Speelgoed en kamers opruimen….

Twee maanden vakantie en niet veel meer dan nodig doen in huis, heeft zijn sporen achtergelaten. De zon staat ook alweer een stuk lager dus alle Schmutz valt extra op. Ik heb me voorgenomen om elke dag tot tien uur ’s ochtends te doen wat ik moet doen zodat ik op het gemak het hele huis heb gedaan, over een week of twee. De ene dag een slaapkamer opruimen, de volgende dag een badkamer…. op het gemakje.

Vandaag begon ik aan de kamer van de oudste, dat is altijd een drama. Rollen electriciteitstape, een kuub oud papier, uitgedroogde viltstiften, een rol folie, een aangebroken pak zout, lepels, tandenborstels, vuile kleding achter in de kast gepropt, verpakkingen en prijskaartjes… Waarom!

Ik had inmiddels vijf keer gewaarschuwd dat als ze het zelf niet netjes houdt, ik het netjes maak en ze weet wat dat betekent. Vandaag was het zo ver. Een flinke vuilniszak en een doos voor de kringloop later en alles is weer aan kant.

Ik vind het altijd lastig, laat ik ze hun gang gaan of houd ik het onder controle? Ik weet wat er gebeurt als ik niets doe of zeg en dan gebeurt het bovenstaande. Niet bij allemaal, de oudste is wel de ergste wat dat betreft. Ze heeft ook het meeste, als oudste (klein)kind en fervent verzamelaar van rommeltjes.

Ik snap dat ze autonomie nodig hebben met hun eigen spullen en die kunnen ze krijgen maar zo lang ze hier wonen houden ze het netjes, op mijn voorwaarden. En dat hoeft echt niet te betekenen dat alles kaal en leeg moet zijn en dat het nooit een rommel mag worden, maar wel schoon en opgeruimd (geen vuil ondergoed achter in de kledingkast en geen lekkende pakken zout in de kast) en als dat niet kan, heb ik ook geen zin om een berg rommel te onderhouden.

We kopen zelden iets van speelgoed, nagenoeg alleen boeken. Veel van wat ze hebben is zelfgemaakt (ze hebben allemaal een scherp oog voor dingen waar ze ‘nog wel iets mee kunnen’ of cadeau gekregen van opa en oma, wat ook niet meer zo hard gaat nu die nooit meer komen. Oma stuurt wel knutselspullen, stiften en papier waar ze heel erg blij mee zijn en dat zijn gelukkig ook dingen die worden opgebruikt.

De enorme kist vol Lego raakt gelukkig niet nog voller. Mijn ouders gaven heel veel Lego en de man had een tijdje veel plezier in het bestellen van Chinese neplego, waaronder een enorm Harry Potter kasteel en de Death Star van Star Wars…. Maar alleen de jongste twee spelen nog echt met Lego en dan vooral met de Lego-meisjes, paarden en die piepkleine accessoires die erbij horen en genoeg is genoeg hoor! Werkelijk.

Ik ben wel blij dat we al met al behoorlijk terughoudend geweest zijn met speelgoed geven. Ze zijn niet gewend dat er bergen grote cadeaus zijn op feestdagen en als ik ze vraag wat ze willen, hebben ze meestal niet eens een idee. Als we in een winkel zijn waar ook speelgoed te koop is, vinden ze uiteraard genoeg maar dan zeg ik altijd ‘vraag maar voor je verjaardag’. Inmiddels zeggen ze dat ook tegen elkaar als er een iets vraagt. Ik hoor ze ook nooit over het speelgoed van andere kinderen. In elk geval niet in de zin van dat ze het ook willen hebben.

Uiteindelijk, ‘nee’ is een prima antwoord voor 98% van de tijd. Als er dan een keer iets mag, staan ze me met grote ogen aan te kijken en vragen zich af of ik de vraag heb begrepen 😀 En dan is het ook nog eens bijzonder.

Er zijn mensen die met kerst geen cadeaus geven, zoals Darci Isabella. Ik snap dat goed. Ze zijn katholiek en voor hen ligt de focus op samenzijn met familie en het religieuze. Ook de verjaardagen zijn redelijk cadeau-vrij daar en bestaan vooral uit dat de jarige iets junkfood mag kiezen, iets wat ze normaal niet krijgen. Haar kinderen, home-schooled, zijn het gewend en lijken me gelukkig genoeg.

Helemaal zonder cadeaus lijkt me echter ook een beetje flauw voor de kinderen. We geven voor kerst meestal al ‘dingen doen’ en een zeer beperkt aantal fysieke gaven maar wel een aantal.
Natuurlijk scheelt het veel dat we hier geen grote verjaardagen vieren met familie die viermaal per jaar met grote cadeaus aankomt maar dan zou ik andere dingen vragen: geld voor een groter cadeau als een fiets of goede rolschaatsen of om iets met zijn allen te gaan doen, al is het maar een ijsje eten. Veel leuker dan het zoveelste stuk plastic.

Het is ook vooral ons eigen idee. ‘Heeft iemand suggesties voor een bijzonder cadeau voor een kind van een?’ las ik wel eens op forums toen we nog in die fase zaten. Ja, een lege doos, vinden ze prachtig. >
’t Is vooral onze eigen projectie. ‘Maak maar een verlanglijstje voor sinterklaas’. Intertoysboek erbij… En het dan gek vinden dat ze zeuren en ‘verwend zijn’. Joh 😉

Al met al ben ik blij dat we het zo aangepakt hebben. Ze zijn allemaal behoorlijk creatief, met wat ze hebben en met dingen die ze vinden. Wat ze hebben, waarderen en gebruiken ze ook… Ze weten dat het niet zomaar uit de lucht komt vallen en dat er grenzen zitten aan wat we kunnen kopen en in huis kunnen hebben.

En nog maar eens ontrommelen.

Er zaten vanmorgen al over de honderd zwaluwen op de stroomleidingen, volgens mij is het echt een heel goed jaar geweest voor ze. Ik houd van alle vogels maar sommigen zijn mijn favorieten. De hele kleintjes zoals de kwikstaartjes, de goudhaantjes en zwaluwen dus, bijvoorbeeld. Vergeleken bij wat die beestjes kunnen zijn wij mensen echt kansloze figuren, haha. Een vogel heeft niets nodig, eet wat ie nodig heeft om de dag door te komen en is tevreden met een slaapplekje ergens in de luwte en wat gezelschap.

Mijn twee kleinsten willen als ze doodgaan daarna een vogel worden. Ik weet niet of dat geregeld kan worden en ik heb ze gewaarschuwd dat dat een hard leven is maar dan gaat hun mama op mijn raam tikken als ze te weinig te eten hebben en dan kan ik ze voeren.

Zo vrij als een vogel, ik zou het ook willen zijn. Vrij van alles wat me tegenhoudt. Kunnen leven uit een kleine koffer. En toen besloot ik dat dat is wat ik ga doen. Niet leven uit een koffer (ik heb geen koffers) maar mezelf bevrijden van alle dingen die me ‘tegenhouden’. Ik heb bijna niets nodig om een aangenaam leven te leven. Ik ben het gelukkigst als ik zo min mogelijk heb. Geef me spullen en ik krijg de behoefte ze te organiseren en dat is echt zonde van mijn tijd.

Welke spullen?

Schoenen waar ik niet lang comfortabel op kan lopen, ik heb daar slechts twee paar van nodig 😉 Zeker nu ik gisteren een paar kreeg van een vriendin dat en netjes en zeer comfortabel is voor langere wandelingen en het ook fatsoenlijk doet bij mijn nettere kleding.

