Anderhalf jaar (bijna) geen smartphone

Al meer dan anderhalf jaar ben ik redelijk smartphone-vrij. Redelijk, want ik heb hem nog wel. Ik gebruik hem ook nog. Het zijn handige apparaten, zo lang we er op een gezonde manier mee omgaan.

Ik gebruik mijn smartphone voor drie dingen: (en alles met mate)

  • Het sturen van documenten via e-mail
  • Het maken van foto’s, want er zit een perfecte camera op
  • Het sturen van filmpjes van de kinderen aan mijn moeder via Telegram.

Mijn smartphone heeft geen simkaart en geen gekoppeld google-account. Ik heb geen illusies over het feit dat ze me desondanks gewoon in de gaten houden want het heeft er wel opgestaan, maar aangezien ik niet meer doe met mijn telefoon dan het bovenstaande, neem ik dat maar voor lief. Negen van de tien keer neem ik hem ook niet mee als ik ga wandelen en overdag ligt hij in een lade, uitgeschakeld.

Een smartphone is gemaakt om zo verslavend mogelijk te zijn. Elk piepje en geluidje en rood stipje geeft een dopaminesprongetje. Als we even niets te doen hebben, pakken we onze telefoon. Nog maar eens een of andere Meta-feed vernieuwen of even kijken op nu.nl. En hoe moeilijk is het om het ding te laten liggen, als ie *biep* doet? Ook al pak je hem niet meteen, weten dat er een berichtje is, geeft onrust.

We weten allemaal wel dat er iets grondig mis is met onze relatie met de telefoon, als we het gebruik ervan niet in ernstige mate aan banden leggen. De constante digitale surveillance, de draagbare electronische enkelband, geeft bij velen toch ook op zijn minst een klein beetje een ongemakkelijk gevoel.

Wat wil je in het leven? Hoe wil je je hersenen ‘bedraden’? Hoe wil je dat je kinderen je zien? Wat je aandacht geeft, groeit. Wat we elke dag doen, dat is wie we zijn en hoe we worden. Is de telefoon het waard? Ben je aan het einde van de dag tevreden met de hoeveelheid tijd die je op het apparaat hebt doorgebracht?

Mijn smarttelefoon is bewust ‘niet leuk’. Want ik weet dat als ik Pinterest erop zet, de verleiding groter is om plaatjes en recepten te pinnen. Als er een browser op staat, is even iets opzoeken al te gemakkelijk. Als Telegram meldingen zou weergeven, zou de verleiding groot zijn om meteen even te kijken wie me iets gestuurd heeft.

Mijn ‘seniorenmobiel’ is er slechts om mee te bellen en soms een berichtje te sturen. Precies waar een telefoon voor bedoeld is. Behalve mijn familie, een paar vrienden en de school van de kinderen, heeft niemand mijn nummer.

Ik ben ook van mening dat een smartphone onze ‘eigenheid’ doet verdwijnen, of in elk geval verdunt en vertroebelt. Want wat kan je ergens zelf van vinden als je heel de dag nagenoeg zonder filter andere meningen, reclames en schoonheidsidealen consumeert? Als je hypergefocust bent op de geluidjes van je telefoon. Als je letterlijk paniek voelt als je je telefoon niet kan vinden. Als je dag in, dag uit bestookt wordt met -gefilterde, door een algoritme aangestuurde, gecensureerde- informatie?

Wie bestuurt wie, is de vraag. Als je geen eerlijk antwoord kan geven, of het antwoord bevalt je niet -je weet het diep van binnen-, dan is het tijd om te unpluggen.

Voor meer informatie over de privacykant van je smartphone, kijk eens bij Rob Braxman. Een interessant boek over ‘Digitaal Minimalisme’ is geschreven door Cal Newport, en dat gaat niet alleen over smartphones maar over het digitale leven in het algemeen, want ook een laptop kan een enorme bron van afleiding zijn.

Soms denk ook dat het makkelijker is als ik mijn smartphone gewoon functioneel maak. Handig, een bankier-app erop, een cycletracker, Instagram (want het is leuk!) en al die andere enorm handige apps. Maar nee. Het leven zonder smartphone is meer waard dan het gemak of plezier dat deze handige dingen me zouden kunnen brengen.