen. Met dat in het achterhoofd, zou je je nog zo gedragen en je dagen zo vullen als je doet? Geniet van de mensen die er zijn, de wereld die er is, alle goede dingen. Vul je ziel met het mooie alledaagse.

We kunnen ongeluk niet uitbannen, hoezeer we ons ook voorbereiden. We kunnen het wel accepteren en de schoonheid en goede dingen proberen te blijven zien van de dingen om ons heen.

Het is onze taak, voor onszelf en de mensen om ons heen, om ons mooiste leven te leven. Niet in de grootst mogelijke luxe, maar juist met grote waardering en liefde voor al het goede. Leef bij de dag. Niet bij wat er gisteren of 10 jaar geleden gebeurde. Vergeef de mensen die vergeven moeten worden. Niet omdat het niet erg was of omdat je het goedkeurt wat er gebeurde maar omdat je je toekomst er niet mee wil laten vervuilen. Gun jezelf goed eten, goede slaap en de liefde van anderen.

En spaar niet te veel glazen potjes.