Kleding die ik heel leuk vond toen ik het kocht in wat achteraf gezien een ‘fase’ was en waarvan ik mezelf moet dwingen het te dragen. Overtollig serviesgoed, textiel, alles. Sjaals waarvan ik dacht dat ik dan wat afwisseling in mijn all black everything-outfits kon hebben, om er alleen maar achter te komen dat dat een idee van anderen is, waar ik zelf het nut niet van zie, eigenlijk.

Als de spullen op hun plek liggen, is het lastig hun nutteloosheid te zien. Ze zijn er gewoon en worden in veel gevallen echt nog wel eens gebruikt maar echt essentieel, zijn ze niet. Nu is essentieel natuurlijk een rekbaar begrip. Ik kan prima alles drinken uit een en hetzelfde soort glas maar ik drink liever koffie uit een kopje en thee en water uit een glas maar meer dan zes van elk heb ik niet nodig.  Heb ik mijn schoudertas nog nodig nu ik altijd mijn (hier bijna verplichte J ) Fjellreven rugzak gebruik? Het wegdoen van het koffiezetapparaat zal wel op weerstand en onbegrip stuiten dus dat doe ik voorlopig niet maar ik heb een fijn koffiefilter dat precies hetzelfde doet.

Mijn voorraad eten en nuttige zaken is aangenaam van formaat. Ik vind het een fijn idee dat we warm kunnen zijn en genoeg te eten hebben als systemen het, om wat voor reden dan ook, af laten weten. We hebben boeken, papier, inkt, potloden, Magic the Gathering en Kolonisten van Catan voor het leuk.

Maar juist hiermee, met de focus op de dingen die echt belangrijk zijn en een verschil maken, verandert mijn perspectief nog weer eens. Wat is belangrijk? Echt belangrijk? Niet eens ‘wat is handig’ of ‘wat maakt me blij’ maar ‘wat is essentieel?

Zo licht mogelijk leven maar wel met mijn voeten in de aarde, is mijn doel.

Wel een kruiwagen, kippen en een composthoop, geen vier paar hoge hakken en drie soorten donkerrode lippenstift. Wel voedzaam eten en een goede voorraad haardhout, geen sodastream en smartphone. Wel papier en inkt, geen gelezen boeken in de kast. Wel kleding voor de kinderen op voorraad, geen ongeliefde kleding voor ‘stel dat’.

Ik geloof dat het tijd is voor wederom een ritje naar de kringloop 🙂

Het argument tegen dingen bewaren.

Jaja, het zijn verwarrende tijden voor de minimalistische mensch. ‘You will own nothing and you will be happy’ klinkt gek genoeg niet als muziek in mijn oren. Niet omdat ik dingen wil hebbehebbe maar omdat niets bezitten je maakt tot een slaaf. Heel veel bezitten ook, maar dat is een ander verhaal.

Normaal gesproken deed ik, op de dure artikelen als winterjassen en skibroeken na, alle kleding weg van de kinderen als ze eruit waren gegroeid. Er zit 5 jaar tussen de 1e en 2e dochter en 3 tussen de 2e en de 3e en wat moet ik in de tussentijd met al die dingen; spullen zijn er om gebruikt te worden.

De volgende vindt het niet leuk, is geen lente- maar een herfstkind en heeft dus geen maat 122 in de zomer, houdt niet van leggings – coltruien – whatever en bovendien, zo veel hebben ze niet dus ik koop liever wat we op dat moment nodig hebben dan alles op voorraad te houden waar het ook niet beter van wordt.
Mijn regel is voorts dat wanneer ik iets nieuws koop, het oude weg moet. Wat is anders het punt van nieuw kopen?

De laatste maanden dacht ik echter steeds vaker: maar hier kan ik nog wel wat mee. Van dit flink sleetse beddengoed kan ik theedoeken maken. Of stofdoeken. Of…. Ik organiseer het netjes in een bak, mooi opgevouwen, dan ligt het me niet in de weg.

Of…. ik doe het lekker niet. ’t Is niet echt dat een voorraad van 40 zelfgemaakte theedoeken onze vege lijven en zielen zullen redden.

Het hebben van spullen zonder dat ik er een plan voor heb: ik kan er niet tegen. Dingen bewaren voor ‘stel dat’.
Ja, ik heb eten op voorraad. En lucifers en kaarsen. En een stapel hout. En een firebox.

Stel dat mensen weer gaan paniek-kopen of er anderszins een kink in de bevoorradingskabel komt. Stel dat de stroom uitvalt (zo onwaarschijnlijk is dat niet, er hoeft maar een zeilboot met te hoge mast tegen de leidingen aan te varen). Maar een lap versleten stof voor het idee dat er straks geen versleten lappen stof meer zijn, dat is onzin. Ik wil geen kleden maken van repen oud textiel en geen 40 theedoeken van mijn oude dekbedhoes.

Het is belangrijk om het overzicht te bewaren. Wat is belangrijk, wat niet.

Warme jassen, goede winterlaarzen, regenpakken, haardhout, goed calorierijk voedsel en vooral elkaar, dat is belangrijk. De rest… nah.

Rust in mijn hoofd. Ik kan prima tegen meer spullen op voorraad. Ik houd alles netjes georganiseerd en schoon. Ik heb dingen waarvan ik anderhalf jaar geleden niet gedacht had, dat ik ze nog eens zou hebben. Want er is altijd een dokter, een ziekenhuis, een supermarkt, een kledingwinkel etc. Toch? Tot dat echter niet meer zo zeker is.

Bijzonder hoe snel dat kan verkeren.

De afgelopen dagen kocht ik veel. Dingen die we toch wel nodig hebben. Dingen die al langer op mijn lijstje stonden. Dingen die we hopelijk niet nodig gaan hebben maar waarvan er een gerede kans is, dat het wel het geval zal zijn. Dingen die ik toch wel zou kopen, maar die ik allemaal wat eerder dan echt noodzakelijk heb aangeschaft. Dingen die echt handig zijn om te hebben. Dingen die me rust geven om te hebben in een keihard veranderde wereld.

Maar nu ben ik het wel redelijk zat, haha. Het dingen kopen, dingen een plek moeten geven, nadenken over dingen die ik nodig heb in de toekomst. Ik wil gewoon weer ‘nooit’ naar de winkel en ‘nooit’ wat kopen. Gelukkig is dat ook niet heel moeilijk 🙂

Een goed argument tegen het bewaren van allerlei kleding is het uitzoeken van allerlei kleding 😀

Vakantiestemming

Eindelijk, even tijd om rustig te zitten. Vanmorgen heb ik het huis een beetje bijgewerkt en ging ik met DL2 naar de zee. Het leukste is ongeveer 67 keer achter elkaar de zee in springen, vindt ze. En op de opblaasflamingo, mits ik fungeer als een soort buitenboordmotor. Och ja, goeie oefening 🙂

De kinderen wilden naar de bieb, dus gingen we naar de bieb, glas en metaal wegbrengen, naar de kringloop, de winkel en de kledingwinkel waar we enorm goed slaagden voor dingen die we nodig hadden: sokken, ondergoed, longsleeves en korte broeken. Alles was enorm afgeprijsd. Daarna was ik gaar.

