The Naked House: tips uit het boek.

Oh, ik ben fan van het boek ‘The Naked House’. Als er in een review staat ‘too extreme’ of ‘totally undoable’ dan weet ik: ik wil dit boek! 😀 En ik ga er vermoedelijk wat van opsteken.

Ja, het is wellicht wat extreem maar het boek staat vol met goede adviezen voor iedereen die een rustig, kalm, overzichtelijk, zen, geordend en makkelijk huishouden wil.

Het is ook een kwestie van keuzes maken. Je kan doorgaans niet en al je spullen binnen handbereik hebben, lukraak kopen en verwachten dat alles met een veeg van een doekje spic en span blijft: als je een makkelijk huishouden wil en kalmte in je hoofd moet je wat dingen doen en wat dingen laten.

De auteur is gek op de kleur bruin en heeft deze kleur door haar hele huis. Wasmanden, kussens, tapijt, handdoeken: alles wat niet wit is, heeft deze kleur. Dit bewaart eenheid en zorgt ervoor dat rommel minder opvalt. Als je kakelbonte handdoeken hebt, zijn ze al gauw storend op elke andere plek dan in een kast of in de wasmand. Zijn ze daarentegen dezelfde kleur als de rest van huis, dan is het een stuk minder vervelend. En zo is het met vele dingen.

Nou ben ik er niet de persoon naar om me druk te maken om de kleur van pannelappen, ovenwanten, wasmanden en zulke zaken maar ze heeft wel een punt. Als dat allemaal dezelfde kleur is, is er meer eenheid, meer rust en meer samenhang tussen de spullen in huis. Ik koop meestal iets als ik het nodig vind wat zulke dingen betreft dus ik heb paarse theedoeken, een groene ovenwant met een hert, made in DDR-koffiekopjes en tealkleurige handdoeken. Hm. Als ik iets nieuws nodig heb, koop ik het in donkergrijs.

Ze is erg van de ‘bare basics’ en haar tolerantie voor spullen is nog lager dan de mijne, haha. Lampen, dikke gordijnen, boeken, cd’s en nagenoeg elke vorm van decor is ‘clutter’ volgens haar.

Prima hoor. Is het ook 😀

Ik vind een grote boekenkast over een hele muur prachtig, maar in mijn eigen huis veel te veel afleiding. Een huis in donkergroen en donkerpaars met gouden of zilveren accenten? Schitterend maar als ik er zelf in zou moeten wonen zou ik me nogal overweldigd voelen.

Alles in de garage

In haar filosofie houd je alleen in je buurt wat je minstens wekelijks gebruikt, en niet meer exemplaren dan nodig. De rest bewaar je in de garage. Of een andere ruimte waar je overbodige spullen kan opbergen.

Wij hebben geen garage maar wel een afgesloten ruimte in de kelder waar ik eten, kampeerspullen, kerstdecor en zulks bewaar. Als je geen zeskoppig gezin runt, hoeft het naar mijn idee ook geen complete garage te zijn; wij redden het prima met een ruimte van 2,5 bij 4 meter, die ook nog eens voor een deel uit trap bestaat.

Ze schrijft dat de garage geen hok moet zijn waar je oude meuk naartoe gaat om te sterven of kwijt te raken en dat is natuurlijk helemaal waar. Je moet weten wat je er hebt liggen en dat werkt het beste als je dingen opslaat in doorzichtige dozen, in niet te diepe kasten of in goed en correct gemerkte dozen.

Of als je zo weinig hebt dat je niet vergeet dat je het hebt. Alles dat nu beneden ligt, ligt in het zicht of gebruik ik regelmatig zodat ik echt niet vergeet dat ik het heb. Want dat is het belangrijke: alleen bewaren wat je nodig hebt. Of, wat je graag gebruikt.

Maar dat is natuurlijk ook het ‘gevaar’. Alles wat je even niet nodig hebt, gaat in de periferie en omdat het uit het oog, uit het hart is, is het net zo makkelijk om het te vergeten en nieuw te kopen. Dat moet niet!

Maar, het scheelt het een boel giswerk: in welke kast liggen de skibroeken? Waar vind ik om het even welk voorraad-dinges? De gekleurde papiertjes? Zomerschoenen? Verkleedkleren? Makkelijk! Alles ligt beneden. Dat scheelt alweer een boel plekken om te moeten zoeken naar loslopende spullen.

regenkleding en winterjassen in een aparte ruimte, scheelt zo veel!

Het ‘hok’ is thans mijn enige opslag in huis.

We hebben natuurlijk al niet enorm veel spullen maar gisteren besloot ik haar ideeën toe te passen om te kijken hoe me dat bevalt. Alles dat we niet dagelijks gebruiken, ligt nu opgeslagen beneden:

  • Wierook en kaarsen
  • Schaatsen en skischoenen
  • Slaapzakken en slaapmat
  • Ingroeikleding voor de dametjes
  • Winterkleding voor de kinderen (de winterjassen kunnen voor minstens drie maanden opgeborgen, woohoo!)
  • Bakspullen en wat weinig gebruikte keukenspullen (ijzeren satehprikkers, kwastje, groentensliertensnijder)
  • Papier, plastic zakken, aluminiumfolie etc.
  • Knutselspullen die niet elke week het daglicht zien
  • Eten dat we niet minstens een paar keer per week eten
  • Apparaten die ik niet minstens een paar keer per week gebruik (printer, wafelijzer)
  • Mijn wintergarderobe en kledingstukken en schoenen die niet in mijn ‘capsule wardrobe’ zitten.

En nu is het huis leeg, haha.

Het hok niet. Maar nog altijd leeg genoeg om de weg te kunnen vinden.

We zien wel hoe het gaat. Ik zal er over een tijdje nog eens over schrijven.

Mijn extra tip: niet de titel van dit boek in al je onschuld opzoeken op youtube (ik dacht: wellicht is er een review over het boek. :D) Doe het niet. Tenzij dat je ‘ding’ is natuurlijk.