En toen alles weer opruimen, zucht 😉 Ondertussen maakte ik ook nog de frituurpan schoon. Het is gewoon te verleidelijk om dan maar wat (zelfgemaakte, dat wel) patat in de pan te gooien bij gebrek aan verdere inspiratie maar die zelfde aardappels koken en opbakken of verwerken in een aardappelsalade is natuurlijk veel beter en niet heel veel meer werk.
Ik heb al meerdere malen op het punt gestaan om hem definitief te verwijderen maar dan is het ‘oooh en de oliebollen dan, boehoee en dan kunnen we nooit meer donuts maken, ook boehoee’ en vervolgens blijft het kreng toch. Tot ik hem weer schoon gemaakt heb en bedenk dat ik per saldo het ding gewoon echt hartgrondig haat, haha.
Hij is nu verhuisd naar de achterste en bovenste regionen van de ‘kelder’.

Het vet heb ik bewaard, want handig. Voor olielampjes bijvoorbeeld. Lekker, heel het huis meurt naar de frituur maar we hebben wel een klein piepsig walmend vlammetje. Ja, dat wordt nog wat als ‘zie caiberattak’ van herr Schwab doorgang vindt!

Het is wel opeens echt warm en dat ben ik echt niet meer gewend. Er is voor de komende dagen ook allerlei naars voorspeld (28 graden, help!). Het lukt me nog wel om de warmte buiten te houden, ik heb de partytent voorzien van zijn doek, de ramen op de bovenverdieping van lappen en ’s avonds koelt het gelukkig altijd flink af, zodat het hele huis gelucht kan worden. Dat is wel fijn van hier, het is ’s avonds altijd wel weer zo fris dat het aangenamer is met een trui, dan zonder. Ik houd ervan om gewoon lange kleren aan te kunnen hebben enzo.

En overdag doen we gewoon zo min mogelijk als het echt zo heet wordt. Als we nog dingen nodig hebben, dan kan de man die halen in zijn klimaatgecontroleerde auto zonder vier kinderen met zo hun eigen boodschappenlijstje.
Een gemiddeld gesprek in de winkel:
‘Mama?’
-‘Nee!’
‘Ooh’ 😦
En dat 50 keer in vijf minuten. Nee hoor, het zijn hartstikke gezelschappige kinderen om mee te winkelen. Ik ga er alleen niet uit als het boven de 22 graden is, hoogstens om in de zee te springen, voordat de patserboot-galore in alle hevigheid losbreekt. Want dat is wel: het is een herrie in de zomermaanden. Zomermaand. Juli. Nou ja, de vier weken dat heel Noorwegen massaal sommerferie heeft en Syden (‘zuiden’, waar heel Noorwegen normaal gezien naar afreist) zich beperkt tot het zuiden van Noorwegen, haha.
Hoe later op de dag, hoe bezopener velen zijn met dit weer. Er is geen middenweg hier lijkt het vaak: nuchter, of blauw als een tientje. (verraadt deze uitdrukking mijn leeftijd? :D)

Verder was ik begonnen met mijn moestuinperceel wat uit te breiden. Er groeit nu met name doorgeschoten sla en heel veel komkommerkruid maar van de herfst wil ik alles toedekken met karton en voorzien van een laag compost \ mulch. De man heeft een compostbak gemaakt van vier oude pallets maar dat duurt natuurlijk wel even voor we daar iets aan hebben. Toch: beetje bij beetje komen we er wel 🙂 Elke morgen -als ze nog hoorbaar zijn en er hoogstens een kajak voorbij komt- geniet ik van de hommels en bijen die in grote getalen op de bloemetjes afkomen.

Ik heb een paar boeken gekocht over tuinieren die werden aangeraden op onze telegramgroep en ga de komende tijd doen wat ik kan om er volgend jaar iets moois van te maken. Als het weer onder de 20 graden is.

En nu moet ik in de zee. Alweer. Nou, vooruit dan maar. Als we daarmee klaar zijn, heb ik het weer lekker fris, ga ik wat te eten voor op de grill voorbereiden en komt de man alweer bijna thuis.

Het leven is goed 🙂

Maar hoeveel dan precies? (opbergbakjes!)

Wat je besluit te houden, ligt helemaal aan jezelf. Hoe ver je wil gaan in je minimalisme. Ik vind Bea Johnson (wat er ook van haar geworden mag zijn) een geweldig voorbeeld van hoe het ook kan. Een superminimale garderobe, ik lijk er shopaholic bij. Een prachtig minimalistisch huis. Haar zelfgemaakte make-up. Wat de een genoeg vindt, vindt een volgende te weinig en een volgende veel te veel. En dat is prima.

Je hoeft niet op te geven wat je blij maakt, je moet gewoon weten wanneer het voldoende is en afscheid nemen van de dingen die niets toevoegen.

Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

Maar wat bewaar je dan? Hoe weet je wanneer het genoeg is? Hoe zorg je ervoor dat je kasten een paar maanden later niet wederom overlopen van de overbodige dingen?

Grenzen. Tastbare grenzen.

Het is zo simpel 🙂

Neem bijvoorbeeld kruiden. Ik heb een dienblad met 24 potjes. Als ik ga koken, pak ik het hele dienblad. Dat zijn precies de kruiden die ik gebruik, en vaak. Paprikapoeder, cayennepeper, uienpoeder, knoflookzout, komijn, korianderzaad, kaneel… Als ik een buitenissig kruid nodig heb voor een recept, koop ik dat niet maar kijk of ik het kan vervangen door iets dat ik heb en zo niet, dan eten we gewoon iets anders 🙂

Mijn theedoeken en microvezeldoeken moeten in een mandje in een keukenlade passen. Heb ik iets nieuws nodig, dan gaat er iets ouds uit. Anders heb ik ook niets nieuws nodig.

Als de kledingroede van vijftig centimeter in mijn kast vol hangt en ik mijn kleren niet meer kan verschuiven, heb ik klaarblijkelijk te veel kleding en is een opruimsessie nodiger dan een trip naar de meubelboer voor een grotere kast.

Als de spullen van mijn kinderen niet meer in hun bedlades en bureau passen, moeten we even een rondje maken met een grote vuilniszak.

Sokken? Superduperhandig als het frisser is maar meer dan een bak waar zo’n tien paar in past, hoef je niet te hebben.

Extra beddengoed voor de winter? Prima, maar niet meer dan past in een vijftig-liter opbergbak. Als die vol zit, komt er niets meer bij voor er iets poetsdoek is geworden.

Als we elk dingetje gaan beoordelen op zijn joy-sparkendheid, dan maken we het onszelf ook erg moeilijk. En onze hersens zijn zo dat we altijd wel een reden kunnen vinden om iets te bewaren.

– Deze tijdschriften bewaar ik, leuk voor de kinderen om plaatjes uit te knippen.
– Van deze oude spijkerbroek kan ik een slinger maken.
– Deze versleten lakens bewaar ik voor als mijn goede spullen ook zijn doorgesleten en er geen lakens meer gemaakt worden. (dan heb je grotere problemen dan beddengoed ;))
– Deze 500 glazen potten bewaar ik voor als ik aardbeienjam ga inmaken tijdens de zombie-apocalyps.

Het is zo makkelijk om de hoeveelheid handige spullen volledig te laten ontsporen en daarom zijn grenzen zo handig.

Misschien kom ik morgen een prachtige aanbieding voor altijd handige microvezeldoeken tegen die ik ‘niet kan laten liggen voor dat geld’. Maar als ik ze niet echt nodig heb en ze passen ook nog eens niet erbij in mijn mandje, dan is ze toch kopen niet een slimme aankoop doen maar geld weggooien en mijn huis rommelig maken met dingen die ik niet nodig heb. Het feit dat we dit niet inzien is de reden waarom huizen en kasten uitpuilen met nutteloosheid.

En dat is zo met alles. Ik heb een doos met kleding en schoenen die ik nu niet draag maar die ik eerder wel graag droeg en over een tijdje ook weer wil dragen. Ik wil het niet in mijn kast leggen, omdat ik het overzicht wil bewaren en in de zomer niet wil struikelen over winterlaarzen, dikke wollen truien, thermoleggings, wollen hemdjes en zulks.
Echter, meer dan wat er aan de hangers kan hangen (ik hang alles op behalve hemdjes en ondergoed) en wat er in die bak past, wil ik niet hebben. Het is meer dan genoeg en leuke kleding, voor alle seizoenen.

Glazen en kopjes zijn handig en oh, wat zijn er een leuke exemplaren in de winkel maar meer dan ik in de onderste lade van mijn keuken kan passen, hoef ik niet te hebben. En ik stapel geen dingen in elkaar. Ik wil alles zo vanuit de vaatwasser in mijn lade kunnen ‘gooien’.

Natuurlijk wil je geen goede dingen zo maar weggooien omdat je iets ‘leukers’ hebt gevonden. En dat maakt die grenzen ook zo handig: als je weet dat je iets weg moet doen omdat je iets toevoegt, zie je meteen hoe onnodig en verspillend je aankoop eigenlijk is.

En zo kan je dat natuurlijk bij al je spulletjes doen.

Een dienblad voor al je ontbijtspullen: crackers, boter, beleg, etc. Past het niet op het dienblad? Jammer, maar er moet eerst iets anders opgemaakt.

Een mand voor de dekens die je hebt voor als het fris wordt ’s avonds. Ook zoiets om meer van te kopen en hebben dan nodig.

Een plank voor het kinderspeelgoed. Alles moet er naast elkaar kunnen staan, zo niet dan moet er iets weg.

Een kast voor je boeken. Als de kast vol is, is het tijd om kritischer te worden op wat je bewaart.

Het hebben van letterlijke, tastbare grenzen is zo handig. Het maakt ook veel duidelijker wat je wel en niet bewaart. Je hoeft niet bij elk dingetje na te denken of het misschien nog een functie kan hebben, of het je blij maakt, of wat voor reden je dan ook verzint.

We hebben maar een beperkte hoeveelheid energie en een beperkte hoeveelheid tijd op een dag. Het organiseren van inventaris, is geen bezigheid die ons erg veel plezier geeft over het algemeen. Ik houd er wel van om alles netjes te organiseren, mijn keuken helemaal rommelvrij te maken en mijn voorraad beter in te delen, maar dat zijn dingen die me wel blij maken. Het voor de tachtigste keer oprapen van over de grond gestrooid zielloos speelgoed, elke dag zes paar schoenen per persoon moeten ordenen, vijf dingen uit een kast moeten halen om er een ding in terug te zetten of elke maand stapels ongedragen kleding in mijn kast moeten ordenen, zijn geen dingen die me blij maken.

Uiteindelijk, je koopt ook niet te veel spullen voor in je vriezer zodat je de helft er ontdooid naast moet laten staan ofzo. Waarom zou je dat principe niet op al je spullen toepassen?

En voor je naar de winkel gaat om bakjes etc te kopen: ik heb gemerkt dat als je begint met opruimen, er uit allerlei hoeken en gaten opbergbakjes en dingen tevoorschijn komen. Bovendien kan je voor veel dingen ook kartonnen verpakkingen en schoenendozen gebruiken. Later, als alles op zijn plek staat vervangen door mooiere exemplaren, kan altijd nog.

Het leven met grenzen is niet ‘beperkend’. Het geeft juist vrijheid. Vrijheid door de wetenschap dat je genoeg hebt. Dat je niet nog meer hoeft te kopen. Dat je tevreden bent met wat er is. Vrijheid van het constant organiseren van spullen, of van het leven in chaos.

Een heleboel kleine ontrommel-ideeën.

Want wie houdt er nu niet van een huis met zonder rommel? Precies. Het is vast heel onavontuurlijk enzo maar de meesten van ons functioneren nu eenmaal beter met minder rommel om ons heen en in ons leven. Dus hier maar wat ontrommelinspiratie. Het is hier wat frisser dan in Nederland (ik liep gisteren met mijn winterjas aan zonder eruit te zweten en we rillen onder het zomerdekbed) maar natuurlijk kan het ook op een andere dag 🙂

  1. Je panty’s. Zo vaak kopen we een exemplaar dat te kort is, of de verkeerde kleur, zo een die je buik in twee deelt of waar een ladder in zit die we nog wel fixen met wat nagellak…. en als je je ’s ochtends aankleed, vis je eerst vijf foute exemplaren tevoorschijn. Argh! Een verkeerde panty gaat hier direct naar de kringloop. Ik zweer bij Wolford. Iets duurder maar gaat heel lang mee.
  2. Ondergoed. We bewaren soms een beetje sleets ondergoed voor bepaalde dagen van de maand maar waarom. It only adds to the injury, vind ik dan. We hebben sowieso veel minder nodig dan gedacht. Je wast vermoedelijk toch elke week, dus waarom voor drie weken ondergoed hebben?
  3. Make-up. Idem als met panty’s. Velen van ons kopen wel eens iets dat toch niet helemaal je-dat is en in plaats van het meteen door te geven of weg te doen, denken we dat het beter is om het achterin de kast te leggen. Doe alle foute kleuren, restjes en over de datum zijnde spullen lekker weg. Waarom zou je ook niet voor je make-up een ‘uniform’ hebben in plaats van steeds weer iets te proberen dat helemaal niet bij je past, eigenlijk?
  4. Je handtas. Oude bonnetjes, muntjes, klantenpassen, lege verpakkingen, snoeppapiertjes etc.: haal alles eruit wat rommel is en waarvan het waanzin is om het hele dagen met je mee te sjouwen.
  5. De dingen die je zou repareren maar die al maanden in de kast liggen te wachten. Doe het nu of doe het weg.
  6. De schoenenkast. Meer dan twee paar per persoon is best overbodig. Hier gaan tijdelijk in ongebruik zijnde schoenen in een grote kist en op de schoenenrekken staan alleen de twee paar die we nu nodig hebben.
  7. Decor in je huis. Haal het eens allemaal weg. Bevalt dat? Te kaal? Vraag je dan af of je echt alles waar je hele dagen tegenaan kijkt, even mooi vind en hang alleen terug wat je echt blij maakt.
  8. Het terras. Ligt het vol met plastic meuk voor de kinderen? Hebben ze echt alles nodig? Wordt er mee gespeeld of is het vooral iets om je aan te ergeren? Staan er bloempotten met dode planten, overbodige stoelen of ander kapot meubilair?
  9. Glaswerk. Heb je echt voor elk drankje een apart glas nodig? Is het nuttig om 10 champagneglazen die eenmaal per jaar het daglicht zien in je keuken te hebben staan? Of welke soort glazen dan ook? Heb je 20 glazen voor een tweepersoons huishouden? Kan het minder, zodat je overige spullen wat meer levensruimte krijgen?
  10. Sentimentele dingen. Zet de wekker op een kwartiertje of half uurtje en kijk waar je afscheid van kan nemen.
  11. Foto’s op je telefoon. Ik zet ze op de computer en selecteer alleen welke foto’s ik wil houden. Dat is een makkelijker criterium dan kijken welke weg kunnen, vind ik.
  12. Boeken. Welke ga je niet (meer) lezen? Stuur ze de wijde wereld in.
  13. Bakjes, kommetjes en schaaltjes. Moet je die hebben in 10 verschillende, niet in elkaar passende formaten? Nee joh 🙂
  14. De koelkast. Welke sauzen, kruidenmixen, restjes etc. worden toch nooit meer gebruikt? Maak fijn plaats voor lekkere, gezonde dingen.
  15. De voorraadkast. Idem.
  16. Onder je bed. Bovenop rommel slapen is energetisch gezien niet goed. Het liefst houd je de ruimte onder je bed leeg maar gaat dat niet, zorg dan dat je er alleen de dingen bewaart die een plaats verdienen in je huis, dus geen oude gordijnen, verwassen beddengoed, de kleding die je niet weg wil gooien maar die je eveneens nooit meer draagt etc.
  17. Oude notitieboeken en dagboeken. Wil je echt dat die dingen die je schreef, door een ander gelezen kunnen worden? Doet het nog ter zake wat erin staat?
  18. Kruidenrekje. Hoeveel dingen zijn al lang over de datum? Welke dingen gebruik je eigenlijk nooit? Doe het weg en koop lekker verse kruiden als je ze nodig hebt.
  19. Knutselspullen. Als het voor het grijpen ligt, wordt het gepakt en door elkaar gerommeld, is mijn ervaring. Een kleine hoeveelheid potloden, stiften, lijm en een schaar is meer dan genoeg. Als er grotere projecten gedaan moeten worden, kunnen die dingen van stal gehaald maar dan hoef je niet alles dagelijks op te ruimen.
  20. Winterspullen. Alles eruit wat te klein, kapot of van slechte kwaliteit is. Doe enkele handschoenen gewoon weg.
  21. Pennen. Als je een goede pen hebt en die een vaste plek geeft, heb je genoeg. Een heel scala aan min of meer afgevreten plastic reclame-exemplaren is deprimerend en niet chique.
  22. Wasmiddelen. Hoe veel flessen en pakken met restjes wasverzachter en waspoeder, niet goed bevallende wasmiddelen en andere ooit in een enthousiaste bui gekochte wasaccessoires heb je? Gebruik het op, maak een ander er blij mee en koop voortaan pas nieuw als het oude nagenoeg op is.
  23. De lade met rommel. Het kan of weg, of het ligt op de verkeerde plek in je huis.
  24. Laat je kinderen hun rugzakken leegmaken. Afgekloven potloden, proefwerken en andere onzin eruit en alleen terug wat terug erin hoort.
  25. Dekens. Hoeveel dekens heb je ‘voor op een frisse avond buiten in de tuin’ of ‘om forten mee te bouwen’? Je hebt geen verschillende dekens nodig voor verschillende activiteiten. Dat je die op je bed niet gebruikt voor tenten bouwen is logisch maar dekens en op de bank, en voor buiten, en voor de kinderen, en voor gasten en voor nood en voor weet ik het wat is wellicht wat dubbelop.
  26. Catalogi, reclame, afhaalmenu’s…. Hop, weg ermee. Het zet alleen maar aan tot overbodig kopen en eten.
  27. Administratie. Ook meer een klus om met een timer te doen, elke dag een kwartiertje als het te veel is om te overzien. Oude polissen, bankafschriften, garantiebewijzen, gebruiksaanwijzingen etc… doe het weg en houd alleen wat je nodig hebt volgens de belastingdienst.
  28. Kookboeken. Hoeveel gebruik je geregeld? Welke zijn er vooral voor je ‘fantasie-zelf’? (die als een Italiaanse mamma uren in de keuken staat met de hemel aan verse spulletjes, terwijl je zelf het liefst wraps serveert)
  29. Keukenspullen. Hoe veel dingen heb je dubbel? (scharen, schilmesjes) en welke dingen zijn overbodig als je een scherp mes hebt? (eiersnijders, appelschillers etc)
  30. De kleding van je kinderen. Dankbare plek, daar is altijd wel wat te vinden 😉
  31. De spullen in je douche. Moeten daar vijf flessen shampoo en drie soorten cremespoeling, een fles douchegel en vier sponzen liggen? Als je minder producten gebruikt wordt je zelf net zo schoon en is je douche of bad veel makkelijker en sneller schoon te maken.
  32. Sleutels. Als je echt geen idee hebt waar een sleutel voor is, waarom bewaar je hem dan? In het allerergste geval moet je een keer een slot vervangen van een skibox ofzo maar als dat je elke dag je huissleutel zoeken tussen 10 andere sleutels, loont dat toch de moeite.

Spijt van dingen die weg zijn gegaan?

Mensen vragen me wel eens of ik geen spijt heb van de dingen die ik weg heb gedaan. En ik probeer soms een voorbeeld te vinden van iets waarvan ik achteraf dacht: beter niet, maar kom dan tot de conclusie dat dat zelden het geval was.

Ik herinner me een paar hoge zwarte veterlaarzen, waarvan ik de rits gewoon had kunnen laten maken, vermoedelijk. Dat is echter al 16 jaar geleden.

Heb ik wel eens iets ‘teruggekocht’? Ja. Een tipitent bijvoorbeeld. We kochten die 12 jaar geleden. Een enorm ding, zwaar katoen dus amper te tillen en droog te krijgen in een regenachtige periode… We hebben er veel aan gehad toen we tijdelijk dakloos waren toen ons huis hadden verkocht en naar Noorwegen vertrokken maar eenmaal hier hebben we hem niet meer gebruikt en na vier of vijf jaar, verkocht ik hem.
Later wilden de kinderen heel graag de tipitent terug. Voor 100 euro kocht ik een mooi gebruikt ‘plastic’ exemplaar, waar ook een houtkachel in kan, die mijn oudste twee kinderen zelf kunnen dragen en in drie minuten opzetten, die in een vloek en een zucht droog is en die een kwart van de plek van de Tentipi-tent inneemt.

Een keukenmachine. Ik gebruikte hem vooral om deeg te kneden maar hij werd steeds gammeler. Wellicht had hij nog gemaakt kunnen worden maar ik heb hem destijds naar de kringloop gebracht, met de melding erbij wat er aan de hand mee was. Een paar maanden geleden kocht ik een KitchenAid, wat ik vermoedelijk toch wel gedaan had, ook als ik de oude nog gehad had.

Soms denk ik wel eens aan iets dat ik heb weggedaan, als ik het me in een zeldzaam geval nog herinner maar missen: nee.

Maar stel dat je nu wel dingen mist? En misschien is dat de reden dat ik nooit dingen mis, of spijt heb.

Is het het waard?

Allereerst: Moet je je bezittingen minimaliseren of op zijn minst ontrommelen laten omdat je een paar dingetjes ‘mist’? Is het belangrijker deze dingetjes te houden, dan de rust en kalmte van een opgeruimd huis? Heb je liever een huis met schotten waar spullen van vele decennia achter lurken? Wil je liever een onbegaanbare zolder met dingen die je erfde en bewaarde voor ‘ooit’, waarvan je geen idee hebt wat je ermee moet? Uitpuilende keukenkastjes, overstromende trapkasten en in paniek raken van onverwachts bezoek, want altijd een rommel? Tegen nooit eens klaar zijn met opruimen?

Ik denk van niet. Ja, je maakt een keer een verkeerde beslissing. Het was echter niet de eerste en vermoedelijk is het ook niet de laatste, tenzij dit je laatste dag is in het land der levenden.

Denk niet aan het ding maar aan het gevoel waarmee je het wegdeed.

Onthoud met welk gevoel of doel je de dingen hebt weggegeven. Ik heb mijn trouwjurk weggeven aan de basisschool van mijn kinderen. Ik gaf hem weg omdat ik de man nog heb, de jurk veel plek in nam, omdat het eigenlijk niet mijn eigen keuze was maar ook voor een groot deel omdat mijn moeder hem zo leuk vond en omdat mijn ouders met degene van wie ik hem kreeg, gebroken hebben wegens onvergeeflijke rotstreken.
Ik kan dan gaan denken aan hoe leuk het zou zijn als mijn dochters die jurk weer hadden kunnen gebruiken en me druk maken over het feit dat ik hem niet meer heb maar het gevoel waarmee ik hem wegdeed, prevaleert.

Accepteer het

Als in: het is weg, jammer dan. Ga gewoon verder met leuke dingen doen in plaats van in het verleden te leven. Totaal nutteloos, tenzij je het verleden ziet als iets om lering uit te trekken maar dat is iets dat velen dan weer verzuimen 😉

Zie het als een wijze les

Spijt dat je iets weg hebt gedaan? Net zoals het doen van miskopen is het niet iets waar je jezelf voor je kop voor moet slaan maar zie het als een aanwijzing. Bij een miskoop leert het je wat je niet moet kopen of wanneer je niet moet winkelen of door wie je je niet iets moet laten aansmeren en bij iets dat je weg hebt gedaan, leert het je wat je in het vervolg niet lichtzinnig moet wegdoen.

Koop het opnieuw

Een kabeltje, snijplankje of blikopener te veel gedeclutterd? Gelukkig is daar De Winkel, alwaar je een nieuw exemplaar kan aanschaffen. Superduperhandig!

Wees eerlijk over wat het was

We denken van onze eigen meuk altijd dat het meer waard is, dan het eigenlijk is. Is wetenschappelijk aangetoond met lelijke koffiemokken ofzo. Mensen die de koffiemok hadden gekregen in plaats van geleend, schatten de waarde veel hoger in. Opmerkelijk….

Maar: was het echt zo mooi? Was het echt zo leuk? Had je het echt zo nodig? En zo ja, waarom deed je het dan weg? Er was vast een goede reden voor en achteraf kunnen de dingen leuker lijken dan ze echt waren.

Het is maar een ding. Ook als het van je oma is geweest, als je het op vakantie hebt gekocht, als het nu eigenlijk zo leuk had gestaan bij dat nieuwe rokje enzovoort. Het is niet het einde van de wereld, we hebben bijna allemaal meer dan noodzakelijk. Wees tevreden met wat je nog wel hebt. Makkelijk 🙂

Onthoud het genot van niet bezitten

Niet bezitten is niet hoeven verzekeren, niet hoeven op te slaan, niet hoeven te organiseren, niet hoeven te vervangen, niet hoeven te voorzien van meer spullen zoals onderhoudstoebehoren of plastic opbergdozen of matchende schoenen, niet hoeven achterlaten in een erfenis, niet hoeven wassen, niet hoeven besluiten wel of niet houden, niet….

Het is fijn om lichter door het leven te gaan, belast met minder meuk en minder om je druk om te maken.

Vind iets anders dat het werk ook doet

Ik merk dat naarmate we minder hebben, ik creatiever ben met wat we wel hebben. Snel even naar de winkel kan wel maar doe ik zelden, want 16 km voor een klein dingetje op en neer rijden is idiotie. En dat is dan nog maar voor het beperkte aanbod van lokale winkels, iets specifiekers ligt gauw 25 km hier vandaan.

Dus. We lenen soms iets, gebruiken iets dat we al hebben, improviseren, maken het zelf etc. Of doen gewoon zonder.

Veiligheid en rijkdom zitten niet in de overbodige spullen waarmee we ons omringen.

Ik snap het idee van een beetje extra ‘voor het geval dat’. Ik heb nu ook een grotere voorraad dan 1,5 jaar geleden en heb wat kinderkleding op de groei, alsmede wat handige dingen waarmee we ons in geval van nood kunnen redden. Nood als in: een paar weken of maanden zonder stroom, geld of verse aanvoer van levensmiddelen.

Maar gaan we dan geholpen zijn met een extra slakom, oma’s oude schommelstoel of onze oude ansichtkaarten? Welnee. We zien dan nog meer wat echt belangrijk is en dat zijn toch de basisbehoeften van bescherming, eten en drinken, warmte en liefde.

Dus… gewoon jezelf niet al te druk maken, schouders ophalen en een welgemeend ‘oh nou ja dan’ werkt in mijn geval het allerbeste.

Minimalisme in actie

Foto door Max Vakhtbovych op Pexels.com

Ja leuk, een rommelvrij huis, maar wat is daar nu het praktisch nut van?

Gemak. En rust. En kalmte. Nou ja, meer dan in een huis vol met rommel en zonder routines.

Minimale garderobes

’s Ochtends sta ik op en pak mijn kleren. Ik heb zo’n 10 – 12 basiskledingstukken, een beetje afhankelijk van het seizoen. Midden in de winter minder dan aan het begin van de herfst. Ik draag meestal jurken en het voordeel is dat zo makkelijk zijn. Jurk aan en hop, aangekleed. Ik heb alleen maar kleding die ik echt graag draag.

Vroeger had ik ook kleding die ik graag droeg, omtrent evenveel als nu. Het verschil was echter dat er een wereld van stijlen en miskopen in mijn kast hing, die me me schuldig deed voelen en zorgde dat ik regelmatig het hele ding weer moest opruimen. Ik had toen bijna niets dat als ‘mij’ voelde maar sinds minimalisme en een kleine garderobe, heb ik mijn eigen stijl waar ik niet van afwijk.

Ontwaken in stilte

Ik zet me aan tafel, doe mijn make up op, maak koffie en schrijf in mijn dagboek. Losse gedachten, de dingen die ik wil doen… Na een half uur tot een uur wordt de rest van de familie wakker. Vroeger stond ik tegelijk met de kinderen op en dan viel ik dus meteen in een zee van mamamamamagikmamamamahijzeimamamamawanneergaanweeten en dat was nogal frustrerend. De dag beginnen in stilte, is een luxe.

Een uniform-ontbijt

We hebben allemaal zo ons standaard ontbijt. Voor de oudste twee allebei twee spiegeleieren op brood, de derde wil havermout met cacao en de jongste wil kulturmelk met havermout, pitten, muesli en rozijnen. Heel eenvoudig en gezond.
Tot een paar jaar geleden, zette ik de tafel vol met van alles. Rijstewafels, crackers, soorten beleg, fruit… Het was een werk om het op te ruimen! Nu zit ik even met de kinderen aan tafel en als ze klaar zijn en hun tanden gaan poetsen, ruim ik de keuken op. Ik ben klaar tegen de tijd dat ze weer beneden staan.

Voor mezelf maak ontbijt met een halve cup overnight oats, een cup cultuurmelk en 4 tsp met gemengde zaden en pitten zoals hennepzaad, chia, lijnzaad en zonnebloempitten, dat ik een uur of drie later eet.

Minimalistisch huishouden

Dan Het Huishouden. Ik vind een makkelijk huis waarin we allemaal kunnen doen wat we willen belangrijker dan allerlei accessoires onderhouden. Als het me plezier zou geven om het huis vol te bouwen met tafeltjes, vloerlampen, beelden en schilderijen dan zou ik dat uiteraard gewoon doen maar zulke dingen doen me niets, dus waarom zou ik er moeite voor doen. Omdat een huis decoratie moet hebben, volgens een of andere malle standaard?

Ik doe elke dag een beetje en heb routines voor de meeste taken, zodat ik nooit echt achterloop. Dat geeft rust in mijn hoofd. Dankzij minimalisme en de rust die dat brengt heb ik tijd voor andere dingen zoals het voorbereiden van fatsoenlijk eten voor mijn gezin. Het plannen, het voorbereiden, vooruit koken: die rust had ik niet toen we ons eerste kind kregen en het heeft ook lang geduurd voor ik een manier had die bij ons paste. En ook dat verandert nu de kinderen groter worden.

Ik doe elke dag in elk geval die dingen, die de chaos buiten de deur houden. De was, de keuken, badkamers, opruimen, vloeren schoon en mijn avondeten plannen. Als dat gedaan is, kan er een boel gebeuren zonder dat het later opstroopt.

Mijn badkamer is vrij van rommel. In de douche hangt een draadmandje met een grote fles shampoo \ douchegel van Sante, een fijn biologisch merk en een fles crèmespoeling van Organic Shop. Een scheermes. In het badkamerkastje liggen de dingen die ik dagelijks gebruik en dat is niet heel veel.
Vroeger werd mijn badkamer bevolkt door half opgebruikte potjes met crèmes en shampoos en andere cosmetica maar omdat ik graag nieuwe dingen kocht, gebruikte ik het oude nooit helemaal op. Eens in de zo veel tijd werd dat dan weer geordend, om een week later weer in chaos te zijn veranderd.

Is dat minimalisme?

Zijn deze dingen per se minimalisme? Nee, natuurlijk niet. Ook met een badkamer vol oude cosmetica, een aanrechtblad vol nutteloze apparatuur en een woonkamer als bruine kroeg kan je je maaltijden plannen, minder kleding in je kast hangen of een schoonmaakroutine hebben.

Maar ik niet. Ik heb die rust gewoon nodig om het overzicht niet te verliezen. Ieders brein werkt anders en het zijn vaak de introverte en prikkelgevoeliger mensen die baat hebben bij een versimpelde leefomgeving.

In mijn geval is het ook gewoon zo dat de dingen om me heen, een boodschap uit lijken te zenden. Heerlijk als je daar geen last van hebt.

Vroeger ruimde ik veel vaker op dan nu. Nu ga ik eens in de paar maanden met mijn vergrootglas op zoek naar rommeltjes. En die vind ik heus nog wel. Vooral veel oud papier in de lades van de kinderen. Kleding waar men uitgegroeid is. Speelgoed dat in de vergeethoek is geraakt. Dingen die we niet langer gebruiken. En in het dagelijks leven is het ook een gewoonte geworden om deze dingen eruit te vissen. Verwassen t-shirts bij het vouwen van de was, een lippenstift in toch de foute kleur gaat gewoon in de vuilnisbak in plaats van achterin de la voor ‘ooit’ (als oranje lippenstift me wel goed gaat staan?) en dvd’s die gekeken zijn, gaan gelijk weer in de bak voor de kringloop.

Waar ik vroeger nog wel eens voor de lol ging winkelen (om helemaal overprikkeld thuis te komen), ga ik nu alleen naar de winkels als ik iets nodig heb. Dat scheelt enorm veel geld en tijd en gedoe.
Hoe minder ik heb, hoe minder ik nodig heb. Dat het zo werkt is bijzonder maar als het dagelijks leven minder gedoe geeft, heb ik meer oog voor de dingen die wel belangrijk zijn. En dat is gewoon niet nog een oogschaduwpalet, meer beddengoed, meer boeken in de kast om slim te lijken, meer ‘makkelijk’ eten in de voorraadkast, 50 kussens en dekens in de bank, een nieuwe loungeset, windowshoppen, kunst aan de muur of andere dingen die anderen noodzakelijk achten.

Het leven is gewoon makkelijker, overzichtelijker, zorgelozer met minimalisme.

En dan ga ik nu fijn met mijn jongste een eindje wandelen. Het huis is schoon, het eten voor vanavond gepland (pizza!) en eindelijk, eindelijk breekt de zon door…

oh hij is al weer weg maar we gaan toch doei

The Naked House: tips uit het boek.

Oh, ik ben fan van het boek ‘The Naked House’. Als er in een review staat ‘too extreme’ of ‘totally undoable’ dan weet ik: ik wil dit boek! 😀 En ik ga er vermoedelijk wat van opsteken.

Ja, het is wellicht wat extreem maar het boek staat vol met goede adviezen voor iedereen die een rustig, kalm, overzichtelijk, zen, geordend en makkelijk huishouden wil.

Het is ook een kwestie van keuzes maken. Je kan doorgaans niet en al je spullen binnen handbereik hebben, lukraak kopen en verwachten dat alles met een veeg van een doekje spic en span blijft: als je een makkelijk huishouden wil en kalmte in je hoofd moet je wat dingen doen en wat dingen laten.

De auteur is gek op de kleur bruin en heeft deze kleur door haar hele huis. Wasmanden, kussens, tapijt, handdoeken: alles wat niet wit is, heeft deze kleur. Dit bewaart eenheid en zorgt ervoor dat rommel minder opvalt. Als je kakelbonte handdoeken hebt, zijn ze al gauw storend op elke andere plek dan in een kast of in de wasmand. Zijn ze daarentegen dezelfde kleur als de rest van huis, dan is het een stuk minder vervelend. En zo is het met vele dingen.

Nou ben ik er niet de persoon naar om me druk te maken om de kleur van pannelappen, ovenwanten, wasmanden en zulke zaken maar ze heeft wel een punt. Als dat allemaal dezelfde kleur is, is er meer eenheid, meer rust en meer samenhang tussen de spullen in huis. Ik koop meestal iets als ik het nodig vind wat zulke dingen betreft dus ik heb paarse theedoeken, een groene ovenwant met een hert, made in DDR-koffiekopjes en tealkleurige handdoeken. Hm. Als ik iets nieuws nodig heb, koop ik het in donkergrijs.

Ze is erg van de ‘bare basics’ en haar tolerantie voor spullen is nog lager dan de mijne, haha. Lampen, dikke gordijnen, boeken, cd’s en nagenoeg elke vorm van decor is ‘clutter’ volgens haar.

Prima hoor. Is het ook 😀

Ik vind een grote boekenkast over een hele muur prachtig, maar in mijn eigen huis veel te veel afleiding. Een huis in donkergroen en donkerpaars met gouden of zilveren accenten? Schitterend maar als ik er zelf in zou moeten wonen zou ik me nogal overweldigd voelen.

Alles in de garage

In haar filosofie houd je alleen in je buurt wat je minstens wekelijks gebruikt, en niet meer exemplaren dan nodig. De rest bewaar je in de garage. Of een andere ruimte waar je overbodige spullen kan opbergen.

Wij hebben geen garage maar wel een afgesloten ruimte in de kelder waar ik eten, kampeerspullen, kerstdecor en zulks bewaar. Als je geen zeskoppig gezin runt, hoeft het naar mijn idee ook geen complete garage te zijn; wij redden het prima met een ruimte van 2,5 bij 4 meter, die ook nog eens voor een deel uit trap bestaat.

Ze schrijft dat de garage geen hok moet zijn waar je oude meuk naartoe gaat om te sterven of kwijt te raken en dat is natuurlijk helemaal waar. Je moet weten wat je er hebt liggen en dat werkt het beste als je dingen opslaat in doorzichtige dozen, in niet te diepe kasten of in goed en correct gemerkte dozen.

Of als je zo weinig hebt dat je niet vergeet dat je het hebt. Alles dat nu beneden ligt, ligt in het zicht of gebruik ik regelmatig zodat ik echt niet vergeet dat ik het heb. Want dat is het belangrijke: alleen bewaren wat je nodig hebt. Of, wat je graag gebruikt.

Maar dat is natuurlijk ook het ‘gevaar’. Alles wat je even niet nodig hebt, gaat in de periferie en omdat het uit het oog, uit het hart is, is het net zo makkelijk om het te vergeten en nieuw te kopen. Dat moet niet!

Maar, het scheelt het een boel giswerk: in welke kast liggen de skibroeken? Waar vind ik om het even welk voorraad-dinges? De gekleurde papiertjes? Zomerschoenen? Verkleedkleren? Makkelijk! Alles ligt beneden. Dat scheelt alweer een boel plekken om te moeten zoeken naar loslopende spullen.

regenkleding en winterjassen in een aparte ruimte, scheelt zo veel!

Het ‘hok’ is thans mijn enige opslag in huis.

We hebben natuurlijk al niet enorm veel spullen maar gisteren besloot ik haar ideeën toe te passen om te kijken hoe me dat bevalt. Alles dat we niet dagelijks gebruiken, ligt nu opgeslagen beneden:

  • Wierook en kaarsen
  • Schaatsen en skischoenen
  • Slaapzakken en slaapmat
  • Ingroeikleding voor de dametjes
  • Winterkleding voor de kinderen (de winterjassen kunnen voor minstens drie maanden opgeborgen, woohoo!)
  • Bakspullen en wat weinig gebruikte keukenspullen (ijzeren satehprikkers, kwastje, groentensliertensnijder)
  • Papier, plastic zakken, aluminiumfolie etc.
  • Knutselspullen die niet elke week het daglicht zien
  • Eten dat we niet minstens een paar keer per week eten
  • Apparaten die ik niet minstens een paar keer per week gebruik (printer, wafelijzer)
  • Mijn wintergarderobe en kledingstukken en schoenen die niet in mijn ‘capsule wardrobe’ zitten.

En nu is het huis leeg, haha.

Het hok niet. Maar nog altijd leeg genoeg om de weg te kunnen vinden.

We zien wel hoe het gaat. Ik zal er over een tijdje nog eens over schrijven.

Mijn extra tip: niet de titel van dit boek in al je onschuld opzoeken op youtube (ik dacht: wellicht is er een review over het boek. :D) Doe het niet. Tenzij dat je ‘ding’ is natuurlijk.

Vrienden, buren en naakte huizen.

Opeens was het alweer zaterdag. Ik heb van alles te vertellen maar of ik ben bezig, of internet is zo traag dat ik maar iets anders ga doen of de man wil zijn eigen laptop even vasthouden want nadat mijne een Blue Screen of Death had, is het nooit meer wat geworden en delen we een laptop. En dat is onhandig want het gros van mijn posts schreef ik ’s avonds.

Vandaag kwamen vrienden grillen en het was enorm gezellig. We besloten om dit veel vaker te doen. We zijn allemaal bezig met onze dagelijkse dingen maar afspreken met gelijkgestemden is zo belangrijk nu. Niet steeds het idee hebben dat je in een compleet andere wereld leeft dan die andere mensen. Wat je wel doet als je geen staatstelevisie kijkt en dat doen de meeste mensen dan weer wel.

Mijn lieve buurman ligt nu ook in het ziekenhuis. Merkwaardig. De buren aan de ene kant zijn dood ofzo en de echte buren zijn allebei ook nog wel even onder de pannen. In elk geval is het thans levensgevaarlijk om naast ons te wonen en ik weet niet hoe ver dit uitstraalt.


Hoe bizar veel kan er veranderen in drie weken. Ik hoop maar dat alles weer in orde komt. We gaan morgen langs bij buurvrouw in de rehabilitering, helaas kunnen we niet langs bij buurman wegens allerlei BS-regels want in Kristiansand hebben jongeren een feestje gevierd en nå skal hele kommunen komme til å DØ en moet alles weer twee weken in karantene! Ik ben het zo vreselijk beu, die achterlijke regels en de achterlijke mensen die zich als hersendoden overal aan conformeren. Het angstvirus, dat is pas dodelijk.

Vandaag was het wel de eerste warme dag van het jaar. Warm als in: het wordt een beetje te warm in de zon. Zalig. De man ging even met de kinderen uit boodschappen en ik had even tijd om wat eten voor te bereiden, de was op te hangen en een bakje koffie en dat alles in stilte. Echt, weldadig. Ik mis dat echt heel erg maar het is bijna vakantie en dan neemt de man op maandag en vrijdag vrij en doet dan wat dingen samen met de kinderen. Ik ben graag bij ze maar ik mis gewoon de ‘solitude’. Alleen zijn zonder me eenzaam te voelen. Gewoon, even een paar uur niemand om me heen. Heilzaam.

Ik las een leuk boekje, ‘The Naked House’ heet het. Soms vind ik het gewoon leuk om te lezen over minimalisme en het leven zonder rotzooi. De auteur schrijft over haar huis. Als je vloeren mooi zijn en je muren goed geverfd zijn, heeft je huis niet zo veel extra’s nodig. Wat lichte gordijnen, een bankstel en alles wat je niet dagelijks nodig hebt, gooi je goed geordend in de opslag. Ik vond het een interessant idee dat ik eigenlijk meteen wilde uitvoeren. Ik zou zo veel meer, zo veel efficiënter en veiliger kunnen opslaan in van die plastic bakken. Maar plastic. En bakken. Hm!

Maar ik houd wel van dingen organiseren en zo handig staat het nu allemaal in zes verschillende kasten onhandig te wezen dus wie weet, als ik de geest krijg binnenkort… De ruimte beneden in ons huis kan veel en veel handiger worden benut. En qua muren: die moeten inderdaad na vier jaar weer eens een nieuw verfje, want vlekken, schroefgaten en andere narigheid. In het boekje staan ook interviews met mensen die al dan niet gedwongen hebben moeten minimaliseren. Een veel leuker schrijfsel dan veel soortgelijke boeken die alleen maar gaan over hoe fout het is te veel meuk te hebben. Ik wil gewoon weten hoe andere mensen dingen doen, niet dat iemand me vertelt dat mijn kinderen geen 6 maar 4 broeken mogen, of dat twee auto’s voor de deur het milieu helemaal kapot sloopt enzo.

De auteur heeft ook echt een enorm kaal huis, waarbij het onze overdadig gedecoreerd lijkt. En dat lees ik graag, mensen die iets extremer zijn dan ik, of de dingen heel anders aanpakken. Dan vind ik mezelf minder vreemd met mijn liefde voor spartaanse interieurs.

Nou, ik ga nog eens even buiten zitten en me laten opvreten door muggen en knotten want hoe moet ik anders de zwaluwtjes bijvoeren? Ik ben zo blij dat ze weer terug zijn en het is zo gezellig om ze ’s ochtends vroeg te horen kwetteren. De kinderen hadden een das gezien recht achter het huis gisteren. Ook mooi.